Recensie

Batman gromt een heldenteam bij elkaar

Superheldenfilm

In ‘Justice League’ bouwt regisseur Zack Snyder zijn filmserie rond Superman, Batman, Wonder Woman en hun supervrienden van DC Comics uit. Hij laat zijn onmodieus sombere, messianistische toon varen, maar weet slecht raad met humor.

Justice League: The Flash (Ezra Miller), Batman (Ben Affleck) en Wonder Woman (Gal Gadot).

Winterkleuren. Een treurig fluisterliedje. Skinheads die een islamitische groenteboer terroriseren. Een zwerver met een bordje ‘I tried’. De intro van superheldenfilm Justice League snikt nog even na over de dood van Superman. Sindsdien is de wereld een tranendal. Maar dat was al zo toen Superman nog leefde. Spektakelregisseur Zack Snyder kreeg een paar jaar geleden van DC Comics de taak om rap een heldenteam rond zijn twee uitgewoonde steunpilaren Batman en Superman te formeren dat kon wedijveren met The Avengers, de hitmachine van rivaal Marvel. Snyder koos in Batman v Superman in 2016 voor grimmig messianisme, een broeierige toon en duistere esthetiek: het tegendeel van de kleurrijke, jolige ironie van Marvel. In de finale stierf Superman voor onze zonden. Helaas bleek de film een gehaast rommelpotje en sloeg Snyders zware toon, die voorheen gangbaar was bij superheldenfilms, niet meer zo aan.

De tweede film van DC Comics, Patty Jenkins’ Wonder Woman, koos een emotionele, maar lichtere toon. Dit derde deel van Zack Snyder sluit daarbij aan, ondanks het deprimerende intro.

Superman (Henry Cavill) is nog steeds dood; ‘frenemy’ Batman (Ben Affleck) moet dus in zijn eentje een superheldenteam bijeen grommen. Ze kunnen direct aan de bak, want de gehoornde schurk Steppenwolf, een galmende wereldverwoester met een legioen fladderende ‘parademonen’, valt met de deur in huis. Hij wil drie lichtgevende ‘moederdozen’ verzamelen die hij 5.000 jaar na een verloren veldslag op aarde achterliet. Na veel strijd ter land, ter zee en in de lucht is zijn moederdozencollectie compleet en rest hem de taak in zijn hoofdkwartier onder het roepen van „praise the mother of horror!” en „moe-ha-ha” te wachten tot de helden arriveren voor de grote finale.

Justice League blijkt een aardig, maar weinig verrassend ensemble, met naast Wonder Woman de gespierde watermacho Aquaman (Jason Momoa), de door identiteitskwesties getroebleerde techneut Cyborg (Ray Fisher) en de enthousiast stuntelende fanboy The Flash (Ezra Miller) voor ‘comic relief’. Al gaat het niet zonder Superman: dat hij uit zijn graf herrijst, is net zomin een spoiler als dat Gal Gadot niet kan acteren.

Voor zijn doen maakt Zack Snyder in Justice League best veel grappen. Niet zulke goede, de zelfrelativerende ironie van Marvel is hem vreemd, maar hij beseft kennelijk dat zijn plechtstatige toon echt uit de mode is als het gaat over mannen in spandex en vrouwen met gouden bh’s. Maar dat was wel Snyders eigen toon. Zo is Justice League wel coherent – winst vergeleken met Batman v Superman – maar ook een wat mechanische film zonder durf, ambitie of eigen smoel.