Opinie

Keuze voor Engels schaadt de inhoud op de universiteit

Het vak Nederlandse persgeschiedenis is niet in het Engels te geven, vindt Peter Vasterman. Engelstalige teksten gaan over een andere mediacultuur.

Foto: iStock

Tussen alle argumenten voor en tegen lesgeven in het Engels blijft één belangrijk aspect onderbelicht. Het overstappen naar Engels heeft namelijk ook grote gevolgen voor de inhoud van de colleges en werkgroepen. Omdat je geen gebruik meer kunt maken van Nederlandse literatuur, dat wil zeggen Nederlandstalige boeken, artikelen, rapporten, kunnen Nederlandse onderwerpen ook niet meer aan bod komen. Want Engelstalige publicaties daarover zijn doorgaans schaars. Tenminste op mijn vakgebied: media en journalistiek.

Met veel plezier heb ik jarenlang het keuzevak Journalistieke cultuur in Nederland gedoceerd aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), een collegereeks afgewisseld met bijeenkomsten waarin we in discussie gingen met journalisten, documentairemakers, Kamerleden, bestuurders en tal van andere interessante gasten.

De literatuur voor deze cursus bestond grotendeels uit Nederlandstalige literatuur, aangevuld met Engelstalig werk. Op die manier kon het Nederlandse medialandschap, de Nederlandse pershistorie, de gevolgen van de typisch Nederlandse ontzuiling, maar ook de verhouding tussen pers en politiek in Den Haag aan bod komen. Denk aan de opkomst van Fortuyn die samenviel met een toenemende kritiek op de journalistiek, later weer gevolgd door Wilders met zijn bijzondere verstandhouding tot de pers.

Veel van die ontwikkelingen vinden plaats in een typisch Nederlandse context: verzuiling, ontzuiling, coalities, polderen. Ook het Nederlandse medialandschap verschilt, denk aan de publieke omroep met al die voorheen verzuilde omroepen, of de kranten die momenteel bijna volledig in Belgische handen zijn gekomen. En dan is er nog de typische journalistieke cultuur die onmiskenbaar verschilt van die in het Verenigd Koninkrijk of de Verenigde Staten.

Dat valt allemaal niet meer te behandelen als je uitsluitend gebruik mag maken van Engelstalige literatuur, die vooral betrekking heeft op de mediasituatie in Engelstalige landen. En dat is weer gevolg van de druk om te publiceren in internationale journals met een ‘hoge impactfactor’, waar je natuurlijk eerder binnenkomt met artikelen die aansluiten bij internationale (lees Anglo-Amerikaanse) onderwerpen.

Afgezien daarvan is het ook ondoenlijk om in een Engelstalige cursus actuele voorbeelden uit Nederlandse kranten of journaals of actualiteitenrubrieken te gebruiken. Je kunt niet even een journaalreportage in Gaza laten zien als voorbeeld van framing of een artikel over de ‘asielplaag’ in De Telegraaf bespreken. In het Engels wordt dit de facto een cursus Journalistieke cultuur in Engeland en de VS. Studenten hebben toch al het idee dat de journalistiek zo’n beetje in die landen is uitgevonden, in plaats van in Nederland, waar in 1618, de eerste echte krant ter wereld verscheen. Bedenk dus wat er verloren gaat als de voertaal in de collegezaal Engels wordt, en dat geldt niet alleen voor mijn vakgebied.

Overigens was dit jaar de laatste editie van ‘Journalistieke cultuur’, niet vanwege mijn pensioen; alle keuzevakken moeten volgend studiejaar in het Engels.