Commentaar

Schaf dividendbelasting niet af, Rutte III

Toen Shell in 2005 besloot voortaan als een Britse PLC (public limited company) door het leven te gaan, was dat een schok. Voorheen had het concern een Nederlandse en een Britse tak, maar voortaan was de ‘Koninklijke’ Shell in wezen geheel Brits. Maar, zo werd verzekerd, het hoofdkantoor zou in Nederland blijven. Nu blijkt de locatie van dat hoofdkantoor toch weer inzet te zijn geweest bij een succesvol appel aan het te vormen kabinet-Rutte III. Al eerder werd de dividendbelasting op aandringen van Shell verlaagd van 25 procent naar 15 procent. Deze woensdag verdedigt premier Mark Rutte (VVD) het voornemen om ook de laatste 15 procent weg te strepen. Dat kost de overheid 1,4 miljard euro.

Lees ook de column van Menno Tamminga: Wat zou premier Mark Rutte woensdag in het Kamerdebat over het afschaffen van de dividendbelasting móeten zeggen?

De voornaamste reden zou zijn dat de vier grote multinationals daarop hebben aangedrongen. Twee van die vier, Unilever en AkzoNobel, liepen recent het risico te worden overgenomen. Dan zijn er nog Philips, en Shell. Of het afschaffen van de dividendbelasting echt helpt bij het behouden van deze bedrijven is de vraag. Er is terecht op gewezen dat het aantrekken van eigen vermogen, relevant in dit opzicht, voor deze ondernemingen een bijrol speelt bij het aantrekken van financiering. Dat geeft het afschaffen van de dividendbelasting eerder het karakter van een cadeau dan van een noodzakelijke maatregel.

Er wordt weinig of geen extra werkgelegenheid of andere macro-economisch voordeel gevonden als effect van de afschaffing. Een goed vestigingsklimaat heeft volgens economen meer te maken met onderwijs en infrastructuur, waar die 1,4 miljard veel effectiever kan worden ingezet.

Shell staat sterk: de locatie van het hoofdkantoor slechts een bestuursbesluit. Maar wie garandeert, na het verbreken van de vorige belofte, dat Shell over een paar jaar niet alsnog verhuist? Unilever verdedigde zich dit jaar tegen een overname door het Amerikaanse Kraft Heinz vooral door zich te profileren als een ‘groen’ bedrijf dat het beste voor heeft met de planeet. Die beleden maatschappelijke verantwoordelijkheid valt moeilijk te rijmen met de aansporing aan het kabinet om een volgende stap te maken in de internationale fiscale race naar de bodem.

Voor Rutte valt dit moeilijk uit te leggen. Zijn argument dat het VK bedrijven zou willen lokken in verband met de Brexit kan ook worden omgedraaid: internationale ondernemingen zouden juist om die reden het eiland willen verlaten. Dat de lage rente overnames aannemelijker maakt, kan eveneens omgekeerd worden gebruikt: het eerder belaagde Akzo onderzoekt nu zelf overname van het Amerikaanse Axalta.

De afschaffing van de dividendbelasting kwam als onaangename verrassing uit het regeerakkoord. Slechts na lang dralen werd aan de bedrijfslobby toegegeven. Rutte wekte irritatie bij de Belgische regering door dat land als meelijwekkend voorbeeld noemen van een land zonder multinationals. De ‘Paradise Papers’ wezen intussen op de essentiële rol van Nederland bij internationale belastingontwijking en de bijbehorende race naar de bodem. Coalitiepartners ChristenUnie en D66 waren al ongelukkig met het plan, het CDA ging om na veel twijfel, zodat alleen Ruttes eigen VVD een werkelijke verdediger is het plan.

Wat overblijft is een geur van chantage, een maatregel die slecht te onderbouwen valt, veel geld kost, niet effectief lijkt, de reputatie van Nederland verder aantast, en geen consensus heeft binnen het kabinet. Het beste advies voor Rutte III: zie er van af.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.