Cultuur

Interview

Interview

Componist Klaas de Vries, zijn vrouw Gerrie en hun dochter Jellantsje de Vries.

Foto Andreas Terlaak

Familie De Vries en de tonale hemel

Spiegelpaleis: een familiegesprek met componist Klaas de Vries, zangeres Gerrie de Vries en violiste Jellantsje de Vries. Welke kant moet het op met de muziek? Componist Klaas de Vries formuleerde zijn antwoord in Spiegelpaleis.

Muziekfamilies zijn een fenomeen van alle tijden. Sinds Bach en zijn zonen bestaan er musici voor wie de huiselijke kring als vanzelfsprekend ook een podium of een werkplaats is – denk aan de Wijzenbeek-violisten, of aan de Rosenberg-gitaristen. In dit verband wil ik u voorstellen aan de veelzijdige familie De Vries:

Klaas de Vries (1944) is een van de voornaamste componisten van Nederland, tweemaal bekroond met de Matthijs Vermeulenprijs en als voormalig docent aan het Rotterdams Conservatorium mentor van generaties toondichters. Hij is getrouwd met mezzosopraan Gerrie de Vries (1956), die een internationale reputatie heeft als vertolkster van twintigste-eeuws en hedendaags repertoire. Hun dochter Jellantsje de Vries (1986) speelt viool in diverse orkesten en maakt deel uit van de innovatieve ensembles Looptail en The Stolz Quartet. Alle drie zijn ze nauw betrokken bij het avondvullende, persoonlijke kamermuziekwerk Spiegelpaleis, dat Asko|Schönberg dinsdag 28 november in De Doelen in première brengt. „Ik heb deze muziek speciaal voor hen geschreven”, zegt Klaas.

Is het anders dan anders, zo’n gezinsproductie? De eerste keer dat Jellantsje zelf professioneel met Gerrie samenwerkte merkte haar moeder wel op: „Wat bijzonder om jou vakmatig bezig te zien.” Klaas: „Maar verder doe je gewoon je werk.”

Gerrie: „Jellantsje is de violiste, Klaas is de componist. Als we repeteren zijn ze even niet mijn dochter en mijn man.”

Maar de rest van de tijd natuurlijk wel. En dan hebben ze het veel over composities waar Klaas aan werkt, zegt Gerrie, vooral de retorica: hoe zeg je iets het best? Bovendien draagt ze teksten en ideeën aan. Sinds ze samen zijn is Klaas steeds meer vocale muziek gaan schrijven, en dat is geen toeval. Van zijn twee grote, lovend onthaalde opera’s, A king, riding (1996) op teksten van Virginia Woolf en Fernando Pessoa en Wake (2010) op een libretto van de Britse schrijver David Mitchell, heeft hij „iedere noot aan Gerrie voorgespeeld”, zegt Klaas.

Na omzwervingen via Bussum, Antwerpen en Haarlem zijn Klaas en Gerrie twee jaar geleden teruggekeerd in Rotterdam, waar ze een prachtig appartement vlakbij het Centraal Station bewonen. Ook Jellantsje woont weer in Rotterdam – „op Zuid”. Alleen zoon Abel ontbreekt, die volgt in Londen een acteermaster. Abel heeft nooit noten willen leren lezen, al had hij ‘perfecte pianohanden’. Vroeger speelde hij wel op gehoor de finales van pianosonates van Beethoven na, „dat vond hij de meest opwindende stukjes”, zegt Klaas.

„Voor mij was muziek vanzelfsprekend”, zegt Jellantsje, „alleen had ik achteraf gezien niet voor viool gekozen.” En hoewel ze lijkt voorbestemd voor de muziek had ze eigenlijk danseres willen worden. Als kleuter maakte ze al een eigen choreografie op Stravinsky’s Sacre du printemps. Ze stopte voortijdig met ballet uit onvrede over haar lerares. „Je had duidelijke ideeën over hoe het moest”, zegt Gerrie. „Dat botste nogal eens.”

Jellantsje benadrukt dat ze nu „heel blij” is met de viool, maar liever nog had ze trompet gespeeld: „Die scherpe klank, melancholisch, maar toch helder… Ik moest heel vaak huilen bij trompetmuziek.” Bovendien houdt ze van verschillende genres en een viool is al snel klassiek. Terwijl een trompet: „Daar kun je alles mee.”

Zoals familiegesprekken gaan kent de conversatie veel scherpe bochten en bokkensprongen. De taartjes komen van een nieuwe markt om de hoek, een sympathieke tegenhanger van die dure Markthal. De manier waarop Klaas bij het inschenken van de koffie kan en deksel in één hand klemt – een dubbelgreep – voert naar de technische uitdagingen van zijn Vioolconcert, waarin ook een boel dubbelgrepen voorkomen. Jellantsje speelde het werk in 2013 in Mexico.

