Snelle vissoep

Illustratie Martien ter Veen

Er waren meer dingen mooi, maar het mooiste aan de vismarkt in Mahon vond ik dat hij op maandagavond tijdens de avondschemering open ging, zodat de mensen in de Menorcaanse hoofdstad nog even snel een maaltje verse mul, hondshaai, sepia of schorpioenvis konden kopen. Vers als in: net gevangen. In het water rondom het eiland.

Dat was dus ook mooi: er werden uitsluitend lokale vissen verkocht. Zoals de raor, lipvis in het Nederlands, een bijna doorschijnend, iriserend roze-rood-paars-blauw gekleurd visje dat tijdens zijn leven van geslacht verandert. ‘Het’ begint als vrouwtje, en eindigt, mits niet voortijdig gevangen, als mannetje. Dat vangen mag alleen met een hengel.

Waar ik ook vrolijk van werd: dat ze er soepvis verkochten. Voor 9 euro kon je een kilo incourante visjes, krabbetjes en andere economisch onrendabele bijvangst mee naar huis krijgen om bouillon van te trekken. Voor 6 euro gingen ze sin limpar in een zakje; wat zoveel betekent als dat je zelf de ingewanden nog even moet verwijderen voordat je de beesten in de pan gooit.

Ik was nog geen dag thuis of ik miste de vismarkt van Mahon en had er spijt van dat ik niet de moeite had genomen om er soepvis te kopen en er daar in het vakantiekeukentje vissoep van te koken. Ik had zelfs die fascinerende, genderfluïde lipvisjes niet eens uitgeprobeerd (voor wie ze een keer tegenkomt en dat wel wil doen: simpelweg gefrituurd in hete olie schijnt het lekkerst te zijn).

Ach ja, weekjes vakantie hebben nu eenmaal de neiging voorbij te vliegen. Bovendien had ik werkelijk niets te betreuren. Ik had nota bene elke dag op Menorca wel iets uit de zee gegeten. In een restaurant in het kustplaatsje Fornells bijvoorbeeld, proefde ik een droom van een caldereta de langosta. Deze soep, getrokken van langoestpantsers met tomaat en pimentón, vormt de specialiteit van het eiland: koraalrood, zoet en diep schaaldierachtig van smaak. Tamelijk onvergetelijk van smaak mag ik wel zeggen.

In plaats van te blijven hangen in melancholisch gemijmer over een vakantie kon ik potverdorie beter gewoon naar een Haagse visboer fietsen. Zo een die op maandag dicht is en waar de vis zelden écht spartelvers en/of lokaal is. Zo een waar ze nog nooit van soepvis, maar tegenwoordig mooi wél steeds vaker van bijvangst hebben gehoord. Dat werd die avond echt een prima soepje.

Vissoep voor 4 personen

Olijfolie; 1 ui, gesnipperd; 2 stengels bleekselderij, in boogjes; 1 venkelknol, in lucifers; 3 tenen knoflook, in dunne plakjes; 1 tl venkelzaad; 1 tl pimentón (gerookte paprikapoeder); 1 tl tijm; 200 ml witte vermouth (of droge witte wijn); 1 blik tomaatstukjes; 800 ml visbouillon; 500 g schelvisfilet (of een andere bijvangst-witvis), in dobbelstenen; 250 g sepia, schoongemaakt, in ringen; 500 g mosselen, geïnspecteerd op kapotte exemplaren; 4 dikke sneden brood

Verhit een royale scheut olijfolie in een soeppan en smoor de ui, bleekselderij en venkel een tijdje tot ze zacht en zoet zijn.

Voeg de knoflook, het venkelzaad, de pimentón en tijm toe en laat een minuutje mee fruiten.

Schenk de vermouth of wijn erbij en laat even bruisen. Voeg de tomaatstukjes en bouillon toe en breng aan de kook. Doe de vis, sepia en mosselen in de pan en laat een paar minuten zachtjes koken onder een deksel, tot alles net gaar is.

Besprenkel het brood met wat olijfolie en rooster het krokant.

Leg in 4 borden elk een snee brood en lepel de soep erover.