Cultuur

Interview

Interview

De welgestelde familie Laurent bestiert een bouwbedrijf in Calais.

‘We zijn een tragedie niet waard’

Michael Haneke In ‘Happy End’ ontleedt de regisseur het verval van een welvarend gezin in Calais. „We kunnen onszelf echt niet meer serieus nemen.”

Dat is Michael Haneke niet meer gewend. Zijn nieuwe film Happy End kreeg bij de première in mei op het filmfestival van Cannes slechts lauwe bijval. Hanekes nieuwe film is een fragmentarische zedenschets, die gaat over het verval van de welvarende familie Laurent in Calais, ook een brandpunt van de vluchtelingencrisis. Isabelle Huppert speelt het hoofd van de disfunctionele familie die een fortuin verdiende in de bouw. In Cannes viel Haneke eerder met films als Caché (Beste regie, 2005), Das weisse Band (Gouden Palm, 2009) en Amour (Gouden Palm, 2012) steevast in de prijzen. Maar hij sloot de jongste editie van het festival af zonder een prijs – ook dat komt niet vaak voor.

Die matte ontvangst is Michael Haneke zelf natuurlijk ook niet ontgaan. Toch praat hij ontspannen met de pers, in een hotel aan de Boulevard de la Croisette. Met zijn enorme staat van dienst en onbetwiste status als een van de belangrijkste Europese regisseurs van zijn generatie, kan hij zich ook wel eens een film permitteren die wat minder goed uit de verf komt. Michael Haneke: „Ik laat me door de reacties op mijn films graag verrassen. Als maker heb je daar toch geen enkele controle op.”

Happy End liet op zich wachten. Normaal gesproken maakt Haneke elke twee, drie jaar een nieuwe film. Nu is er vijf jaar verstreken sinds voorganger Amour. Haneke: „Zo’n lange pauze tussen films is in de laatste twintig jaar eigenlijk niet meer voorgekomen. Dat was voor mij ook een grote ergernis. Eigenlijk was het ook helemaal geen pauze. Ik heb na Amour betrekkelijk snel een nieuwe film geschreven. Maar ik ben er niet in geslaagd om de financiering rond te krijgen. Dat had een internationale coproductie moeten worden en dat bleek toch te gecompliceerd te zijn. Of misschien hadden mijn producenten gewoon te veel koudwatervrees. Als ik in een slechte bui ben, denk ik dat laatste. Daardoor heb ik twee jaar verloren. Vervolgens moest ik opnieuw beginnen en heb ik Happy End geschreven.”

De film speelt zich af in Calais, tegen de achtergrond van de vluchtelingencrisis. Maar dat blijft slechts een achtergrond.

„Ik kan geen film maken die direct over migranten gaat, omdat ik daar gewoon te weinig van afweet. Ik ken de ervaringen van migranten niet van binnenuit. Dan zou het heel lichtzinnig zijn om daar toch een film over te willen maken. Dat kan alleen maar een middelmatige televisiefilm opleveren: je pakt een belangrijk thema op en je verzint er vervolgens een film omheen, of je nu werkelijk iets van het onderwerp begrijpt of niet.

„Waar ik wél iets van begrijp, is onze houding ten opzichte van migranten. Daar kan ik een film over maken. Voor mij is dat thema ook helemaal niet nieuw. Eerdere films zoals Caché en Code Inconnu zijn ook films die op de een of andere manier over migratie gaan.”

Vat ‘Happy End’ uw eerdere films als het ware samen?

„Het is niet zo dat ik wilde citeren uit mijn eerdere films, of zoiets. Maar als je meerdere films hebt gemaakt, zie je op zeker moment natuurlijk wel vaste thema’s terugkeren, simpelweg omdat al die films afkomstig zijn uit hetzelfde brein. Dat je jezelf tot op zekere hoogte herhaalt, is onvermijdelijk. Ik blijf dezelfde persoon, die geïnteresseerd is in dezelfde thema’s.

„Als je als filmmaker een duidelijk eigen handschrift hebt, krijg je al snel het verwijt, dat je steeds dezelfde film maakt. Dat geldt niet alleen voor mij. Ingmar Bergman en Robert Bresson kregen dat ook te horen. Maar ik kan daar helaas niets aan doen. Dat is niet zozeer een kwestie van stijl, maar van thematiek. Het zijn nu eenmaal steeds dezelfde onderwerpen en thema’s die je het meest raken, ook op persoonlijk vlak. Ik maak films over wat me het meest beroert als mens.”

Spelen uw films zich daarom steevast af in het milieu van de welvarende burgerij?

„Dat is de sociale klasse waar ik zelf uit voortkom en die ik het beste ken. Een film over een familie is bijna automatisch ook meteen een film over de samenleving. Elke familie is een afspiegeling van de maatschappij. De hiërarchie in het gezin is altijd verknoopt met de hiërarchie in de samenleving.

„Ik moet er wel bij zeggen dat ik denk dat de haute bourgeoisie als klasse helemaal niet meer bestaat. We zijn tegenwoordig allemaal kleinburgers. Je hebt alleen nog mensen met meer geld en mensen met minder geld. Natuurlijk bestaan er nog wel sociale verschillen, maar iedereen is in wezen welvarend in onze verwende samenlevingen. Het klassieke proletariaat bestaat ook niet meer. Dat zijn tegenwoordig de immigranten, die de nederige beroepen moeten uitoefenen die niemand wil doen. We zijn allemaal enorm bevoorrecht. Wie zich dan toch nog voortdurend beklaagt, zou eigenlijk een draai om zijn oren moeten krijgen, vooral als je bedenkt welke problemen er elders in de wereld bestaan.”

De film heeft een andere sfeer dan uw eerdere werk: minder claustrofobisch, minder beklemmend, losser.

„We zijn een tragedie niet meer waard, maar misschien nog wel een farce. De westerse geschiedenis van het theater begint met de tragedie, daarna volgt het drama en uiteindelijk de farce. Het is onmogelijk om onszelf nog serieus te nemen. We kunnen ons als rijke westerlingen niet meer inbeelden dat we echt lijden. Het lijden vindt om ons heen plaats, in andere delen van de wereld. Wij zijn daar geen onderdeel van, we kijken ernaar als een schouwspel.”

Uw titel ‘Happy End’ roept speculaties op, dat dit misschien uw laatste film zou kunnen zijn.

„We zullen zien. Misschien komt er toch nog een verrassing.”