Een terugkerend thema, deze middag: het misverstand van de knieval. Dat je je als kunstenaar naar je publiek toe moet buigen, om maar zo veel mogelijk mensen te bereiken. Na de „enorme slachting” van de kunstbezuinigingen onder staatssecretaris van Cultuur Halbe Zijlstra zijn zalen conservatiever gaan programmeren en hebben veel goede kunstenaars voor de grootste gemene deler gekozen, aldus Klaas. Zij slagen erin hun broek op te houden, maar vaak wel ten koste van vernieuwing en creativiteit. Gerrie: „Als je naar het theater gaat wil je toch iets beléven! Niet zien wat je al kent.”

Jellantsje: „Het potentiële publiek voor nieuwe muziek is veel groter dan het lijkt. Ik merk na afloop van concerten dat zogenaamd moeilijke stukken mensen vaak het diepst raken. Maar als je het niet aanbiedt, kan niemand dat ontdekken.”

Jellantsje (l), Klaas en Gerrie de Vries.

Foto Andreas Terlaak

Iemand brengt Tarkovsky ter sprake. De films van de Russische cineast Andrej Tarkovsky zijn een gedeelde voorliefde van familie De Vries. Tarkovsky vertelde een anekdote over Cézanne, wiens schilderijen door de kunstwereld geprezen werden, terwijl zijn buurvrouw ze verschrikkelijk vond. Cézanne kon dat niet uitstaan. Hij wilde per se zijn buurvrouw bereiken, haar laten zien wat hij zag. Maar zijn buurvrouw begreep hem niet. En Cézanne kon nu eenmaal niet anders schilderen dan hij deed. Wil familie De Vries ook de buren bereiken? „Natuurlijk wil ik dat”, roept Gerrie uit. „En soms snap ik niet dat ik ze niet bereikt heb.”

Maar de les van Cézanne is ook dat je moet maken wat je moet maken. Klaas windt zich op over neo-tonale componisten die pochen dat ze „schrijven wat ze mooi vinden”. „Alsof Messiaen en Boulez dat niet deden!” Klaas vergelijkt de hausse van neo-tonale muziek met het „bouwen van een ruïne”: „Die muziek is doodgeboren voor ze überhaupt tot klinken komt.” Dat een componist als Max Richter muziek maakte voor een ‘slaapconcert’ vindt hij treffend: „Je valt al na vijf minuten in slaap, want er gebeurt helemaal niks.”

Ook daarover is familie De Vries het roerend eens. Jellantsje: „Eén maat van Beethoven is boeiender dan een heel stuk van Philip Glass.”

Zo belanden we bij de wezenlijke vraag die aan Spiegelpaleis ten grondslag ligt: waar staan we in de muziek? En waar moet het heen? Spiegelpaleis bestaat uit tien delen, waarin zich alternerend twee tegengestelde ontwikkelingen voltrekken: in de ene reeks stukken wordt de muziek steeds dissonanter en eindigt ze in geluidskunst en een door Gerrie gedeclameerde tekst van Tarkovsky, uit de film Nostalghia; de andere reeks beweegt zich juist in de richting van de tonaliteit, culminerend in een herschepping van het Adagio uit Schuberts Octet.

„De tonale hemel”, zo noemt Klaas dat slotdeel. Eigenlijk had hij die zelf willen componeren, maar omdat dat niet lukte koos hij voor muziek van ‘jeugdliefde’ Schubert. In 2012, toen een eerdere versie van Spiegelpaleis in première ging, gebruikte hij het Adagio in zijn oorspronkelijke vorm, maar dat beviel hem niet. Nu heeft hij Schuberts noten gehuld in een elektronisch floers van gong- en pianoklanken en er volgens Schuberts harmonische wetten een zangmelodie bij gecomponeerd.

Als tekst koos hij een gedicht uit de bundel Verrà la morte e avrà i tuoi occhi (‘De dood zal komen en hij zal jouw ogen hebben’) van Cesare Pavese. Het gaat over hoop, het openen van de hemel, maar het heeft ook een rouwrand: kort na het schrijven ervan maakte Pavese een einde aan zijn leven. De combinatie van romantische muziek en Italiaanse tekst doet „Puccini-achtig” aan, vindt Klaas.

Schuberts tonale hemel, Puccini – is dat hoe Klaas de Vries de toekomst van de muziek ziet? „Ik pretendeer niet dat ik het antwoord weet, maar ik wil wel de vraag stellen”, zegt hij. „Beide ontwikkelingen hebben bestaansrecht. Met Spiegelpaleis heb ik míjn antwoord gegeven.’

Spiegelpaleis van Klaas de Vries door Asko|Schönberg, Gerrie de Vries (stem), Jellantsje de Vries (viool) & René Uijlenhoet (live-elektronica). 28 nov Rotterdam & 30 nov Amsterdam. Inl: www.askoschoenberg.nl