De meisjes trouwden – of werden slaaf

Dagboeken

Naomi over haar gijzeling door Boko Haram: „Ze willen ons lichaam niet zien, dat zou hen zeer slechte dingen laten doen.”

Door Boko Haram vrijgelaten vrouwen in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja. Foto Afolabi Sotunde/Reuters

Abubakar Shekau, de ongrijpbare leider van de islamitische terreurgroep Boko Haram, leeft niet in een isolement. Hij weet hoe de buitenwereld over hem denkt. Zijn strijders in het Sambisa-woud in het noordoosten van Nigeria luisteren naar de BBC in de regionale taal Hausa.

Shekau ontstak dan ook in woede toen de buitenwereld zijn strijders als ‘verkrachters’ begon af te schilderen, na de ontvoering in april 2014 van meer dan 200 schoolmeisjes in Chibok, in het uiterste noordoosten van Nigeria. Die kidnapping ontlokte wereldwijd grote verontwaardiging.

Dat Shekau ontstemd was over de profilering van Boko Haram blijkt uit dagboeken die ontvoerde meisjes in het geheim bijhielden en die ze drie jaar lang verborgen hielden.

„Ze riepen ons ’s avonds bij elkaar, begonnen tegen ons te preken en zetten een cassette op. Ze zeiden dat de cassette van hun meester Abubakar Shekau is. (…) Alleen omdat ze jullie hebben ontvoerd om jullie de weg van God te wijzen, zei hij, gaan jullie ouders, de regering en jullie schoolhoofd tegen ons tekeer dat we jullie verkrachten en slechte, slechte dingen met jullie doen. (…) We hebben jullie hier gebracht om jullie de weg van Allah te onderwijzen.”

Dit fragment, gepubliceerd door de BBC, komt uit een dagboek dat onder anderen is bijgehouden door Naomi Adamu. Zij was 24 toen ze met lotgenoten op 14 april 2014 werd weggevoerd van haar kostschool in Chibok. In mei kwam ze vrij. Tegen de Nigeriaanse journalist/schrijfster Adaobi Tricia Nwaubani zei ze: „Ik heb dit opgeschreven om de herinnering levend te houden. Om het mijn broers te laten zien, mijn zusters, mijn ouders.”

In de dagboeken staat dat de meisjes hun lichaam en hoofd moesten bedekken: „Ze willen ons lichaam niet zien, want dat zou hen doen zondigen en zeer slechte dingen laten doen.”

Toch waren de ontvoerders heel volhardend in hun bekeringsdrift. Ze bleven de overwegend christelijke meisjes ook onder druk zetten met hen te trouwen. Een meisje bleef zich verzetten en vroeg haar belager hoe ze kon trouwen terwijl ze was weggevoerd en haar moeder en vader en haar tantes en de rest van haar collega’s helemaal van niets weten.

Degenen die zich niet wilden bekeren en trouwen, werden als slaven behandeld, vertelde Naomi tegen journaliste Nwaubani. „Ze sloegen ons elke dag. (…) We moesten kleren wassen, water halen, we moesten alles doen voor hun vrouwen.

Niet iedereen weerstond de druk. Een vriendin van Naomi, die veel opschreef, stemde na twee jaar met een huwelijk in. Met haar nieuwe man mocht ze het kamp verlaten in de hoop op een beter bestaan.

Op de laatste bladzijde van het notitieboekje had ze de namen van haar vijf broertjes en zussen geschreven en: ‘de naam van mijn vader is Samuel, en mijn moeders naam is Rebecca’. „Het is bijna alsof zij dat niet wilde vergeten”, schrijft journaliste Nwaubani.