Waarom gaan we niet van het gas af, vraagt Raad van State

Aardgas Het kabinet moet goed uitleggen waarom we doorgaan met het gebruik van aardgas, zegt de hoogste bestuursrechter.

Dick Kleijer van de Groninger Bodem Beweging, na afloop van de uitspraak van de Raad van State. Koen van Weel / ANP

Wie vond het laatste besluit over de hoogte van de gaswinning van voormalig minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) eigenlijk niet slecht? Alleen het ministerie zelf, want woensdagochtend bleek ook de Raad van State zich aan de zijde te scharen van een lange reeks bezwaarmakers. Milieudefensie, twaalf gemeenten in het Groningse bevingsgebied, de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), de provincie Groningen en andere kleine (milieu)organisaties – allemaal hadden ze, deels om verschillende redenen, bezwaar tegen Kamps plannen om de komende vijf jaar 21,6 miljard m3 per jaar te gaan winnen.

Inderdaad heeft hij zijn besluit niet goed genoeg gemotiveerd, oordeelde de Raad van State nu. De huidige minister van EZ, Eric Wiebes (VVD), moet Kamps werk in een jaar over gaan doen. Daarbij moet volgens de hoogste bestuursrechter het risico voor de Groningers meer betrokken worden en moet beter uitgelegd worden waarom de vraag naar gas belangrijk is in de besluitvorming. Ook moet Wiebes verklaren waarom hij wel of geen maatregelen neemt om de vraag naar gas te verminderen.

Een directe verlaging van de gaswinning, zoals de Raad van State in 2015 oplegde en waar ook nu door sommigen op werd gehoopt, is volgens de rechter niet nodig. De NAM – een joint venture van Shell en ExxonMobil – mag volgend jaar bij uitzondering 21,6 miljard m3 winnen. Formeel gezien heeft het bedrijf ook gewonnen in de zaak: het maakte bezwaar omdat Kamp er bij zijn beslissing ten onrechte van uit zou zijn gegaan dat er geen enkele duidelijkheid bestaat over wat een veilige gaswinning is. De rechter is het daarmee eens, de NAM zegt zich daardoor „gesteund” te voelen.

Lees ook onze factcheck: ‘Groningen telde dit jaar 26 aardbevingen’

Voor het huidige kabinet is het een meevaller dat de winning niet direct omlaag hoeft. In principe steekt de rechter geen stokje voor het beleid uit het regeerakkoord: de komende vijf jaar de winning afbouwen naar 20,1 miljard m3. Maar de Raad geeft tegelijkertijd een niet mis te verstaan signaal af aan het kabinet dat geen enkele aanpassing aan het niveau in ieder geval heel goed beargumenteerd zal moeten worden.

Op scherp gezet

Dat doet ze vooral door de discussie over gaswinning in het vonnis op twee opvallende manieren op scherp te zetten. Ten eerste stelt ze de relevantie van de „ondergrens van leveringszekerheid” in het dossier ter discussie. Dat is nieuw: de afgelopen jaren was de noodzaak om gas te blijven leveren het sterkste argument van Kamp om de gaswinning niet te snel af te bouwen en op een bepaald niveau te houden. In interviews en in de Kamer hamerde hij voortdurend op de balans tussen leveringszekerheid en veiligheid. De gaskraan te ver dichtdraaien was geen optie, als we het tenminste warm wilden hebben in de winter.

De Raad van State vraagt zich nu openlijk af of die ondergrens wel altijd opweegt tegen de risico’s – in ieder geval moet dat zeer goed beargumenteerd worden, zo schrijft het vonnis.

Van het gas af

Ten tweede vindt de rechter dat Kamp meer aandacht had moeten besteden aan maatregelen om de vraag naar gas te verminderen. Kies je niet voor die maatregelen maar voor risicovolle gaswinning, dan moet je ook dat goed onderbouwen, aldus de Raad. Dat zinnetje vraagt aan het kabinet om bij een volgend besluit expliciet stil te staan bij waarom er niet wordt ingezet op meer routes om „van het gas” af te gaan – tot vreugde van Milieudefensie.

Hoewel dit vonnis nog veel openlaat, stuurt de Raad van State het kabinet toch in een duidelijke richting. Wat Wiebes daarmee doet zal het komende jaar moeten gaan blijken. Hij sprak woensdag in een verklaring alleen van een „stevige uitspraak”.