33 jaar mestbeleid

Deze week bleek hoe vertakt het fraudenetwerk in de Nederlandse mestsector is. Al ruim dertig jaar is mest een probleem. Maatregelen hielpen soms, meestal slechts tijdelijk. Een overzicht.

Foto Maurice Boyer

Nederland worstelt al ruim drie decennia met dierlijke mest. Opeenvolgende kabinetten kwamen met maatregelen. Soms streng, soms minder streng. Superheffingen, derogatie, warme saneringen, opkoopregelingen, mineralenafgiftensystemen en nog veel meer is bedacht om de stroom van tientallen miljarden kilo’s mest per jaar te beteugelen.

De dierenstapel daalde soms – na een forse ingreep – maar groeide daarna dan toch weer. Waar mogelijk werden in de sector regels omzeild en de mazen in de wet opgezocht. Deze week bleek hoe vertakt het fraudenetwerk in de mestsector is. Minister Schouten (Landbouw, ChristenUnie) heeft de sector nu vier weken de tijd gegeven voor een plan van aanpak.

Boeren, transporteurs, mestverwerkers en handelaars in Brabant en Limburg frauderen op grote schaal met mest. Ze rijden met lege vrachtwagens heen en weer, vervalsen administratie en omzeilen gps-controles. NRC bracht de omvang van de fraude in kaart. Lees ook: Het Mestcomplot

1984

Om een melk- en boteroverschot tegen te gaan, worden Europese melkquota ingevoerd. Er komt een ‘superheffing’ op te veel geproduceerde melk. Dit jaar komt er ook de Interimwet Beperking varkens- en pluimveehouderij, die de ongebreidelde groei van deze sectoren aan banden moet leggen. De ‘bouwstop’, zoals het in de sector heet, wordt door veehouders massaal omzeild.

1987

De Richtlijn Ammoniak en veehouderij regelt de vergunningen bij de (uitbreiding) van veehouderijen. De Meststoffenwet wordt ingevoerd waarin de mestproductie van varkens, pluimvee en rundvee aan een maximum gebonden wordt via het stelsel van mestproductierechten. Toch groeit tussen 1984 en 1987 varkensstapel nog met ruim 3 miljoen dieren tot bijna 14 miljoen beesten.

1989

In het eerste Nationaal Milieubeleidsplan worden regels opgenomen voor de vermindering van de ammoniakuitstoot en wordt de fosfaatgift beperkt.

1991

De Europese Commissie komt met een Europese Nitraatrichtlijn om grondwater en bodem te beschermen. Nederland moet de richtlijn uitvoeren.

1992

In 1992 worden ook mestproductierechten voor pelsdieren, eenden, konijnen, schapen en geiten ingevoerd.

1994

De Interimwet ‘Ammoniak en Veehouderij’ verplicht de sector tot het emissiearm uitrijden van drijfmest. Dit is ook het jaar waarin minister Van Aartsen (Landbouw, VVD) probeert dierrechten (die het aantal beesten per bedrijf moeten maximeren) in te voeren.

1995

Dit jaar verschijnt de ‘Integrale notitie mest en ammoniak’ met een visie op de definitieve oplossing van het mestprobleem in het jaar 2000.

1997

Van Aartsen komt met een plan voor de inkrimping van de varkensstapel met 25 procent.

1998

In 1998 wordt de Wet herstructurering varkenshouderij van kracht en worden de varkensrechten geïntroduceerd. Het plan van Van Aartsen om de varkensstapel in te krimpen wordt bijgesteld tot een reductie van 15 procent. De rechter zal de verplichte inkrimping overigens tegenhouden. Wel komt er een ‘warme’ sanering: een vrijwillige opkoopregeling en sloopregeling oude stallen. De regeling kost miljarden euro’s en zorgt voor een inkrimping van de varkensstapel met 25 procent. De overheid verplicht vanaf dit jaar landbouwbedrijven een boekhoudsysteem bij te houden voor de mineralenhuishouding, het zogenaamde Mineralenafgiftesysteem (MINAS).

1999

Om de varkensstapel te beheersen, voert de overheid zogenoemde ‘productierechten’ in voor varkens. Onder minister Brinkhorst (D66) zullen tussen 1999 en 2002 via de Regeling Beëindiging Veehouderijtakken productierechten worden opgekocht. Ook komt er een sloopregeling voor stallen. Totale kosten 600 miljoen euro. Het aantal varkens in Nederland daalde van 16 miljoen tot 10 miljoen. In de jaren daarna zal het aantal overigens weer oplopen.

