Recht & Onrecht

‘Jonge moslims radicaliseren om van alles, niet alleen de islam’

Waarom zijn we zo obsessief met het benoemen van de islam als de wortel van het kwaad dat moslimterroristen aanrichten? Bob Hoogenboom in de Politiecolumn over getroebleerde jongeren die terrorist worden.

AFP PHOTO / HO / ISIL

Auke Kok brandt in zijn NRC-column ‘Goeroe in de Stopera’, over ‘de grijze campagne’ van de recent overleden burgemeester Van der Laan, David Kenning op ongenadige wijze af. Kenning is de bedenker van de campagne waarover ophef is. Deze Kenning moet het ontgelden als “een zichzelf filosoof en psycho-analyticus noemende zestiger” van wie Kok zich afvraagt of “die er met woeste bakkebaarden en schouderlange krullen” niet net iets te superfilosofisch uitziet”. Waaraan verdient Kenning deze persoonlijke aanval?

Kenning injecteert een alternatieve verklaring voor jihadisme die haaks staat op wat ons veelal wordt voorgehouden. De dominante verklaring is dat de islam de westerse samenleving bedreigt. Zoals bijvoorbeeld Baudet die vindt dat de ‘islam niet compatibel is als democratie’. Kennings alternatieve verklaring is dat Syriëgangers, IS-strijders en (zelf)moordterroristen niet primair worden gedreven door religieuze motieven. Het zijn getroebleerde adolescenten die worstelen met hun identiteit. Jonge moslims zijn in conflict met hun families (veelal de vader), leraren, medeleerlingen, werkgevers en vrienden. Het is niet uitsluitend de droom van het Kalifaat of de Koran-uitleg die hen voedt. De jihad geeft een deel van hen een doel in het leven.

Geen eenduidig profiel

De Britse inlichtingendienst MI5 concludeerde in 2011 dat jongeren radicaliseren door een trauma (10%) als gevolg van een persoonlijk verlies. Een deel door migratie (een derde) waardoor zij ontworteld raken in een nieuw land. Door criminele activiteiten (tweederde) komen jongeren in contact met radicale elementen of zij radicaliseren in het gevang.

De lokroep van de religiositeit is wat gecompliceerder. De terrorisme-onderzoeker Oliver Roy wijst op een gebrek aan religieuze drijfveren voordat jongeren worden geroepen tot de jihad. Zijn database laat zien dat het merendeel van de terroristen voordat zij geroepen worden alcohol drinkt, (seksuele) relaties heeft en het niet zo nauw neemt met religieuze of maatschappelijke normen. Volgens Peter Bergen, niet de minste terrorisme-onderzoeker, zijn jihadisten gemotiveerd door een mix van factoren zoals de ideologie van de militante islam en onvrede over de buitenlandse politiek van de VS. Maar vaak gaat een persoonlijke teleurstelling (dood van ouders) daaraan vooraf. Er bestaat geen eenduidig profiel van ‘de religieus geïnspireerde moslim-terrorist’. Uit onderzoek van het International Centre for the Study of Radicalisation and Political Violence blijkt dat 68 procent van de Europese jihadisten een gewelddadig verleden heeft en 57 procent in de gevangenis heeft gezeten. Volgens de de Amerikaanse terrorisme-onderzoekster Jessica Stern bestaan er vele mythen over de achtergrond van moslim-terroristen en is een daarvan de religieuze drijfveer: ‘I have found that operatives are often more interested in adopting a new identity than in supporting a terrorist groups stated goals’.

Getroebleerdheid

Kennings verhaal is natuurlijk voor velen totale onzin. Toch staat hij internationaal zeker niet alleen en vindt hij deels steun in (inter)nationaal wetenschappelijk onderzoek naar de biografieën van jihadi’s, die volgens het Brookings Institute en de Georgetown University merendeels ‘foolish, not trained and untrainable’ zijn. Dezelfde getroebleerdheid van jonge daders zien we in schietpartijen in de westerse wereld door niet-moslims. Volgens de FBI en Europol wordt wereldwijd minder dan 2 procent van de aanslagen gepleegd door moslims. Sinds 9/11 zijn 37 Amerikanen gedood door moslim-terroristen en ruim 190.000 burgers door ‘gewone’ Amerikanen. In Europa en de VS zijn nu drie keer minder terroristische aanslagen (IRA, ETA en de RAF) dan in de jaren zeventig en tachtig en vallen vijf keer minder slachtoffers.

Waarom zijn wij zo obsessief in het benoemen van de islam als wortel van het Kwaad? En spreken we snel over terrorisme als het een moslim betreft, maar drukken we dit etiket niet op Tristan van de V. die zes mensen doodde en zeventien verwondde in een winkelcentrum in Alphen aan de Rijn. Of Karst T. die inreed op het publiek tijdens Koninginnedag.

Onvermogen

Worstelen wij met onze Nederlandse identiteit? Die in naam - en alleen nog in naam - liberaal lijkt omdat wij eigenlijk wel weten dat (institutioneel) racisme diep is geworteld, zoals het SCP schrijft. En schamen we ons daar voor? Of worstelen we met ons onvermogen om politieke richting te geven aan de multiculturele samenleving? En vinden we dit ongemakkelijk? Zijn weldenkende liberale politici en bestuurders bang om iedere nuance te omarmen uit angst om in de komende (lokale) verkiezingen ruw van het pluche te worden gerukt? En bouwen we daarom columnbrandstapels om ketters te verbranden?

De Politiecolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door experts uit het politieveld.

 

Blogger

Bob Hoogenboom

Bob Hoogenboom is hoogleraar fraude en regulering aan Nyenrode waar hij 'fraude en witwassen' in de accountantsopleiding en 'governance/corporate governance & pps' in het modulair MBA-programma doceert. Samen met Marc Schuilenburg geeft hij het mastervak 'Politie en Veiligheid' aan de VU. Bob schrijft blogs op maatschappijenveiligheid.nl en accountant.nl over actuele fraude- en politievraagstukken en twittert als @abhoogenboom. Sinds 1988 is hij als part time docent verbonden aan de Politieacademie. Voor zijn proefschrift Het Politiecomplex (1994) ontving hij de Publicatieprijs van de Stichting Maatschappij en Veiligheid.