Liplezen als bewijs ‘uniek’ maar ook ‘gevaarlijk’

Zaak-Mitch Henriquez Twee lipleesdeskundigen zijn opgevoerd als getuige in een strafzaak. Hoe betrouwbaar is deze techniek?

Advocaat Richard Korver komt met de nabestaanden (links de zus en moeder) van Mitch Henriquez, aan bij het Justitieel Complex Schiphol voor aanvang van de start van de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen de agenten die betrokken waren bij de dood van Henriquez. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

In de strafzaak tegen twee agenten die bij een gewelddadige arrestatie in 2015 betrokken waren, heeft de advocaat van de nabestaanden twee lipleesdeskundigen ingezet. Dat bleek deze week tijdens tijdens de behandeling van de zaak rondom de dood van Mitch Henriquez.

Advocaat Richard Korver liet de twee naar beelden van de aanhouding kijken. Hun conclusie: in tegenstelling tot wat de agenten eerder beweerden, waren zij al voor het vervoer naar het bureau op de hoogte van de dood van de arrestant. De deskundigen lazen op hun lippen kreten als ‘hij reageert niet meer’ en ‘volgens mij dood’.

Korver stelt dat hij twee leden van een zogeheten spraakafzien-team van de politie heeft gevonden. Hun namen wil hij niet noemen. „Ze hebben in dit geval een uitzondering gemaakt omdat ze de beelden zo schokkend vonden.” Beide experts zijn doof.

Korver: „Ze zijn op basis van het spraakafzien en onafhankelijk van elkaar tot dezelfde conclusies gekomen. Daarnaast hebben ze gekeken naar het non-verbale gedrag van de agenten.”

Hoe betrouwbaar is de techniek van het spraakafzien? Het is onmogelijk om op basis van enkel beelden met 100 procent zekerheid vast te stellen wat er wordt gezegd, meent hoogleraar gedragspsychologie Jean Vroomen van Tilburg University. Hij promoveerde op het liplezen. „Bij interpretatie spelen veel zaken een rol. Gaat het om losse woorden of gehele zinnen? Kennen de deskundigen de context? Stel dat je weet dat ik getallen ga uitspreken. Dat zijn geïsoleerde klanken, de woordenset is beperkt en je kent ze goed. Als ik er dan ook nog een beetje geluid bij geef, wordt de kans al groter dat je ze herkent.”

Het herkennen van gehele zinnen is lastiger. „Daarvoor is altijd context nodig. Stel: je ziet iemand op een manege en twijfelt of iemand zegt dat de man op een ‘aard’ zat. Dan kun je gerust invullen dat het om een paard gaat. Bij zinsvorming wordt het al meer gissen.”

Doof zijn is een voordeel

„Daar tegenover staat dat niet alle woorden nodig zijn om een zin af te kunnen maken”, zegt Ellen Gerrits, hoogleraar logopediewetenschap aan de Universiteit Utrecht. Het spreekt ook in het voordeel van de deskundigen dat ze doof zijn, zegt ze. „Zij gebruiken de techniek van spraakafzien veel. Toch gaat 100 procent betrouwbaarheid nooit lukken. Als je heel goed bent en de context kent, kun je misschien 40 procent aflezen.”

Volgens het Openbaar Ministerie zijn liplezers in het verleden een enkele keer gebruikt als getuige. Universitair docent strafrecht Sven Brinkhoff van de Radboud Universiteit in Nijmegen kent geen voorbeelden van zulke zaken. Hij spreekt daarom van een „redelijk unieke zaak”. Doorslaggevend is hun getuigenis niet, zegt hij, omdat ze geen uitspraak hebben kunnen doen over de vraag die moet worden beantwoord: of de agenten schuldig zijn aan doodslag dan wel dood door schuld. „Met deze constateringen is geen antwoord op die cruciale vraag gegeven.”

Ook zijn collega Rolf Hoving van de Rijksuniversiteit Groningen kent geen Nederlandse voorbeelden van zaken waarin de spraakafzien-techniek werd ingezet. „Wel enkele in het Verenigd Koninkrijk, maar daarin waarschuwde de rechter al dat er terughoudend mee moet worden omgegaan. De betrouwbaarheid van bijvoorbeeld DNA-bewijs is veel groter.” De benodigdheid van context maakt het liplezen minder betrouwbaar. „Als je weet waarom je kijkt, kan dat je perceptie beïnvloeden. Dat maakt de inzet van deze techniek extra gevaarlijk.”