‘Snoeihard aanpakken, de gasten die dit flikken’

Laurens-Jan Brinkhorst en Henk Bleker De mestfraude in Zuid-Nederland heeft volgens de D66’er één ding aangetoond: het aantal varkens moet omlaag. Bleker (CDA) hoopt nog op innovatieve oplossingen.

Henk Bleker en Laurens Jan Brinkhorst. Foto David van Dam

Laurens-Jan Brinkhorst (80) en Henk Bleker (64) zetten koffie. Beide heren staan gebroederlijk in de keuken van het appartement van Brinkhorst tegenover landgoed Clingendael in Den Haag. Ze zijn ieder een paar jaar de baas geweest op Landbouw. Brinkhorst als D66-minister van 1999 tot 2002. Bleker als CDA-staatssecretaris tien jaar later, van 2010 tot 2012.

Beiden bogen zich over het mestprobleem dat deze donderdag in de Tweede Kamer wordt besproken. Nederland kampt al meer dan dertig jaar met een mestoverschot en de bijbehorende milieuproblemen. Hoe kan het toch dat opeenvolgende kabinetten daar maar geen oplossing voor vonden?

Hun verhouding met de sector was zeer verschillend. Bleker („Ik kom van het platteland en spreek de taal van de boeren”) kon het uitstekend vinden met de agrarische sector. Hij is nu voorzitter van de branche-organisatie van bedrijven in handel, export, import en transport van levend vee.

Brinkhorst verkeerde daarentegen in constante staat van oorlog met de boeren. „Voor dit huis heeft bijna drie jaar een politiepost gestaan. Mijn ramen zijn ingegooid, mijn bomen in de fik gestoken. ’s Ochtends in alle vroegte werd ik opgebeld en uitgemaakt voor alles wat niet mooi is.”

In het boerenland hingen in die jaren poppen met de tekst ‘Brinkhorst Hitler’. Brinkhorst: „De reductie van de varkensstapel vanwege de mest en het milieu, daar begon het mee.” Hij ging van crisis naar crisis. De varkenspest, de dioxinecrisis, de gekkekoeienziekte en mond-en-klauwzeer. „Ik heb veel van doen gehad met de intensieve veehouderij.”

Bleker: „Ik had alleen maar de vogelgriep. Jij hebt in die drie jaar alles gehad.”

Brinkhorst: „Niet alles, ik heb niet de Q-koorts gehad.”

Bleker: „O ja, daar had ik nog de nasleep van.”

Ook Bleker had zijn vijanden. „Ik wilde het beheer van de Oostvaardersplassen diervriendelijker maken. Dat heeft tot heel vervelende bedreigingen geleid. Uit de hoek van de dierenfundamentalisten. Gewoon, idioten.”

Ze hebben allebei het artikel ‘Het Mestcomplot’ gelezen, afgelopen zaterdag in NRC. Daaruit bleek hoe in Oost-Brabant en Noord-Limburg veehouders, mestbedrijven en hun adviseurs samenspannen bij de fraude met dierlijke mest. Van de mest wordt stiekem een flink deel uitgereden op het land, waardoor grond- en oppervlaktewater ernstig vervuild zijn. Van de door NRC onderzochte mestbedrijven in het gebied blijkt bijna tweederde al eens veroordeeld, verdacht of beboet.

Lees ook: Het Mestcomplot

Bleker: „Ik ben er behoorlijk van geschrokken. Ik heb me voorgenomen om er niet te veel over te zeggen. Maar dat het een vorm van georganiseerde criminaliteit zou zijn, dat was mij niet op die manier bekend.”

Brinkhorst: „Net als de heer Bleker ben ik reuze geschokt, ik ben alleen iets minder verbaasd. Kijk, de varkenshouder wil geen kosten hebben voor de afvoer van die mest. Die wil de kosten afwentelen door te sjoemelen of door het kwijt te raken. En dat ligt niet alleen aan de individuele varkenshouder. Varkenshouders zitten in een sector waar een cultuur van corruptie – dat kun je rustig zeggen – is ontstaan en waar de overheid niet goed op toeziet. Ik vrees dat we voor een heel groot probleem staan.”

Bleker: „Ik zie geen cultuur van corruptie. Ik woon een groot deel van mijn tijd op het platteland en heb te maken met mensen die onze Groningse akkerbouwers voorzien van mest uit Brabant en het oosten van het land. Het zijn keurige ondernemers. Maar als het waar is wat jullie hebben aangetroffen, dan zeg ik: snoeihard aanpakken, die gasten die dit flikken. Punt.”

