Commentaar

De Nationale Politie-in- wording is prestatie en deceptie ineen

Als er ooit nog een kabinet een zeer groot overheidsapparaat wil reorganiseren, zou het dat dan wéér met zoveel kracht en onder zulke hoge druk doen als bij de gedwongen fusie in 2012 van de 26 politiekorpsen tot één Nationale Politie? Het is een intrigerende vraag die de commissie die de Politiewet moest evalueren alleen indirect beantwoordt. En wel met nee, doe maar niet. Althans niet meer zo.

Eigenlijk hebben de 60.000 politiemensen die de afgelopen jaren lijdend voorwerp van de vorming van de Nationale Politie waren, recht op een gratis T-shirt met de tekst I survived the 2012 National Police Makeover.

Alle functies, carrièrevooruitzichten, functiewaarderingen, kortom alle inhoudelijke en bestuurlijke zekerheden gingen op de schop. In 2015 zat de zaak dan ook zo vast dat een wisseling van korpschef uitkomst moest brengen. Dat toenmalig minister Ivo Opstelten (VVD) aftrad, over een andere kwestie, schiep ook ruimte.

Tegelijk pleit voor zowel het toenmalige kabinet als voor de politie-organisatie dat, alle hindernissen ten spijt, niemand meer terug wil naar vroeger. Vijf jaar later is nog steeds het heersende sentiment dat het ‘zo niet langer kon’. Met al die zelfstandige korpsen, met die wilde variëteit aan informatie- en beheerssystemen en onbeheer(s)bare organisatieculturen. Zo bezien was de vorming van de Nationale Politie, hoe onvolkomen, ondoordacht en onwaarschijnlijk snel ook, niet alleen een noodzakelijke stap, maar ook een verdienstelijke. Waarvoor de credits dus toekomen aan het vorige kabinet, in het bijzonder aan minister Opstelten.

Dat de Nationale Politie nu in een snelkookpanachtige situatie terecht is gekomen waarin het alles en iedereen gelijktijdig moet integreren en moderniseren, betekent ook dat de verwachtingen van de burger voorlopig nog even bescheiden moeten blijven. De organisatie is bepaald ‘niet goed geolied’, zegt de commissie in haar rapport. De basis ‘goed op orde krijgen’ is vijf jaar na dato nog steeds een opdracht. En qua samenwerking en bedrijfscultuur zal het korps ‘nog flink moeten verbeteren’.

Dat is, vijf jaar na het startschot, een onvoldoende resultaat. Doet er zich in politiek Den Haag dus nog eens zo’n mammoetoperatie voor, dan lijkt een meer gefaseerde en dus minder gehaaste aanpak beter.

Nu het stof is neergedaald wordt bovendien vastgesteld dat er toch een paar belangrijke correcties moeten worden aangebracht. Die overigens allemaal sterk doen denken aan het vorige politiebestel, dat regionaal was verankerd en deels onder het binnenlands bestuur viel. De minister van Justitie en Veiligheid heeft in het nieuwe politiebestel een veel te machtige positie, zegt de commissie. Hij is ‘opdrachtgever, eigenaar en toezichthouder’ tegelijk, wat makkelijk fout kan gaan. De korpschef zou ook meer te zeggen moeten krijgen. En twee: de nationale politie is te sterk gericht op landelijke prioriteiten en dreigt zich uit de dorpen en steden terug te trekken. Daar groeit intussen, los van de nationale politie, een geheel nieuw lokaal korps van gemeentelijke handhavers. Daar zou de Nationale Politie juist de regie over moeten voeren. Kortom: de politie moet opnieuw worden ingebed in het binnenlands bestuur. Voor wie de politiegeschiedenis een beetje kent is dat totaal geen verrassing.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.