‘Er zijn hier nog maar heel weinig goede dingen’

Dagelijks leven

Moedeloosheid en boosheid voeren de boventoon onder de Jemenieten. Lange rijen en corruptie bepalen het dagelijks leven.

Verwoesting na een luchtaanval op 11 November 2017. Foto EPA/YAHYA ARHAB

Bader Zubaidi, startend ondernemer, noemt de situatie in Sana’a verschrikkelijk. Niet zozeer hoe de stad eruitziet: „Veel is alweer gerepareerd.” Maar het is er volkomen wetteloos geworden. „De Houthi’s buiten de situatie uit. Ze hebben de belastingen verhoogd. Alles draait om smeergeld en omkoping.” Hij wordt er wanhopig van. Zijn businessplan was juist gebaseerd op de oorlogssituatie: een wervingsbureau gericht op ngo’s. Geen slecht plan, maar het werkt niet. „De Houthi’s zorgen dat hun vrienden de baantjes krijgen door medewerkers van de ngo’s om te kopen. Ik kan dat niet bewijzen, dus het lukt me niet om de hoofdkantoren van de ngo’s te overtuigen.”

Belqis Mohammed – ook uit Sana’a, moeder van drie jonge kinderen en met een werkloze echtgenoot – worstelt met hoge prijzen voor zaken als water, gasflessen en telefoonkosten. „Als je nu in Sana’a zou zijn, zou je overal vooral heel erg lange rijen zien. Voor water, voor brood, voor benzine.” Die benzine is niet alleen nodig voor auto’s en de duizenden busjes in de stad, maar vooral voor generatoren. Elektriciteit is er vaak maar een paar uur per dag.

Lees ook het vragenstuk over de oorlog die Jemen tot een hel op aarde maakt

Ook zij noemt de gigantische corruptie. Ziekenhuizen krijgen volgens haar van internationale organisaties gratis medicijnen tegen cholera. „Die verkopen ze aan de Houthi’s, die ze weer doorverkopen.” Maar de meeste zorgen maakt ze zich om het feit dat haar kinderen amper nog onderwijs krijgen. „De meeste onderwijzers zijn weg uit de openbare scholen, omdat hun salaris niet meer betaald werd. Sommigen zijn naar privéscholen overgestapt.” Belqis kan zich geen privéonderwijs veroorloven.

De situatie is vaak nog slechter in steden als Taiz en Aden, waar de infrastructuur aan puin ligt door voortdurende gevechten tussen talloze milities. Ali (die zijn achternaam niet wil geven), is docent aan de universiteit van Aden. „Ik verdiende eerst 1.700 dollar, nu nog maar 700. Intussen is de prijs van de dollar verdubbeld, zit de regering in een zevensterrenhotel in Saoedi-Arabië en is bij ons alles vijf keer duurder geworden.”

Moedeloosheid en boosheid voeren de boventoon. Belqis vat het leven in Jemen als volgt samen: „Voorheen was er ook corruptie, maar er waren ook goede dingen. Nu is er corruptie, doodt iedereen elkaar, zijn we bang en zijn er nog maar heel weinig goede dingen.” Ze sluit af met een rijtje van vier hopeloze emoji’s.

Deze gesprekken zijn gevoerd via Facebook en Instagram.

Lees ook de column van Midden-Oostenexpert Carolien Roelants: Geen nieuws uit Jemen, alleen maar meer oorlog