Recensie

Clooney mixt cynisme en boze ernst in mislukte satire

Zwarte komedie

Met zijn welgemeende, maar mislukte zwarte komedie annex sociale kritiek ‘Suburbicon’ verspeelt George Clooney opnieuw krediet als regisseur.

Huisvader Gardner Lodge (Matt Damon) wil zijn echtgenote (Julianne Moore) uit de weg ruimen in Suburbicon.

Oorlogsepos The Monuments Men (2014) was futloos en flopte. Nu ook zijn zwarte komedie Suburbicon mislukt, wordt het de vraag of George Clooney wel zo goed kan regisseren.

Clooneys opzet is bittere satire over racisme. Onder de indruk van ‘Black Lives Matter’ wilde Clooney een film maken over de rellen van 1957 in modelbuitenwijk Levittown, Pennsylvania. Daar ontketenden een zwart gezin en een stokende postbode in 1957 een orgie van haat, compleet met brandende kruizen en Confederatievlaggen. En dat in een staat die aan de noordelijke kant streed in de Burgeroorlog.

Clooneys idee om dat grimmige verhaal als zwarte komedie te vertellen, is op zich juist: films over racisme blieft Amerika momenteel alleen als je erom kan lachen. Clooney kreeg de ingeving zijn Levittown-kroniek in een oud script van de gebroeders Coen uit 1986 te vouwen. Daarin ruimt de witte modelburger Gardner Lodge anno 1959 met hulp van twee sukkelige huurmoordenaars zijn invalide echtgenote uit de weg om met haar tweelingzus te kunnen trouwen. Zijn zoontje ruikt lont, een corrupte verzekeringsinspecteur eveneens.

Deze komedie van escalerend controleverlies lijkt een soort voorstudie voor Fargo; Clooney regisseert dat deel van Suburbicon redelijk competent, als een wat bitter uitgevallen Coens-pastiche. Maar dat cynisme past in het geheel niet bij de bozige ernst van de tweede intrige die Clooney erdoorheen snijdt. Daarin worden de Mayers, een dapper zwart gezin, een straat verderop geterroriseerd door een lynchmeute. De buitenwijk is zo door deze ‘indringers’ geobsedeerd dat niemand merkt dat vlakbij een waar bloedbad wordt aangericht.

Lees ook een interview met hoofdrolspeler Matt Damon over ‘Suburbicon’

Troebele onderstromen onder Norman Rockwells Amerika, de hel die gaapt onder de jarenvijftigidylle van pastel, cocktail en petticoats: het zijn daverende clichés die Clooney hier verbeten serveert. Maar erger is dat het zwarte gezin uit brave slachtoffers bestaat: in zijn ijver het voor ze op te nemen vergeet Clooney ze karakter te geven. Waarschijnlijk had dit script überhaupt nooit het groene licht mogen krijgen: een slecht doordacht idee. Alleen de sterke cast houdt het een beetje dragelijk, met Matt Damon als lachwekkende autoriteit zonder autoriteit, Julianne Moore als gestresste tweeling en Oscar Isaac als flemende verzekeringsagent.