Cultuur

Interview

Interview

‘We gaan niet met Sint-Maarten om zoals met Griekenland’

Hans Leijtens

Sint-Maarten herstellen: dat is orkaanbestendig bouwen, corruptie en criminaliteit tegengaan en de economie reanimeren. „Een proeve van bekwaamheid voor het Koninkrijk”, zegt de coördinator.

De man die de wederopbouw van Sint-Maarten coördineert, was er pas afgelopen weekend voor het eerst – ruim twee maanden na de orkaan Irma die enorme verwoestingen op het eiland aanrichtte. „Heel bewust. Vanuit Nederland moest veel worden geregeld voor de noodhulp”, legt Hans Leijtens uit op het terras van zijn hotel aan Great Bay. „En het ging niet om mij. Ik vond het ongepast direct het woord te nemen.”

Op Sint-Maarten werkte Erwin Arkenbout intussen als Leijtens hoofd van de missie. De coördinator werkte vanuit Den Haag met een team van tot wel 38 mensen in Nederland en op Curaçao.

Na Irma bleef het op Sint-Maarten turbulent. Eerst waren er plunderingen en bereikte noodhulp delen van het eiland niet. Toen ruziede de regering van premier William Marlin met Nederland over de eisen voor wederopbouwgeld. Den Haag geeft 550 miljoen euro, op voorwaarde van een Integriteitskamer tegen bestuurlijke corruptie en betere grensbewaking. Ten slotte viel de regering. Verkiezingen vinden eind februari plaats.

Leijtens doorliep een succesvolle carrière binnen de Koninklijke Marechaussee. Een overstap naar de Belastingdienst was minder gelukkig: de beoogde hervorming van de dienst mislukte en begin dit jaar stapte hij op. Vervolgens werd Leijtens kwartiermaker van de al langer gewenste Integriteitskamer op Sint-Maarten.

Sint-Maarten is sinds oktober 2010 een autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Het eiland heeft Nederland herhaaldelijk bevoogding verweten. Nu samen optrekken is „een proeve van bekwaamheid voor het Koninkrijk”, zegt Leijtens. „Het is voor het eerst dat we zo met elkaar moeten samenwerken. Op basis van gelijkheid, maar ook met een statuut dat de onderlinge verhoudingen regelt. We kunnen niet met Sint-Maarten omgaan zoals met Griekenland tijdens de crisis – en dat willen we ook niet.”

Wat is u op uw eerste dag opgevallen?

„Het land ligt er belabberd bij. Ik kan er nog niet aan wennen dat een schip twintig meter landinwaarts ligt omdat het daar is neergekwakt. Tegelijkertijd zie je hier overal ‘Sint-Maarten Strong’ staan. Mensen hebben plannen, ambities, en zeggen: wij zien een nieuw Sint-Maarten.”

Heeft u gepraat met de regering? En wie is dat nu op Sint-Maarten?

„Daar hou ik me niet bezig. Ik ben heel binair en praktisch – het is aan of uit. Wie op dat moment aan tafel zit, is mijn gesprekspartner.”

In hoeverre is er een plan voor de wederopbouw?

„Sint-Maarten heeft een eerste interimrapportage opgesteld. Maar er is nog geen plan. Ik zoek naar de mogelijkheden. En niet Nederland gaat de wederopbouw doen. We gaan de wederopbouw stéúnen.

„Maar eerst moeten we de basisbehoeften van mensen goed regelen. Een dak boven hun hoofd, eten en drinken, werk, persoonlijk welzijn. Een randvoorwaarde is veiligheid. Je kunt geen toeristen aantrekken zonder veiligheid.”

Het land ligt er belabberd bij, maar mensen hebben plannen en ambities

Bewoners vrezen meer criminaliteit en plunderingen omdat massale werkloosheid dreigt en het geld voor lonen bijna op is. Is Nederland daarop voorbereid?

„Voor ons is het een reëel risico. Sint-Maarten heeft zichzelf groot gemaakt met toerisme. Ondernemers moeten nu kijken hoe ze mensen wél aan het werk kunnen houden; niet zoeken naar kortetermijnwinst, maar investeren in een economisch en sociaal gezond Sint-Maarten.”

Wat moet de Integriteitskamer, waar zoveel ophef om is, gaan doen?

„De Integriteitskamer zal een rol spelen bij het toezicht op de besteding van hulpgeld, maar is daar niet speciaal voor bedoeld. Ze is onafhankelijk en moet signalen over integriteitsschendingen opvangen, onderzoeken en er advies over geven. Desnoods kan het bevindingen, zoals strafbare feiten, aanleveren bij het Openbaar Ministerie.”

Wie controleert de Integriteitskamer? Volgens Nederland komt op Sint-Maarten corruptie voor in alle lagen van de bevolking en ook in het openbaar bestuur.

„Je moet goed kijken naar hoe je de kamer inzet en naar de leden. De kamer moet zonder inmenging van buitenaf kunnen functioneren. Sint-Maarten is een betrekkelijk kleine gemeenschap en de economie is per definitie kwetsbaar voor inmenging.”

Door criminelen?

„Zou kunnen, zeker. Als een land in de regio een goede propositie heeft voor een legale economie, trekt het ook een illegale economie aan.”

Nederland wil extra grensbewaking. Hoeveel marechaussees zijn dat?

„Zover zijn we nog niet. Maar Sint-Maarten kampt met een behoorlijke populatie vreemdelingen zonder papieren. Laten we zorgen dat die groep niet groter wordt, want dat legt extra druk op de bevolking van Sint-Maarten.”

Geschat wordt dat er evenveel legale als illegale inwoners zijn. Wat moet je met die laatste groep doen?

„Als Sint-Maarten dat vraagstuk wil oppakken, willen wij meedenken en helpen. Het is een substantiële groep, die zeker na de orkaan erg in de knel zit.”

Ondernemers zeggen misschien: illegalen zijn geen vraagstuk, ze zijn juist nodig voor goedkope arbeid.

„Dat lijkt mij geen duurzame oplossing voor Sint-Maarten. Nederland zal ook niet meewerken om die situatie in stand te houden.”

Hoe gaat u het land orkaanbestendiger maken? Je wilt niet dat alle herstel voor niets is als er volgend jaar weer een superorkaan komt.

„Dat zal een eis van Nederland zijn aan projecten waarin wij investeren. Building things better, dat willen we. Betere constructies, materiaal conform de normen. En dat we alle verleidingen om dat ‘een keertje niet te doen’ weerstaan.”

Sommige mensen maken zich zorgen over prijsafspraken. Hoe voorkom je bouwfraude?

„Met partners, zoals accountants en instituties, zullen we daar heel strak op toezien. Alles wat denkbaar is in regelgeving, aanbesteding en transparantie, moeten we gedaan hebben. Of we fraude 100 procent kunnen voorkomen, dat durf ik niet te zeggen.”