Recensie

Zwalkende expositie Gerhard Richter

Expositie

Het S.M.A.K. in Gent presenteert met veel trots een solotentoonstelling van de Duitse kunstenaar Gerhard Richter, een schilderende halfgod. Maar wat hem goed maakt, is niet te zien.

Het is niet onmogelijk. Je kúnt als beroemd museum een beroemde kunstenaar uitnodigen voor een tentoonstelling, en ergens gaandeweg de rit het spoor bijster raken. Het S.M.A.K. in Gent bewijst dat het kan. Kort geleden opende daar een solotentoonstelling van – wie kent hem niet? – de Duitse kunstenaar Gerhard Richter. Directeur Philippe van Cauteren van het S.M.A.K. sprak bij de opening ronkend van „een mijlpaal in de geschiedenis van het museum”.

De vraag is welke mijlpaal.

Zeker, het is meer dan veertig jaar geleden dat er een solotentoonstelling van Richter te zien is geweest in België. Dat is ergens begrijpelijk, want Richter (geboren in Dresden in 1932, opgegroeid in de DDR en in 1961 uitgeweken naar West-Duitsland) is de afgelopen vier, vijf decennia uitgegroeid tot een soort schilderende halfgod. De lijst met belangrijke onderscheidingen, veilingrecords, Documenta-presentaties, retrospectieven en tentoonstellingen (alleen dit jaar al tien solo’s en groepstentoonstellingen) is onafzienbaar lang. Een goede Richter-tentoonstelling maak je niet als dingetje tussendoor. Daarvoor zijn er te veel kosten mee gemoeid, moet er eindeloos onderhandeld worden over bruiklenen, om nog maar niet te spreken over de invalshoek die je als museum wilt hanteren.

Het idee voor Gerhard Richter – over schilderen, zoals de solo is gaan heten, begon simpel. De kunstenaar is dit jaar 85 geworden. Het Kunstmuseum in Bonn, Museum Wiesbaden en het S.M.A.K. in Gent zagen wel wat in een hommage. De nadruk zou liggen op de cruciale eerste twee decennia van Richters kunnen: de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. In die jaren ontwikkelde Richter zijn visie op schilderkunst en beeldcultuur, een visie die eruit bestaat dat niets voor lief kan worden genomen: niet het beeld, niet de samenleving die het beeld adoreert, niet de kunstenaar die het beeld maakt en niet de verf, het potlood, het glas waarmee het beeld wordt opgebouwd.

Hoe groots Richter hierin al vroeg opereerde is te zien in de eerste zaal van de tentoonstelling waar op één muur soorten van schilderkunst te zien zijn die verschillende kanten van Richters oeuvre belichten. Een stoel, een gordijn, een bosstuk en een gang. De één gloeiend abstract, de ander fotorealistisch maar vervolgens opzettelijk vervaagd, weer een ander een mengvorm tussen abstract en figuratief. Is een gordijn echt een gordijn, of simpelweg een vermomming voor abstracte, verticale banen verf?

175 x 250 cm

Gerhard Richter
150 x 155 cm

Gerhard Richter

In een (veel geciteerd) vraaggesprek in 1972 zegt Richter: „Het enige duidelijke wat ik over de werkelijkheid kan zeggen, is hoe ik mij ertoe verhoud. En die verhouding heeft altijd te maken met onscherpte, onzekerheid, vluchtigheid, gedeeltelijkheid. Ik wantrouw de realiteit niet, want daar weet ik zo goed als niets van, maar wel het beeld van de realiteit dat onze zintuigen ons aanreiken en dat onvolkomen, beperkt is.”

Deze als credo op te vatten uitspraak leidt tot series: gordijnen op tal van manieren geschilderd, de stoel in serie geschilderd, boslandschappen, gezinskitsch, toeristenvermaak, politiek geweld, kleurcodes, kleurstrepen, abstracte rasters die ook venster zijn. Elke variatie op een motief schept bij Richter een nieuw motief.

In Gent krijg je dit niet te zien. In Gent wandel je van ‘kluizenaarstuk’ naar ‘kluizenaarstuk’: een beetje dit, een beetje dat. Kostte het te veel tijd om goede bruiklenen bij elkaar te krijgen? Misschien. De belangrijkste onderwerpen die Richter onderhanden nam (de ‘moederstukken’, de kaarsen, de pregnantste doeken over de RAF en de Baader-Meinhof-groep) ontbreken. Nieuw onderzoek is er niet. De catalogus lijkt geschreven voor een andere expositie. Het documentair filmmateriaal wordt voor een deel heel slecht gepresenteerd.

Maar het meest vervreemdende van deze tentoonstelling is wel dit: de eerste twee decennia van Richters werk raken in het S.M.A.K. rap uit het zicht. In de tweede (en laatste) grote zaal waaiert de tentoonstelling uit naar het heden, met vlokken weinig iconische oudere werken ertussen. Naar verluidt heeft Richter drie weken voor opening aangeboden om een kleine tien nieuwe, abstracte werken te laten zien: grillig gekleurde schraapschilderijen. Blijkbaar durfde het museum de jarige maestro geen nee te verkopen.

En zo ging het concept op de schop. De karavaan begon te zwalken en verloor de punt op de horizon, ook wel mijlpaal genoemd, uit het oog. En dat is hartstikke jammer.