‘Burgemeesters en het OM moeten de handschoen oppakken’

Wim Kuijken

Om de Nationale Politie te laten slagen „moet je ruimte geven aan politie-eenheden, wijkteams, burgemeesters, officieren van justitie”, zegt Wim Kuijken, voorzitter van de commissie die de vorming ervan onderzocht.

Wim Kuijken Foto Marcel Antonisse/ANP

Wim Kuijken heeft het zelf gezien, de grote regionale verschillen bij de politie. In de Haagse Schilderswijk hoorde hij, toen hij een dag meeliep met agenten, hoe ze werden uitgescholden en gewantrouwd. In Friesland weet hij hoe lang het soms rijden is, van het politiebureau naar een incident. En in Noord-Brabant zag hij hoe hard de politie probeert om drugscriminaliteit en ondermijning aan te pakken.

Hij wil maar zeggen: het werk dat politieagenten, zo’n vijfenzestigduizend, doen, is nergens hetzelfde. Wat in Noord-Brabant nodig is, is niet zomaar een oplossing voor de Schilderswijk. Voor die verschillen is nu bij de Nationale Politie te weinig ruimte, is één van de conclusies van Kuijkens commissie – na vier jaar onderzoek. Op 1 januari 2013, minder dan een half jaar nadat de Eerste Kamer ermee had ingestemd, gingen alle zesentwintig politiekorpsen op in één landelijk korps, met één korpschef, één informatiesysteem en één centrale organisatie.

Lees ook het advies: ‘Geef minister minder te zeggen over politie

„Het was teveel in te korte tijd”, zegt Kuijken. „Er is fors onderschat wat er moest gebeuren. Er moest bezuinigd worden, een nieuwe CAO komen, functies werden anders georganiseerd en zesentwintig aparte systemen moesten worden geïntegreerd.” Het gevolg: „Grote onrust en spanningen bij agenten, het ziekteverzuim is hoger.”

Maar vooral: „De verhoudingen tussen de minister van Justitie en Veiligheid, de korpschef en het lokale gezag, de burgemeester, zijn onder spanning komen te staan.”

Wat bedoelt u precies met die ‘spanning’?

„De balans is doorgeschoten: de minister heeft nu veel te zeggen. Hij stelt de begroting van de politie op en keurt die zelf goed. Hij zit het landelijk overleg voor met het Openbaar Ministerie (OM) en de burgemeesters, over de inzet van politie. Hij kan onbeperkt aanwijzingen geven en prioriteiten stellen over wat er moet gebeuren. Dat is wel heel veel. Het is te centralistisch.”

De minister zal zeggen: het overgrote deel van mijn ambtenaren is agent. Logisch dat ik die macht heb.

„In Nederland willen we dat de openbare orde door de lokale gemeenschap wordt bewaakt, door de burgemeester. Daar ligt het gezag over de politie, samen met het Openbaar Ministerie. Niet bij de minister. Burgemeesters en het OM moeten de handschoen oppakken om van de Nationale Politie een succes te maken. Ze moet minder afhankelijk zijn van wat politiek Den Haag wil.”

Moet de nationale politie weer regionaal worden?

„Nee, we moeten niet terug naar het oude stelsel met 26 korpsen. Dat wil niemand, de Nationale Politie kan blijven. Maar om het te laten slagen moet je ruimte geven aan politie-eenheden, wijkteams, burgemeesters, officieren van justitie. Om hun gezag daar te kunnen waarmaken. Ik vind echt dat burgemeesters hun eigen prioriteiten moeten kunnen stellen. Het moet decentraler, maar wel binnen de nationale politie.”

Waarom is dat nodig?

„Als je het niet doet, worden de lokale problemen niet goed opgelost. We zien de opkomst van lokale handhavers, zoals bijzondere opsporingsambtenaren, verkeershandhavers en particuliere beveiligers. Soms zijn die zelfs bewapend. De politie hoeft het allemaal niet zelf te doen, maar moet er wel de regie over voeren. Anders krijg je straks weer allerlei lokale korpsen, met een eigen uniform, maar los van de politie. Bij die politie zelf moet ook de menselijke maat terug.”

Die is weg, zoals je bij schaalvergrotingen in de publieke sector vaker ziet?

„Ja, bij elke schaalvergroting is het risico dat je het te centralistisch aanstuurt. Bloedlink. Je hebt bij de politie dezelfde uniformen, auto’s en wapens nodig, dat snapt iedereen. Maar je moet kunnen blijven ademen, je thuis voelen in zo’n grote organisatie. Erken het vakmanschap van agenten. Ze weten dondersgoed dat ze onderdeel zijn van een groter geheel, maar het gaat erom: hoe houd je mensen verbonden aan dat grotere geheel? Daar moeten ze trots op kunnen blijven.”

Vindt u de Nationale Politie toch nog steeds een succes?

„Dat kunnen we nog niet concluderen, het is nog niet af. We weten ook nog niet of de nationale politie Nederland veiliger maakt. Er zijn te weinig goede indicatoren binnen de politie om dat te onderzoeken. Dat zou wel moeten: er werken 65.000 mensen en we besteden er jaarlijks vijf miljard euro aan. Er wordt altijd gezegd dat er meer blauw op straat moet komen. Dan helpt het wel als je ook weet of het tot meer veiligheid leidt.”

Was die Nationale Politie echt nodig?

„Ja, het was echt nodig. Er waren eerst 26 koninkrijkjes met aparte systemen. Heel inefficiënt. Er gaat nu veel beter. Bijvoorbeeld: in het voorjaar was er een weekend met drie belangrijke Eredivisie-wedstrijden. Het centraal plannen van de politie-inzet ging veel beter dan vroeger. De politie kan dit soort evenementen nu beter aan. Maar je moet niet doorschieten naar centrale leiding. De balans moet terug. De minister kan niet alles doen en weten.”

    • Mark Lievisse Adriaanse