Kabinet: Rusland probeert politiek en publieke opinie te beïnvloeden

In Nederland zijn structureel Russische inlichtingenofficieren werkzaam die onder valse vlag informatie verzamelen, schrijft minister Kajsa Ollongren (D66).

Kajsa Ollongren Foto Lex van Lieshout/ANP

Rusland probeert in Nederland de politieke besluitvorming en publieke opinie te beïnvloeden. „Nederland staat in het vizier van onder meer Russische inlichtingendiensten”, schrijft minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren (D66) dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer.

Ollongren schrijft verder dat er in Nederland „structureel” Russische inlichtingenofficieren werkzaam zijn „die zich in uiteenlopende geledingen van de samenleving begeven om onder valse vlag informatie te verzamelen die voor Rusland van belang is”.

De brief van Ollongren komt na het weekend waarin CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt in opspraak is geraakt. In het politiek gevoelige dossier rondom de MH17, waarbij in juli 2014 298 mensen om het leven kwamen, onder wie 196 Nederlanders, liet hij op een bijeenkomst voor nabestaanden een nepgetuige twijfel zaaien over de toedracht van de aanslag. De man werd door de autoriteiten in Oekraïne verdacht van betrokkenheid bij pro-Russische strijdgroepen.

Omtzigt gaf maandag toe dat hij „onzorgvuldig” heeft gehandeld en legde zijn woordvoerderschap op dit dossier „de komende tijd” neer. De CDA-fractie praat dinsdag over de kwestie.

Over de toedracht van de ramp met vlucht MH17 wordt informatie verspreid die aantoonbaar niet klopt

In haar brief schrijft Ollongren dat Rusland gebruik maakt van „digitale middelen” om „besluitvormingsprocessen, beeldvorming en de publieke opinie” te beïnvloeden. Als voorbeeld van zo’n dossier noemt zij het MH17-proces, waarbij volgens de minister „beïnvloeding en manipulatie een voorspelbare dreiging” zijn.

Ollongren noemt het bestaan in het verleden van een nepsite in Rusland die de indruk wekte een officiële Nederlandse overheidssite te zijn. Op deze site stond informatie over onder meer het MH17-dossier. Op de vraag om andere concrete voorbeelden, wilde de minister dinsdag geen antwoord geven.

Volstrekt onwenselijk

Het kabinet vindt politieke beïnvloeding door alle statelijke actoren „volstrekt onwenselijk”, schrijft Ollongren, en wil hier tegen optreden. Dat wil de minister doen door extra geld uit te trekken, jaarlijks 95 miljoen euro voor cyberveiligheid, zoals al in het regeerakkoord stond. Ook wil Ollongren het bewustzijn bij politieke partijen over de risico’s van beïnvloeding in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen vergroten. De minister wijst in brief ook op het belang van de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, die de geheime diensten de bevoegdheden geeft „verstorende activiteiten” te ondernemen.

NRC schreef de afgelopen dagen uitgebreid over hoe in Nederland desinformatie wordt verspreid uit pro-Russische hoek. Zo blijkt dat een netwerk van pro-Russische activisten probeert de publieke opinie te bespelen door demonstraties te organiseren en op internet te ageren tegen de „demonisering van Rusland”. Ook bleek dat nabestaanden van de MH17-ramp worden lastiggevallen door oplichters die zeggen te weten wie voor de ramp verantwoordelijk is.

De brief van Ollongren is een reactie op vragen van CDA-leider Sybrand Buma. Hij vroeg het kabinet onlangs in het debat over de regeringsverklaring prioriteit te geven aan beïnvloeding van de Nederlandse democratie door landen als Rusland. Buma noemde zulke beïnvloeding in het debat „misschien wel een van de grootste bedreigingen van onze democratie” en verwees naar de inmenging van Rusland in de Amerikaanse presidentsverkiezingen.

Ollongren schrijft daarover dat de gebeurtenissen rond de Amerikaanse verkiezingen laten zien „dat statelijke actoren niet alleen de intentie en capaciteit hebben om zich via digitale middelen actief te mengen in democratische processen, maar dat ook daadwerkelijk doen.”