Column

Zingen voor een lege zaal

Met dertig plaatsen is het Torpedo Theater, gelegen in de Sint Pieterspoortsteeg vlak bij de Dam, het kleinste theater van Amsterdam. Het is een soort grote huiskamer met een bar, enkele rijen zitplaatsen en een smal podium. Een ideale omgeving voor artiesten met een intiem repertoire.

Ik bezocht het onlangs voor een optreden van de Amerikaanse folkzangeres Melissa Greener. Mijn nieuwgierigheid was gewekt door een aankondiging in NRC met de vermelding dat zij vertrouwd was met het repertoire van Townes Van Zandt en Guy Clark, twee van mijn favoriete singer-songwriters. Met Clark was zij zelfs de laatste twee jaar voor zijn dood bevriend geraakt en had zij de song ‘Streets of Abilene’ geschreven. Ik had nooit eerder van haar gehoord en merkte dat dit ook voor betere kenners van het americana-genre gold.

Greener was bijna aan het einde van een drie maanden durende tournee door Europa gekomen; ze moest alleen nog naar Ierland. Het werd voor haar een droevige avond in Amsterdam. Er waren achttien bezoekers en die waren nog vooral voor Jasper Schalks, een verdienstelijke Nederlandse folkzanger, gekomen.

Haar optreden kreeg daardoor iets pijnlijks, je zat je bijna plaatsvervangend te schamen voor al die mensen die niet hadden willen komen. Toch was ik zelf ook niet gegaan als ik niet toevallig die aankondiging had gelezen.

Een slechte artiest had niets anders mogen verwachten, maar Melissa Greener bleek een zangeres met een uitstekende stem, die mij in de hoge registers steeds aan Joni Mitchell deed denken.

Ze trok zich niets aan van de geringe belangstelling en zong ruim een uur lang de longen uit haar lange lichaam. Ze had nog wel langer willen doorgaan, tot na elf uur, maar dat mocht niet van de buren, waarschuwde het personeel.

Tussen de songs door vertelde ze openhartig over een zware depressie die haar vorig jaar zes maanden had geveld en over haar ‘ego-crashing experiences’ met de muziekindustrie. Over haar depressiviteit schrijft ze indringend op haar website, zie daarvoor onder ‘Letters’ – augustus 2016 , ‘I’m back’.

Haar leeftijd die ik nergens kon vinden, ook niet op haar website, schatte ik op ruim dertig. Ze was geen nieuweling in het vak, want haar eerste cd maakte ze al in 2006. Dat was juist het trieste van dit optreden: er was bijna niemand gekomen, omdat ze hier een volstrekt onbekende zangeres was, een zangeres zonder naam, die ook in Amerika nog geen grote doorbraak mocht beleven.

Wie toch nog iets van haar wil zien en horen, kan ik verwijzen naar haar website, naar haar derde cd Transistor Corazon op Spotify en naar enkele filmpjes op YouTube met onder meer het mooie ‘Waitin’ for a Train’. Ze is goed in gekwelde lovesongs als ‘That’s What Makes You Strong’ van Jesse Winchester: And to trust somebody/ is to be disappointed/ it’s never what you wanted/ and it happens every time. Dat is een van haar favoriete songs, legde ze uit. Zelf schreef ze ‘Ghost in the Van’, een weemoedig lied over de geest van de afwezige minnaar, die haar vergezelt in haar busje op tournee: My lover is a ghost in the van/ a ghost in my bed/ my lover is a ghost of a man/ a ghost in my head.

Als ze hier ooit terugkomt, moeten we op z’n minst dat zaaltje van Torpedo zien vol te krijgen.