IDFA nieuwe stijl staat in het teken van de terugblik

Documentairefestival

De eerste IDFA-editie zonder oermoeder Ally Derks begon met een mooie, compacte film over de Egyptische revolutie.

Scène uit de openingsfilm Amal, van de Egyptische regisseur Mohamed Siam.

De dertigste jaargang van het Internationaal Documentaire Festival Amsterdam opende woensdagavond met de Egyptische film Amal. Het wordt de eerste editie zonder festivalmoeder Ally Derks, die deze avond werd benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

IDFA-voorzitter Derk Sauer vertelde vanaf het podium hoe Derks hem ooit in Moskou rekruteerde: door hem onvermoeibaar te belegeren en zijn echtgenote in te pakken, zodat nee tenslotte geen optie meer was. Haar „levendige persoonlijkheid, eindeloze energie, chaotische bos rode krullen, indringende blauwe ogen en diepe, rokerige stem” had IDFA van een evenement met veertig films en een plukje vrijwilligers veranderd tot het huidige slagschip met 319 documentaires uit 69 landen. „Het gezelligste én grootste documentairefestival ter wereld”, aldus Derks opvolger Barbara Visser in Koninklijk Theater Carré.

Lees ook het interview dat NRC in 2016 had met Barbara Visser: ‘In de kunstwereld draait alles om status en geld’

Het is hachelijk in zo’n kolossaal filmaanbod trends aan te wijzen. Toch: waar het aantal pamfletfilms en utopische betogen dit jaar afneemt, staan veel films in het teken van de terugblik. Hoe is het zover gekomen? Hoe geraakten we van Obama bij Trump, van Arabische Lente naar IS, van Occupy naar alt-right, van Twitterrevolutie naar Facebookbubbels?

Het terugkijken begon woensdag in Carré al met de mooie, compacte Egyptische openingsfilm Amal van Mohamed Siam. Hij volgde ruim zes jaar de Egyptische cyclus van revolutie en restauratie via Amal, een vijftienjarige meisje uit de hogere middenklasse van Kairo. Amal, ‘hoop’ in het Arabisch, leren we anno 2012 kennen als een wildebras met hoodie die met de jongens wil meedoen: voetballen, politie uitschelden, protesteren op het Tahrirplein tegen de politiestaat van dictator Mubarak. Op tv-beelden die de wereld over gaan, sleurt een agent Amal over de tegels tot het haar van haar schedel scheurt.

Daarna zien we een meisje in vijf jaar vrouw worden terwijl de idealen verwaaien. En ontdekken we via homevideo’s dat Amal zelf een kind van het staatsapparaat is: haar overleden vader was agent, haar moeder is rechter, haar oom gouverneur van Kairo. „Je bent corrupt, corrupt”, schreeuwt Amal als haar moeder in 2012 op establishmentskandidaat Shafik stemt. Maar Morsi en zijn moslimbroeders? Het is pest of cholera, zucht Amal; als het leger Morsi afzet en de restauratie inluidt, is dat voor haar al achtergrondruis. Dan heeft ze het druk met hangen, dansen, make-up en vriendjes, niet met politiek. Al is desillusie meer iets voor oude mensen: voor Amal is het Tahrirplein gewoon een spannende herinnering geworden. Weet je nog dat die traangasgranaat in je schoot landde? Ze overweegt een loopbaan bij de politie.

Sterke vrouwen

De keus voor Amal als openingsfilm past ook in de „sterke vrouwen en problematische mannen” die artistiek directeur Barbara Visser als rode draad door haar filmaanbod ziet lopen. Het aantal portretten van krachtige vrouwen valt op: matriarchen, een shariarechter, een Saoedische dichteres, een Brusselse no-nonsense onderzoeksrechter. Terwijl de mannen doorgaans verknipt zijn: perfide grootwildjagers en skinheads, een genocidale monnik, Julian Assange.

Wat Barbara Vissers selectie onderscheidt van die van Ally Derks? „Ik denk dat Ally eerder gaat voor de goede zaak en ik voor de bijzondere vorm”, zegt Visser desgevraagd. Ze legt dit jaar de nadruk op camerawerk in het programma ‘Camera in Focus’ en heeft als eregast de Amerikaanse internetpionier Jonathan Harris uitgenodigd. Hij stelt ook een filmtop-10 samen.

Nadruk op het filmische

Uiteraard blijft ook veel bij het oude. IDFA behoudt de feestelijke glitterrand van mode, sport, media en muziek, met ook veel live-optredens. Visser heeft minder op met navelstaren en egodocumentaires, maar betreurt het dat er zo weinig postmoderne essays werden aangeboden, „Dat komt ook omdat het stempel van Ally Derks meer sociaal-maatschappelijk is.”

Visser, die zelf een film aan het maken is, denkt maar één jaar artistiek directeur van IDFA te zijn. Haar visie op de toekomst? „Er is nu zo veel informatie beschikbaar op internet dat er nog meer nadruk moet komen op het filmische. Ik geloof ook in documentaires die zichzelf, net als de kunst, onderzoeken en laten zien dat de werkelijkheid kneedbaar is.” Dat alt-right en Donald Trump inmiddels aan de haal zijn gegaan met dat soort postmoderne inzichten – alles is subjectief, ieder zijn eigen feiten, moge het beste ‘discours’ winnen – doet daar volgens Visser niets aan af.