ING krijgt tik op de vingers van OESO om klimaatbeleid

CO2-uitstoot ING blijft veel geld steken in fossiele energie, klaagden vier maatschappelijke organisaties bij een meldpunt van de OESO. ING moet nu om tafel met de organisaties.

In 2015 had ING zo’n 24,5 miljard euro aan krediet aan de fossiele sector uitstaan. Foto Marco De Swart/ ANP

ING heeft dinsdag een publieke tik op de vingers gekregen vanwege het klimaatbeleid van de bank. Het Nationaal Contactpunt OESO-richtlijnen, dat toeziet op internationale normen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, verklaart een klacht tegen ING van vier maatschappelijke organisaties ontvankelijk.

ING, met een balanstotaal van 845 miljard euro de grootste bank van Nederland, is tevens de grootste private financier in Nederland van fossiele energie in binnen- en buitenland. Ontwikkelingsorganisatie Oxfam Novib, de milieugroeperingen Greenpeace en Milieudefensie en de ideële organisatie BankTrack – die banken onder de loep neemt – hadden in mei geklaagd bij het contactpunt van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in Den Haag. ING zou onvoldoende open zijn over leningen aan bedrijven die broeikasgassen uitstoten en zou te weinig doen om klimaatvriendelijker te worden. Ook zou het bedrijf klanten misleiden over hoe ‘groen’ het is. Dat zou in strijd zijn met de OESO-richtlijnen voor multinationals.

Wereldprimeur

Het is wereldwijd de eerste keer dat een klacht over het klimaat door een OESO-contactpunt wordt aangenomen, volgens de ngo OECDWatch. Onder leiding van het contactpunt gaat ING nu een „dialoog” aan met de vier organisaties om beter te gaan voldoen aan de OESO-normen. Daarna wil het contactpunt een eindoordeel vellen.

De OESO-normen voor internationale ondernemingen zijn juridisch niet bindend, maar critici kunnen wel verhaal halen via een contactpunt. Het Nederlandse contactpunt heeft vier onafhankelijke leden, ambtelijk ondersteund door de overheid. Voorzitter is Lodewijk de Waal, oud-FNV-voorzitter en tevens oud-commissaris bij ING. Dat het contactpunt de melding in behandeling neemt, is een tegenvaller voor ING. De bank noemt de klacht „onuitvoerbaar, onnodig en ongegrond”, maar wil wel meewerken aan de gesprekken.

Veel vuile energie

Centraal in het geschil staat de ING-portefeuille van leningen aan bedrijven in de fossiele energiesector. Onderzoeksbureau Profundo berekende voor onder meer Oxfam dat ING in 2015 2,8 miljard euro had uitstaan aan krediet voor duurzame energie, tegen 24,5 miljard (bijna negen keer zoveel) in de fossiele sector. Een woordvoerder van ING zegt dat deze cijfers „ongeveer” kloppen, maar voegt eraan toe dat de financiering voor nieuwe energieprojecten inmiddels voor 58 procent uit duurzame energie bestaat.

ING moet zelf rapporteren over het klimaateffect van ál zijn activiteiten, menen de organisaties. In de OESO-tekst staat sinds 2013 dat bedrijven worden „aangemoedigd” om verslag te doen van emissies van broeikasgassen, ook „indirect” – dat wil zeggen, niet door ING zelf, maar door de bedrijven die de bank financiert. Momenteel rapporteert de ING alleen over de eigen emissies, op basis waarvan het bedrijf stelt „klimaatneutraal” te zijn. Volgens de klagers is dat een misleidende boodschap.

‘Concurrenten beter’

ING zou „graag” ook die indirecte emissies in kaart brengen, zegt een woordvoerder van de bank in een reactie. „De werkelijkheid is helaas weerbarstiger. Er bestaat momenteel geen internationale standaard voor betrouwbare en vergelijkbare data.” Volgens Peter Ras, beleidsadviseur van Oxfam Novib, is dat te makkelijk. Concurrent ABN Amro „werkt actiever mee aan de opstelling van die standaarden”, vindt hij. De ING-woordvoerder stelt juist dat de bank „bij tal van initiatieven” is betrokken om standaarden op te stellen, onder meer met milieuorganisatie WWF.

Volgens de vier klagers doet ING ook te weinig om emissies van gefinancierde bedrijven te reduceren. In 2015 kondigde de bank aan geen nieuwe kolencentrales meer te financieren. Toch leende de bank daarna aan het Russische kolenbedrijf SUEK en aan Uniper, de ‘vuile’ afsplitsing van het Duitse E.ON. Volgens de bank ging dit om herfinanciering van deze bedrijven, niet om nieuwe energieopwekking.

In de OESO-normen staat dat bedrijven „op proactieve wijze” stappen moeten zetten om milieuschade te voorkomen. Volgens Ras zijn er genoeg voorbeelden van financiële instellingen die dit beter doen dan ING. De Volksbank bijvoorbeeld wil in 2030 op zijn gehele balans klimaatneutraal worden. Pensioenfonds Zorg en Welzijn wil de CO2- uitstoot van ondernemingen waarin het heeft belegd halveren in 2020.