Column

Overgeslagen

Ellen

Ik heb een tijdje gedatet met een jurist, maar toen bleek dat we elkaars gezelschap vooral opzochten omdat we van Ben Stiller houden, besloten we onze verkering in een vriendschap om te zetten. Sindsdien maakt hij deel uit van mijn maandelijkse komedies-die-niet-grappig-zijn-club (overige leden: mijn broer, mijn zus, mijn geliefde, mijn huisbaas en mijn bovenbuurvrouw), en zo zaten we vorige week klaar om voor de duizendste keer Tropic Thunder te gaan kijken. Bart (de jurist) was iets te laat, en keek toen hij binnenkwam heel erg sip. Mijn zus vroeg wat eraan scheelde.

„Nee, nee, niets belangrijks”, zei hij depri, en ja als iemand zo begint, weet je dat het tijd is voor Stichting Korrelatie, dus we zetten de film af en duwden hem een kop thee in de handen.

„Ik help elk jaar mee op de school van mijn nichtje met Sinterklaas”, begon hij. „Ik speel altijd de hoofdpiet.” Mijn hyperpolitiekcorrecte zus klakte met haar tong, want o ja, dat had ik nog niet gezegd: Barts ouders komen van de Andamanen (een eilandengroep bij India), waardoor Bart gitzwart is.

„Nu heeft het schoolbestuur besloten om mee te doen met de Amsterdamse versie van de Zwarte Piet, je weet wel, die eruitziet als een witte Spaanse edelman die net een lijn roet heeft weggesnoven. Net zei iemand dat het misschien beter is als ik dit jaar oversla.”

Iedereen stond klaar om verontwaardigd te reageren, maar zag ook meteen wat het probleem was. Barts huid glanst alsof er een laag schmink op zit. Hij ziet er niet uit als de Piet die nu door verschillende belangengroepen naar voren wordt geschoven (lichte huid met roetvegen, steil haar), maar als de Piet waar velen vanaf willen.

„Een van de moeders nam me vanmiddag apart,” zuchtte Bart, „dat ik er natuurlijk ook niets aan kon doen dat ik eruitzag zoals ik eruitzag, maar dat mijn uiterlijk per ongeluk aanstoot zou kunnen geven.” Mijn zus begon te steigeren: in de jaarlijkse burgeroorlog die Sinterklaas inmiddels is, schaart zij zich altijd achter het Piet-is-Racisme-front.

„Stomme witte –”, begon ze, maar Bart onderbrak haar meteen. De moeder in kwestie was een Surinaamse.

„Ik snap het wel”, zei hij verdrietig. „Maar het is voor iemand met mijn teint zo schrijnend. Juist dat ik vanwege mijn huidskleur dit jaar níét mee kan doen, betekent dat we er nog lang niet zijn, alle goede bedoelingen ten spijt.” Bart staarde even in zijn kopje thee.

„Nou ja”, zei hij ten slotte. „We zitten in een overgangsfase. Maar ik vind het gewoon jammer. Ik heb altijd zoveel lol gehad met Zwarte Piet spelen.”

We konden niets anders dan stilvallen.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.