Column

Maizena

Ik was nooit ziek, maar sinds ik kinderen heb, ben ik het wel. Vaste routine: eerst de ene dochter, dan de jongste, dan ik en als klapstuk de vriendin. Ik voelde het onheil alweer naderen, maar ik ging toch naar een voor mijn gevoel verplicht feestje. Vooraf eten met een vriend. Maizenapap verkocht als kaasfondue.

Hij, een Fries, bestelde een Berenburg voor me. Alsof hij naar de apotheek was geweest.

„Zeventig kruiden! Gewoon achteroverslaan, ik kreeg het als baby al.”

Verhaal over een jeugd in Friesland.

Bevalling met een tang, Berenburg in plaats van borstvoeding, Berenburg bij de tandarts, Berenburg na het schaatsen, Berenburg bij sterfgevallen en tussendoor nooit ziek.

Daarna naar het zaaltje.

Toespraakjes, een kwis, allemaal heel leuk, maar ik deelde zweterige handjes uit. Ze gingen rond met hapjes. Ik nam een knakworst die ik vreemd vond smaken. Het was een gefrituurde kaasstengel.

Toen ze gingen dansen, wist ik dat ik nu wel genoeg mijn best had gedaan.

De eerste keer in de laatste sprinter van Amsterdam richting de Zaanstreek. Aan alle kanten Zaankanters om me heen, de meerderheid had gezopen.

Ik maar één Berenburg, maar ik voelde de vernedering omhoogkomen.

Op zoek naar het toilet.

Deur op slot.

Het was onduidelijk of er iemand op zat.

Ik rammelde zo wanhopig aan de deur dat het opviel.

„Moet ik ’m voor u opentrappen?”, vroeg een Zaankanter.

Daar kwam het al, even later stond ik met de schoenen in de maizena.

De conducteur, normaal zie je ze nooit, kwam er ook even naar kijken.

Dan kun je wel zeggen dat je ziek bent, maar dat had hij vaker gehoord.

„Dat zeggen ze allemaal.”

De volgende dag zakte het en de dag daarna was ik weer het mannetje.

Wandelingetje met de oudste dochter op de schouders.

Kopje koffie bij het enige café van het dorp.

Goedemiddag, koekje erbij.

We zaten tevreden de nieuwe bewoners uit te hangen, toen ik ze aan een ander tafeltje over ons zag smoezen. Wat leuk, dacht ik nog, ze herkennen me hier.

Ik knikte vriendelijk en liep bij het weggaan even langs voor een praatje want dat is toch wel de charme van een dorp. Een echtpaar op leeftijd, ze waren vrijdag naar een theater in Amsterdam geweest.

Leuk, natuurlijk.

De man: „En met de laatste trein terug …”

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.