Brinkhorst: „Ik denk dat ik het met dat laatste wel eens ben.”

Wat is er aan de hand in de mestsector?

Bleker: „We zijn in Nederland innovatief geweest in de landbouw, maar we zijn één terrein vergeten en dat is de mest. Daar doen we het nog net als vijftig jaar geleden, alleen nu met gigantisch veel meer dieren.”

Brinkhorst: „Toen ik aantrad, werd er al te veel mest geproduceerd. Er waren zestien miljoen varkens. Toen ik wegging waren er nog tien miljoen. Nu zijn we weer in de buurt van de vijftien miljoen.”

Er zijn te veel varkens, meent Brinkhorst, als je het afzet tegen wat Nederlanders consumeren. „Van elke drie varkens consumeren we er een en we exporteren er twee. Maar alle mest blijft hier.”

Bleker: „De omvang van de sector is niet disproportioneel. Dat is ook niet de oorzaak van het probleem.”

Bleker heeft een andere oplossing, voor het mestoverschot én de fraude. „Het overschot maakt dierlijke mest een dumpproduct, met een negatieve prijs. Maar zie het nou als een grondstof met allerlei mineralen, zoals fosfaat. Overal in de wereld is een tekort aan fosfaat. Zorg dat boeren een deel van hun mest moeten bewerken. Die positieve waarde resulteert in een positieve prijs. Dan trek je het fundament onder de fraudepraktijken weg.”

Mijnheer Bleker, u hebt als staatssecretaris ingezet op deze bewerkingsplicht. Het loste het mestoverschot niet op.

Bleker: „Dat komt ook omdat ik veel te kort staatssecretaris ben geweest.” Hij lacht. „Maar dat was wel de inzet van mijn beleid ja.”

Brinkhorst: „Herinner jij je hoeveel varkens er in jouw tijd waren?”

Bleker: „Oeh, niet veel minder dan nu.”

Brinkhorst: „Dat denk ik ook. Na mijn vertrek is er toch een terugval in oude gebruiken geweest.”

Bleker: „Ja, door de varkenspest, dat is logisch.”

Hoe komt het volgens u dat het mestprobleem al ruim dertig jaar voortduurt?

Brinkhorst: „Ze hebben de spelregels die onder mij zijn uitgevaardigd gewoon niet gehandhaafd. En de sector heeft zich systematisch niet aan de regels gehouden. Meneer Bleker ziet niet dat er een structureel probleem is. Dat mestoverschot is niet weg te werken zonder een significante reductie van het aantal varkens. Dat zijn lastige dingen. Maar we sluiten ook kolencentrales omdat ze een belangrijk milieuprobleem vormen. Waarom dan geen varkenshouderijen?”

Bleker: „De veehouderij zorgt voor een geweldige export en werkgelegenheid! En er is een structurele oplossing zónder dat we meteen op een rigoureuze manier het aantal dieren hoeven terug te brengen.”

Brinkhorst: „De quota waren noodzakelijk en je ziet: zodra die worden opgeheven, loopt de hoeveelheid mest weer op. De grootste oorzaak van het mestprobleem zijn de varkenshouders.”

Bleker: „Ik zie het anders. We verstoken in ons land twee miljard kuub aardgas voor het produceren van kunstmest. Dat is ongeveer 8 procent van wat er jaarlijks uit Groningen wordt gepompt. En waarom gebruiken we kunstmest? Omdat de mineralen van dierlijke mest niet worden geaccepteerd als vervanger van kunstmest, door Europese regels. Daar ontstaat nu pas een beetje ruimte voor. Als we het voor elkaar krijgen de mest te bewerken tot bruikbare mineralen, kunnen we de kunstmest reduceren. Dát is pas goed voor het klimaat.”

Brinkhorst: „Maar waarom is het dan al die jaren niet gebeurd?”

Bleker: „Boeren en mesthandelaren hebben altijd naar de goedkoopste oplossing gezocht. En de goedkoopste oplossing was: ik breng het naar de boeren in Groningen.”

Brinkhorst, zacht: „Ja, of ze dumpen het in de sloot.”

Bleker, onverstoorbaar: „Maar als je als overheid zegt: ‘Beste vrienden, je moet 30 procent van je mest bewerken tot bruikbare mineralen’, dan heb je het probleem grotendeels opgelost. Ik geloof er nog steeds in.”

De overheid stopte al honderden miljoenen euro’s aan subsidie in mestfabrieken en vergisters, zonder veel resultaat.

