Recensie

De gammele huiskamers van het communisme

Honderd jaar na de Russische Revolutie ging fotograaf Jan Banning op zoek naar de overblijfselen van het communisme. Boek en expositie ‘Red Utopia’ zijn het resultaat.

Communistische Partij van de Russische Federatie: districtskantoor in Kirov provincie Kaluga met eerste secretaris Valentina Gelperina. Foto Jan Banning

Op de foto’s die Jan Banning maakte in de kantoortjes van de communistische partijen in verschillende landen, zien we veel lege stoelen. Opgestapelde plastic stoelen op een regionaal partijkantoor in India; een uit elkaar vallend exemplaar in een politbureau in Nepal; ongemakkelijke houten stoelen in het districtskantoor van de Communistische Partij in Kirov, waar een struise Russin de scepter zwaait. Zou je hier enige ironie op loslaten, dan kun je dit natuurlijk zien als een metafoor voor het feit dat deze partijen de grootsheid en aantrekkingskracht van weleer hebben verloren. Ze hebben wel plek voor meer leden, heus, alleen hebben de mensen geen interesse meer. Was het communisme ooit een politieke stroming die met veel machtsvertoon en heroïsche symbolen de wereldorde zou veranderen, nu lijkt er nog maar weinig animo voor te bestaan. Van de partijleden die nog wel hun best zitten te doen in hun krakkemikkige kantoortjes, vermoed je in sommige gevallen dat ook zij niet meer helemaal in de rode heilstaat geloven.

Overtuigde communisten

In de tentoonstelling Red Utopia, nu in Museum de Fundatie in Zwolle, zien we de foto’s die Jan Banning (63) precies honderd jaar na de Russische Revolutie maakte in zijn zoektocht naar de overblijfselen van het communisme. Zoals we van hem gewend zijn in eerdere projecten als Bureaucratics (2008), Troostmeisjes (2010) en Law and Order (2015) pakt hij dat groots aan.

Banning reisde naar Rusland, Italië, Portugal, Nepal en India en sloeg de landen waar een communistische partij de macht heeft, zoals Cuba of China, over. Dit omdat hij, zoals hij schrijft in het gelijknamige boek dat bij de tentoonstelling uitkwam: „nieuwsgieriger was naar plekken waar mensen eerder uit overtuiging partijlid worden dan om carrièreoverwegingen.”

Net als in Bureaucratics, de serie over ambtenaren in hun volgepakte kantoortjes, koos Banning er ook nu voor om de partijleden te fotograferen in hun werkomgeving. Tussen de vaak afgebladderde muren en met computers die soms afkomstig zijn uit de jaren tachtig van de vorige eeuw. Natuurlijk ligt het accent in elk land anders, alleen al doordat we de nationaliteit enigszins herkennen aan kleding en huidskleur, en aan het formaat van de buste van Lenin (in Rusland een paar forse maten groter dan in de andere landen).

Maar opvallender zijn de overeenkomsten: overal zien we diezelfde rode vlaggen, de hamers en de sikkels, de foto’s van helden als Marx, Lenin, Stalin en Mao, en de afbeeldingen van breedgeschouderde arbeiders die de barricades beklimmen, hun vuisten in de lucht.

Milde blik

Het zou gemakkelijk zijn deze mensen weg te zetten als sneue utopisten zonder realiteitszin, maar daarvoor is Banning een te mild fotograaf. Hij sloot veel van de ploeterende lokale partijleden die hij onderweg ontmoette in zijn hart, zo schrijft hij, „Soms vanwege hun trieste lot en anders wel om hoe zij zich vanuit de gammele huiskamers van het communisme, veelal onbezoldigd, inzetten voor betere leef- en werkomstandigheden.”

Want hoewel Banning niet sympathiseert met het communisme, heeft hij wel zijn bedenkingen over wat het kapitalisme daartegenover zet. „Natuurlijk heeft het communisme veel slechte dingen gebracht, maar vergis je niet in wat het neoliberalisme nu teweegbrengt. Denk aan het ongebreidelde consumentisme, het milieu, het steeds grotere verschil tussen arm en rijk.”

Maar na het zien van Red Utopia heb je niet de illusie dat het déze mensen zullen zijn die hier verandering in gaan brengen.