Column

Zo verdedigt Rutte die onbelaste dividenden

Wat zou premier Mark Rutte (VVD) woensdag in het Kamerdebat over het afschaffen van de dividendbelasting móeten zeggen?

De afschaffing van de dividendbelasting à 1,4 miljard euro heeft de (linkse) oppositie verenigd. De regeringscoalitie tobt. Maar dames en heren van Rutte III, dat kan toch beter. Wat zou minister-president Mark Rutte (VVD) woensdag in het Kamerdebat móeten zeggen?

„De kosten gaat voor de baten uit. Dat weet elke leerling, elke sporter, elke ondernemer. Of het nu huiswerk is. Of trainingstijd. Of geld om grondstoffen te kopen, machines te bouwen en je product te maken. Eerst investeren, dan oogsten.

De overheid doet dat ook. De uitgaven voor volksgezondheid helpen álle Nederlanders zo lang mogelijk fit te blijven. Investeringen in onderwijs zijn de basis voor onze kenniseconomie. Die investeringen houden Nederland aantrekkelijk. Om er te werken. Om er te ondernemen.

Lees ook: Het eerste explosieve dossier voor het kabinet: vijf vragen over de dividendbelasting

Nederland staat steeds hoog op de internationale ranglijsten van economisch succes. Van innovatie. Van een zonnig vestigingsklimaat. Het hoofdkantoor van de staalfusie van het vroegere Hoogovens en ThyssenKrupp komt bijvoorbeeld straks in ons land. Daar ben ik trots op.

Onze hoge posities op die internationale ranglijsten vragen om permanente aandacht en investeringen. Wat dat betreft zijn wij politieke ondernemers. Wij verkennen voortdurend de kansen én de risico’s. Twee van de grootste zijn Brexit en de lage rente. Brexit is een kans om hoofdkantoren van Engelse bedrijven naar Nederland te halen. Maar dan moeten wij die ene dissonant, die dividendbelasting die de Engelsen niet kennen, wegnemen.

Beleggers hadden vette overnamepremies kunnen opstrijken. Wij hebben ons verzet

De lage rente is een bedreiging. Die maakt het buitenlandse partijen extra gemakkelijk zich op te dringen aan Nederlandse concerns. Als die dat afwijzen, dan kunnen zij op ons rekenen. Ik hoef alleen maar de namen te noemen van PostNL, AkzoNobel en laatst Unilever. Beleggers zouden daarbij vette overnamepremies hebben kunnen opstrijken… Wij hebben ons daartegen verzet. Nederland is meer dan een beleggersland. Dit kabinet is meer dan een aandeelhouderslobby.

Die overnames zouden de toekomst van Nederland op het spel zetten. Denk aan investeringen in onderzoek. Unilever bouwt een fonkelnieuw innovatiecentrum in Wageningen. Denk aan banen, juist ook buiten de Randstad. Akzo biedt alleen al in en om Arnhem werk aan 1.000 mensen.

Nederland moet niet naïef zijn. Dit kabinet treft, net als andere landen, voorzieningen om te voorkomen dat bedrijven in vitale sectoren zomaar in buitenlandse handen vallen. Een open economie is gaaf, maar we laten de achterdeur ’s nachts niet open staan.

Wij verlagen wel belastingen om het ondernemingsklimaat een impuls te geven. Ja, en ook omdat andere landen met nóg lagere tarieven ons de kaas van het brood willen eten. Verlagen wij de belastingtarieven tot het putje? Nee, natuurlijk niet. Wij zijn geen lagelonenland én geen fiscale zandbank.

Verlaat Shell Nederland als wij de dividendbelasting niet verlagen? Nee. Moeten wij dat doen om een Unilever-hoofdkantoor in Rotterdam open te houden? Dat zou voor 1,4 miljard euro wel een duur feestje zijn. Sinterklaas bestaat niet.

Kan ik van elke euro die wij investeren, zoals de beëindiging van de dividendbelasting, vooraf zeggen wat het oplevert? Nee. Dan zou ik me schuldig maken aan het economisme dat de leider van GroenLinks terecht hekelt. Politiek is meer dan een rekensom. Meer dan boekhouden.

Ik kan van elke euro investering in het onderwijs evenmin zeggen: dat is over veertig jaar een Nobelprijs. Ik weet wel: wie niks doet, staat later met lege handen. Zo ook ons vestigingsklimaat. Niks doen is een optie die waardeloos afloopt.”

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.