Bleker: „Het is niet gelukt, nee. Maar daarvoor moet u bij mevrouw Dijksma zijn en meneer Van Dam [Landbouw-staatssecretarissen van de PvdA in het kabinet-Rutte II]. Die zijn er niet voluit achteraan gegaan. Een gemiste kans.”

Al ruim dertig jaar is mest een probleem. Maatregelen hielpen soms, meestal slechts tijdelijk. Lees ook: 33 jaar mestbeleid

De sector slaagt er zelf ook niet in het mestprobleem op te lossen.

Brinkhorst: „Precies, en daarom moet het serieus worden aangepakt door de overheid. Met sancties, dat spreekt vanzelf.”

Bleker: „Wat ik niet van jou begrijp Laurens-Jan, je bent nog steeds D66’er toch?”

Brinkhorst: „Zeker, ik ben erelid van die club.”

Bleker: „Nou, D66 is toch de partij van innovatie in de economie? Dan wil je toch innovatieve oplossingen voor de mest zonder de sector meteen te halveren?”

Brinkhorst: „Halveren heb ik niet gezegd. En als er met innovatie wat bereikt kan worden, moet dat uit de sector zelf komen. Dat is niet heel waarschijnlijk. En als het al lukt, gaat het aanzienlijk veel tijd kosten. Die tijd hebben we niet.”

Bleker: „De verantwoordelijkheid ligt bij de sector zelf ja. Maar de varkenssector is niet draagkrachtig en de keten is niet sterk georganiseerd.”

De toezichthouder NVWA heeft per dag in het zuiden vijf mensen op de weg om 600 vrachten te controleren. Voldoende?

Bleker: „Het is een risicovolle sector. Dus om het op zijn Gronings te zeggen: ‘dat aantal valt me niet mee’.”

Maakt het uit tot welk ministerie de NVWA behoort, Landbouw of Volksgezondheid?

Bleker: „De NVWA moet een zelfstandige positie hebben ten opzichte van het departement, welk dan ook.”

Brinkhorst: „Els Borst en ik hebben de toezichthouder onder Volksgezondheid opgezet. Er was toen zoveel gerotzooi met ziekten. Onder minister Veerman (CDA) is de toezichthouder overgegaan naar Landbouw. De wetgeving is zo vervlochten met Landbouw dat ik het niet goed zou vinden om het daar nu weg te halen.”

Wat moet minister Schouten (CU) doen?

Brinkhorst: „Haar belangrijkste taak is het ontwikkelen van een langetermijnvisie, waarin de reductie van de varkenssector een belangrijke rol speelt. In tweede plaats: een systeem van ketenaansprakelijkheid. Je kunt niet achter iedere boer een politieman zetten. Maar ook de financieringsorganisaties moeten gesaneerd worden, de Rabobank zoals u schreef, de adviseurs.”

Dan zegt Bleker het ook: „Er zijn gebieden in ons land waar maatschappelijk gezien sprake is van een te grote concentratie van varkenshouderijen, vooral in Oost-Brabant en het noorden van Limburg. Laat de sector en het ministerie dáár zorgen voor een warme sanering. Daar is het echt te intensief geworden.”

Daarnaast verdient de varkenssector nog een laatste kans om het mestoverschot op te lossen met technologische oplossingen, meent Bleker. „Als ze die niet grijpen, dan zit er niks anders op dan de route die nu al door de heer Brinkhorst wordt aangegeven: de landelijke reductie van het aantal dieren. Als laatste middel.”

Brinkhorst: „Ik wil een suggestie doen. Kijken hoe de heer Bleker daar op reageert. Ik denk dat er innovatie moet komen waardoor de sector sterker wordt, maar dat een aantal bedrijven daar niet aan kan voldoen. Dat leidt dan toch tot een kleinere sector. Dat past in het verhaal waar dit kabinet voor staat: een serieuze verbetering van de duurzaamheid van Nederland. Het lijkt me logisch als mevrouw Schouten deze uitdaging oppakt.”

Zoals het nu is, kan het niet blijven, zegt u beiden?

Brinkhorst: „Ja.”

Bleker: „Ja. Regionaal is er nu al aanleiding voor reductie. Als de sector de innovatieve oplossing niet oppakt, is er over vijf jaar een verplichte regie van de overheid nodig.”

Brinkhorst: „De methode-Brinkhorst als ultimum remedium.”

Bleker: „Maar dan sta je er niet alleen voor, dan sta ik naast je.”

Brinkhorst: „Dan worden we samen bedreigd!”