2000

De Europese Kaderrichtlijn Water wordt van kracht en moet het oppervlaktewater en drinkwater gaan beschermen. Vooral in gebieden met intensieve veehouderijen worden de normen van de richtlijn overtreden.

2001

Om de hoeveelheid kippen te beheersen, voert de overheid ‘productierechten’ in voor pluimvee. NRC Handelsblad kopt op 31 oktober 2001: ‘Mestbeleid na vele jaren opgelost’.

2002

In de zuidelijke en oostelijke zandgebieden wordt de Reconstructiewet voor de herstructurering van de intensieve veehouderij van kracht. De wet wordt in 2014 weer ingetrokken.

2003

Nederland wordt door het Europese Hof van Justitie veroordeeld wegens in gebreke blijven van de naleving van de Nitraatrichtlijn uit 1991.

2006

In dit jaar wordt de nieuwe Meststoffenwet ingevoerd. De wet regelt de maximale bemesting van het land. De normen zullen in de komende jaren telkens worden aangescherpt. Van de Europese Commissie krijgt de Nederlandse melkveehouderij een verruiming van de standaard gebruiksnorm voor dierlijke mest naar 250 kg per hectare (‘derogatie’) , op voorwaarde dat de totale mestproductie niet boven de 172,9 miljoen kilo fosfaat per jaar uitkomt. Deze norm zal komende jaren structureel worden overschreden.

Lees ook het interview met de oud-bewindslieden van Landbouw Henk Bleker (CDA) en Laurens-Jan Brinkhorst (D66): ‘Snoeihard aanpakken, de gasten die dit flikken’

2008

De ruimtelijke compartimentering van productierechten, die regelt dat er geen uitbreiding van de varkens- en pluimveestapel plaatsvindt in de concentratiegebieden zuid en oost, verdwijnt.

2009

De opheffing van de compartimentering blijkt een vergissing. Na de opheffing vindt een ‘roze invasie’ plaats in Noord-Brabant en Noord-Limburg. De milieudruk in deze concentratiegebieden stijgt: 6 procent meer varkens in Brabant, 8 procent meer varkens in Limburg en ook het aantal kippen groeide. De compartimentering van productierechten wordt snel weer ingevoerd.

2008-2010

In deze jaren staat de uitzonderingspositie van Nederland in Europa (derogatie) op het spel, doordat te veel mest wordt geproduceerd. Alleen al in 2010 wordt de norm met 7 miljoen kilo overschreden tot 179 miljoen kilo fosfaat.

2012

In dit jaar worden door het Openbaar Ministerie de eerst grote netwerken in de mestfraude blootgelegd en ontmanteld.

2013

Er komt een verplichte mestverwerking. Maar de mestfabrieken, die met honderden miljoenen euro’s subsidie worden neergezet, kampen met technische problemen en zijn vaak onrendabel omdat er te weinig mest wordt aangevoerd. De prijs van mest is nog steeds negatief, met perverse prikkels tot gevolg.

2014

De Europese Commissie verleent Nederland opnieuw derogatie, een uitzonderingspositie voor wat betreft de naleving van de Nitraatrichtlijn. Maar in het zandgebied worden de voorwaarden – bemestingsnormen – aangescherpt omdat de waterkwaliteit onvoldoende verbetert. Dit jaar voert Nederland de verplichte mestverwerking in.

2015

Als de Europese melkquota worden afgeschaft, explodeert de groei van de Nederlandse melkveestapel. Er komen 55.000 koeien bij. Het leidt tot een verdere groei van het mestoverschot.

2016

Door de groei van het melkvee breekt Nederland door het ‘mestproductieplafond’. De derogatie staat onder druk. De overheid komt met een noodwet om het mestoverschot in de melkveehouderij weer in te perken.

2017

De overheid komt met slachtpremies om de melkveeststapel te krimpen. Het Openbaar Ministerie doet invallen bij twee mestbedrijven in Oost-Brabant en Noord-Limburg wegens mestfraude. Na publicaties in NRC over de samenspanning van mestbedrijven en dienstverleners in Oost-Brabant en Noord-Limburg bij het frauderen met mest, geeft minister Schouten (Landbouw, ChristenUnie) de sector vier weken de tijd om met maatregelen te komen.