Thuiskok. Moeders keuken

Dat je overal in Italië lekker kunt eten, is een mythe. Voor een land met zo’n rijke culinaire traditie en een eenvoudige, maar bijzonder smakelijke keuken en eetcultuur, moet je als buitenstaander toch echt je best doen om goed te eten.

Natuurlijk, bij het wereldberoemde Osteria Francescana van de sympathieke topchef Massimo Bottura eet je verrukkelijk, maar dan moet je én de middelen hebben én geluk dat je een tafeltje bemachtigt. En zeker, als je de gepaande paden verlaat, proef je de heerlijkste truffelpasta bij de gebroeders Badalamenti, net buiten Palermo. Maar wie zomaar ergens neerstrijkt, loopt in het land van pasta en Parmigiano-Reggiano te vaak, onnodig vaak zelfs, het risico teleurgesteld te raken. Zoals wij afgelopen zomer toen we op een terras in Sicilië een salade caprese kregen met één bol mozzarella, zo direct uit het pakje met één treurig takje basilicum erop. Die ging uiteraard terug. Wie zo weinig hart voor het vak heeft, hoort onmiddellijk een keukenverbod te krijgen.

En dat brengt me bij Big Mamma, een lijvig Italiaans kookboek van de Big Mamma groep: eigenaars van een zestal trattoria in Parijs.

Het boek is opgedragen aan hun eigen big mamma, oprichtster Stella di Viesto. Het idee erachter is dat je kookt met echte producten en met liefde, zoals Italiaanse moeders dat doen. En laten we dan nog maar een mythe onderuithalen: niet alle moeders kunnen koken. Maar vooruit, als moeders dat wél kunnen, is hun eten ook meteen onvergetelijk en gaat het zelfs deel uitmaken van je DNA.

Liefde voor de Italiaanse keuken staat centraal in het vrolijk vormgegeven boek met een keur aan recepten: van borrelhapjes tot rijke salades, makkelijke pastaschotels, aardse hoofdgerechten en zoete desserts. Het is enerzijds een feest van herkenning met bekende recepten die toch net weer afwijken en anderzijds een fijne bron voor minder bekende gerechten die de moeite van het uitproberen waard zijn. Big Mamma is een sympathieke uitgave, maar het boek is ook gelardeerd met foto’s van Italiaanse chefs in zogenaamd grappig bedoelde poses als visuele aankleding voor de inhoudelijke uitleg. Dat snap ik echt niet: het voegt niks toe en wekt eerder ergernis op, omdat het echt niet grappig is. Hou je gewoon bij de recepten. Die zijn – als je het goed doet – al onderhoudend genoeg.