‘We moeten niet denken dat het hier niet gebeurt’

Buitenlandse beïnvloeding

Volgens minister Ollongren staat Nederland „in het vizier van de Russen”. De Kamer vindt haar vingerwijzing te vaag.

Illustratie XF&M

Loopt de Nederlandse democratie gevaar door beïnvloeding vanuit Rusland? Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) waarschuwde dinsdag in een Kamerbrief dat Nederland „in het vizier staat van onder meer Russische inlichtingendiensten”. Ze schreef ook dat Rusland gebruik maakt van digitale middelen om „besluitvormingsprocessen, beeldvorming en de publieke opinie” te beïnvloeden, bijvoorbeeld rondom de MH17-ramp.

Als voorbeeld noemt Ollongren het bestaan in het verleden van een nepsite in Rusland die de indruk wekte een officiële Nederlandse overheidssite te zijn, met ‘informatie’ over MH17.

De minister schrijft dat het kabinet politieke beïnvloeding door staten als Rusland „volstrekt onwenselijk” vindt en hiertegen wil optreden. Ze gaat in gesprek met onder meer media, techbedrijven en politieke partijen over hoe zulke beïnvloeding kan worden tegengaan.

D66 en CDA roepen Ollongren woensdag in het debat over de begroting Binnenlandse Zaken op bedrijven als Facebook te dwingen meer openheid te geven over de herkomst van advertenties en de werking van algoritmes. De twee partijen willen ook een hoorzitting organiseren over beïnvloeding.

Ollongren zei dinsdagdat zij nu aandacht voor het onderwerp vraagt omdat de campagne van de gemeenteraadsverkiezingen en het referendum over de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten aanstaande zijn. Ze wijst op de inmenging van Rusland in de presidentsverkiezingen in de VS. „We moeten niet denken dat het hier niet gebeurt.”

Asscher wil concrete actie kabinet

PvdA-leider Lodewijk Asscher wil opheldering van de minister over haar suggestie in De Telegraaf dat de Tweede Kamerverkiezingen van afgelopen maart zijn beïnvloed. Ollongren zei in de krant dat „de AIVD eerder heeft gezegd dat met nepnieuws is geprobeerd de verkiezingen te beïnvloeden”. Eerder dit jaar zei AIVD-baas Rob Bertholee bij de presentatie van het jaarverslag van de dienst zei dat „gepoogd is de kiezers mogelijk in een verkeerde richting te duwen door berichten te verspreiden die niet of slechts ten dele waar zijn”. Hij stelde toen ook dat het Rusland niet lukte het verkiezingsproces „als zodanig te beïnvloeden”.

Asscher spreekt van „een urgent probleem”, maar vindt dat de minister „met een concreter verhaal moet komen over wat het kabinet gaat doen”. Hij vroeg Ollongren een tweede brief met voorbeelden. Ollongren stuurde die woensdagochtend en noemde daarin één extra voorbeeld van een filmpje uit de campagne voor het Oekraïne-referendum van 2016. Daarin dreigden mannen die zich voordeden als leden van een Oekraïense groepering met aanslagen als Nederland ‘nee’ zou zeggen tegen het EU-verdrag met Oekraïne.

Mediawijsheid: wat kunnen burgers doen tegen nepnieuws?

Maatregelen: wat doen techbedrijven tegen nepnieuws?