Recensie

Een spookverhaal, maar geen spookfilm

Drama ‘A Ghost Story’ van David Lowery wil vooral vrees aanjagen voor de leegte van het bestaan; wat gebeurt er als er iemand sterft en iemand achterblijft?

Casey Affleck als spook in A Ghost Story.

Het is onmogelijk om iets over A Ghost Story te zeggen zonder de loop van de gebeurtenissen te verklappen. Terrence Malick-adept David Lowery nam zijn nieuwe film in alle stilte op met Casey Affleck en Rooney Mara, de twee acteurs die ook te zien waren in zijn doorbraakfilm, het romantische noodlotsdrama Ain’t Them Bodies Saints (2013). A Ghost Story is zoals de titel zegt een spookverhaal. Maar het is geen spookfilm. Hij wil ons geen schrik aanjagen. Althans geen andere vrees dan die voor de leegte van het bestaan. Hij hoort eerder tot het genre dat de afgelopen jaren post-horror is gaan heten: artistieke auteursfilms die gebruikmaken van horrorelementen.

Lowery zelf noemt een hele reeks aan uiteenlopende films die hem inspireerden. Van de klassieke spookhuisfilm Poltergeist (1982), tot de Japanse anime Spirited Away (2001) en Cannes-winnaar Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives (2010). Die beide laatste films waren van invloed op het spook in zijn film. Zo basic als maar kan: een laken met daarin twee zwarte gaten.

Wie aan spoken denkt, denkt aan geesten, aan de zielen van de doden die geen rust vinden; of, in andere levensfilosofieën misschien wel altijd aanwezig blijven. Alleen, onzichtbaar en gebonden aan andere wetten van tijd en ruimte en materialiteit dan levende wezens. A Ghost Story is daarmee een film over wat er gebeurt als er iemand sterft en iemand achterblijft. Hij weerspiegelt daarmee twee fantasieën, twee angsten. Kun je nog wel doorleven als de ander, de liefste, de belangrijkste er niet meer is? En hoe zou het zijn om van een afstandje te kijken naar het leven dat je achterlaat?

A Ghost Story kiest voor dat laatste perspectief. Het is liefdevol, poëtisch, weerloos, maar ook machteloos. De film zit opgesloten in zijn eigen vacuüm: het bijna vierkante (4:3) beeld van het Academy-formaat en de traagvliedende shots. Zou het zo zijn om iemands verdriet te zien, om jou, maar diegene niet meer te kunnen troosten?

Tot zover de vragen waarmee iedereen zich identificeren kan. Maar in de setting van de film bestaat er buiten deze universele emoties geen neutrale blik. De personages en de geesten hebben namelijk van Lowery een duidelijk genderperspectief meegekregen. Dus hier beginnen de spoilers. Het is Casey Affleck die de hele film onder dat laken zit. Er komt ook een vrouwelijke geest in de film voor. Zij draagt een bloemetjeslaken. Afflecks naamloze personage kijkt de hele film lang naar het verdriet van zijn lief. Dat wordt problematisch omdat zij zelf geen enkele stem heeft. Het enige moment dat we haar zien handelen is als ze in een vijf minuten ononderbroken take haar verdriet wegeet en naar de wc rent om over te geven. Hij kijkt. Maar hij kan ook niet anders. Een beter beeld van (mannelijke) onmacht is er ook niet. En dan, als zij er niet meer is, kijkt hij naar de nieuwe bewoners van hun huis, naar hoe de aarde verder raast.

De boodschap van de film klinkt op een feestje uit de dronken mond van zanger Will Oldham: het is onmogelijk voor de mens om iets van een herinnering, een daad, een erfenis achter te laten. In het licht van de eeuwigheid is alles wat we doen zinloos. Maar we doen het toch, want aan het einde van de dag is dat wat ons menselijk maakt.