Column

Gras!

Afgelopen week werd ik om redenen waar ik niet verder op in kan gaan rondgeleid bij een aannemingsbedrijf. Ze deden grond-, weg- en waterbouwprojecten, maar hun specialiteit was gras. De rondleider vertelde dat ze zorg droegen voor de speelvelden van diverse internationale voetbalclubs. Voor ieder klimaat zijn er andere grassoorten vereist: er zijn grasrassen waar je sneller op speelt, gras waarvan de wortels relatief weinig water vasthouden (handig in gebieden waar het chronisch regent), gras dat bloeit bij vrieskou maar verpietert zodra het kwik boven de vijftien graden stijgt.

„De huidige opwarming van de aarde”, zei hij, „vraagt om robuustere gewassen: gras moet tegen meer en hardere neerslag kunnen. Daar wordt in laboratoria nu aan gewerkt. We veredelen soorten op basis van de veranderde weersomstandigheden. Het duurt zeven jaar, maar dan heb je ook wat.”

Op de fiets terug tolde mijn hoofd. Ik wist niet dat ik zoveel niet wist. Toevallig was ik op weg naar een spelletjesavond met mijn broer, zus en neefjes. Tijdens de donkere dagen triviant mijn familie zich graag een hersencoma en opeens viel me op wat voor beperkt deel van de algemene ontwikkeling wordt bevraagd bij het spel: basisweetjes uit onderbouw natuur- en scheikunde, wat topografiekennis en (als je editie oud genoeg is) vragen over de hits van Ben Cramer. Gras kwam niet aan bod, terwijl we daar dagelijks vaker mee worden geconfronteerd dan met wat bijvoorbeeld de hoofdstad is van Transnistrië.

Ik merkte dat ik daar een beetje opstandig van werd. Ik weet nog dat ik jaren geleden triviantte met een vrachtwagenchauffeur. „Weet ik veel wie Nap de la Mar was”, zuchtte hij. Hij wist wél dat volsyntheet olie na 120.000 kilometer moest worden vervangen.

Misschien, dacht ik, zouden we een Triviant op de markt moeten brengen over dingen die tot het basiskennispakket zouden moeten horen: hoe gras werkt, op welke temperatuur je katoenen gordijnen het beste wast, hoe je aardig aan je bovenburen vraagt niet zo te stampen. Een soort anti-triviant: in plaats van triviale kennnis, praktische kennis.

„Maar schatje”, zei mijn zus toen ik dat idee met haar deelde (en mijn neefjes me al een beetje begonnen uit te lachen), „het dagelijks leven is toch al zo’n soort quiz? Je zet overdag toch al die kennis in om de gootsteen te ontstoppen en om de potgrond voor je venusvliegenval te kiezen? Met Google als antwoordenkaart?”

Het dagelijks leven is al een soort anti-triviant! Meteen was ik van mijn grasverontwaardiging af. Een spelshow, dacht ik, het leven is één grote spelshow. Foutloos beantwoordde ik de finalevraag, over wie het dagboek van Anne Frank had geschreven.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.