Over speeltuinen meepraten kan wel

Referendumwet De Tweede Kamer bespreekt deze week het voorgenomen einde van het referendum. Een verbetering van de huidige wet zit er niet in.

Meerderheid is nog altijd voor volksraadpleging

Kees van der Staaij is geen fan van referenda. Zijn partij is altijd tegen het houden van volksraadplegingen geweest, die zouden volgens de SGP niet passen bij de vertegenwoordigende democratie. Toch is Van der Staaij bijzonder kritisch over de beslissing van Rutte III om het raadgevende referendum, na één experiment met het Oekraïneverdrag, maar rigoureus te schrappen. Met deze „lange neus” naar de kiezer loopt de politiek het risico een „tevreden technocratie te creëren waarin burgers zich niet meer vertegenwoordigd voelen”, zegt hij.

Het voornemen om een streep door het referendum te zetten zal deze week aan de orde komen tijdens de behandeling van de begroting van Binnenlandse Zaken, het debuut van minister Kajsa Ollongren (D66) in de Tweede Kamer. Van de vier coalitiepartijen is het voor die van haar het moeilijkst uit te leggen waarom het referendum moet verdwijnen. D66 was een van de initiatiefnemers van de wet die raadgevende referenda mogelijk maakte. Maar in mei trok de partij de handen af van een vervolginitiatief om referenda bindend te maken. In de formatie met uitgesproken referendahaters VVD, CDA en ChristenUnie sneuvelde ook de bestaande variant.

Vrijwel de gehele oppositie keert zich tegen dat voornemen. SP, PVV, PvdD, 50Plus en FvD willen bindende referenda. GroenLinks, PvdA en Denk willen de raadgevende versie houden. Verschillende groepen zijn al steunbetuigingen aan het verzamelen om, zodra de afschaffing door de senaat is, een referendum af te dwingen over het referendum. Zo’n stemming zou op een politiek gevoelig moment gehouden kunnen worden, bijvoorbeeld gelijktijdig met de verkiezingen voor de Provinciale Staten – en dus de Eerste Kamer – in maart 2019.

Onderzoeken laten al sinds de jaren zeventig zien dat een flinke meerderheid van de bevolking voorstander is van het houden van volksstemmingen – al dan niet bindend. Al is het enthousiasme sinds het Oekraïnereferendum wel gedaald onder kiezers van met name PvdA en D66. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het binnenkort te verschijnen Nationaal Kiezersonderzoek die NRC voor publicatie mocht inzien.

Rob Jetten zit sinds maart voor D66 in de Tweede Kamer en wil best verhelderen waarom zijn partij van het raadgevend referendum af wil. „Wij zagen dit als tussenstap naar een correctief referendum, waarvoor de Grondwet gewijzigd moet worden. Wij dachten dat als we ermee experimenteerden, de steun voor referenda zou toenemen.” Het referendum over het associatieakkoord tussen de Europese Unie en Oekraïne in 2016 deed volgens hem het tegenovergestelde. „Het huidige referendum is geen handrem, maar een advies. Maar als kiezers het gevoel hebben dat er niets met hun stem gebeurt, helpt dat niet voor het vertrouwen in de politiek. En ook niet voor het fenomeen referenda”, aldus Jetten.

In ruil voor het schrappen van het referendum kreeg D66 de gekozen burgemeester. Althans: een maatregel die het ooit in de toekomst mogelijk moet maken om burgemeesters rechtstreeks te kiezen. En het regeerakkoord belooft iets dat right to challenge heet: het recht van burgers om op lokaal niveau alternatieve plannen voor collectieve voorzieningen te bedenken, zoals het beheer van een zwembad of de inrichting van een speeltuin.

Nog los van de vraag of de gekozen burgemeester er echt ooit komt, is wat het regeerakkoord biedt „het antwoord op een heel andere vraag”, zegt Frank Hendriks. Hij is hoogleraar bestuurskunde in Tilburg en deed onderzoek naar referenda in binnen- en buitenland. „Aan de behoefte aan meestemmen via referenda kun je niet voldoen door mensen te laten meepraten of een burgemeester te laten kiezen.”

Hendriks vindt dat het raadgevend referendum meer tijd had moeten krijgen om te rijpen. „In fatsoenlijke democratieën als Denemarken en Ierland vormen referenda een prima aanvulling op de representatieve democratie. Als het instrument langer bestaat, wordt er minder vaak naar gegrepen. Maar de wetenschap dat elk besluit tegenover een breed publiek verantwoord moet kunnen worden, houdt de politieke elite wel scherp.” Politieke tegenstanders van het afschaffen zien het als een elitaire schoffering van de burgers die blijkbaar te dom worden geacht om verstandig te stemmen.

Net als andere deskundigen en een groot deel van de oppositie had Hendriks liever gezien dat de voorwaarden voor het raadgevend referendum zouden worden verbeterd. Vooral de opkomstdrempel van 30 procent en de grens van 300.000 handtekeningen, die digitaal relatief eenvoudig worden opgehaald, staan ter discussie. Net als het gebrek aan de mogelijkheid om kiezers vervolgvragen te stellen. Maar als het aan Rutte III ligt, wordt over mogelijke verbeteringen niet meer gesproken.

De vraag is hoe en wanneer het referendum wordt afgeschaft. Een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken kan „geen tijdpad schetsen” voor de intrekkingswet. Onzeker is of een eerder beloofde evaluatie van de wet er nog komt. En het is onduidelijk of het kabinet de intrekkingswet via een achterdeurtje onreferendabel zal maken. Technisch is dit mogelijk, bevestigde de Raad van State vorige maand.

Hoogleraar Hendriks lijkt dat onverstandig. „De vraag is of ze daarmee wegkomen: juridisch, politiek en vooral maatschappelijk.” Want het kan de woede over de afschaffing ook vergroten. „Ook zonder referenda kan de bevolking de politiek ‘adviseren’. Kijk maar naar volksraadpleging die de ANWB en De Telegraaf [in 2010] organiseerden tegen rekeningrijden of de actie tegen het idee van het vorige kabinet om bebouwing aan de kust toe te staan.” Die plannen werden onder maatschappelijke druk ingetrokken. „Terwijl dat soort stemmingen onbetrouwbaarder en kwetsbaarder zijn dan fatsoenlijk georganiseerde referenda. Ik weet niet of de Haagse politiek daarmee beter af is ”, zegt Hendriks.

In onze podcast Haagse Zaken vertellen politiek redacteuren Emilie van Outeren en Pim van den Dool meer over de afschaffing van het referendum.