Gedupeerde burgers gaan minister adviseren over Lelystad Airport

Een groep burgers gaat de minister adviseren over de uitbreidingsplannen van Lelystad Airport, die op veel weerstand zijn gestuit. „We zijn de fase van actievoeren overstegen.”

Zaterdag demonstreerden enkele honderden mensen op Lelystad Airport tegen de uitbreidingsplannen van moederbedrijf Schiphol Groep. Foto's: Remco Koers

Twaalf inwoners uit vijf provincies zijn door minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) gevraagd om te adviseren over de vliegroutes voor Lelystad Airport. Ze hebben een week de tijd: ze beginnen deze maandag en leveren op 20 november hun conceptadvies in. Op 23 november wordt het advies gepresenteerd. Snel daarna wil Van Nieuwenhuizen een besluit nemen over de aansluitroutes die voor veel onrust zorgen in Oost-Nederland.

Zaterdag demonstreerden enkele honderden mensen op Lelystad Airport tegen de uitbreidingsplannen van moederbedrijf Schiphol Groep.

Vanaf april 2019 moet Lelystad vakantievluchten overnemen van Schiphol. In het begin gaat het om enkele vluchten per dag, maar op termijn gaat het naar 120 dagelijkse vluchten.

Actiegroepen van Friesland tot de zuidelijke Veluwe verzetten zich vooral tegen de voorgestelde aansluitroutes, de verbindingen tussen het lage luchtruim nabij het vliegveld en het hogere luchtruim. In plaats van snel te stijgen en te dalen vliegen de vliegtuigen langdurig op 1.800 meter hoogte en verstoren ze de stilte in landelijke gebieden.

De bewonersdelegatie die de minister gaat adviseren wordt geleid door Alexander ter Kuile, oud-secretaris-generaal van de mondiale vereniging van luchtverkeersleiders CANSO. Ter Kuile woont onder een van de beoogde vliegroutes en is betrokken bij actiegroep HoogOverijssel.

Tot nu toe ging er veel mis in het contact tussen het ministerie en bewoners. Wat geeft u het vertrouwen dat het nu wel goed gaat?

„We hebben een nieuwe regering, met een nieuwe minister met een nieuwe aanpak richting bewoners. We hebben donderdag met alle delegatieleden een uur aan tafel gezeten met de minister. Zij is ervan doordrongen dat het anders moet. Wat voor mij de doorslag gaf was dat ze ons vroeg om haar ‘open, frank en vrij’ te adviseren over elk onderwerp. Dat geeft ons veel vrijheid.”

Toch bevat de adviesaanvraag forse beperkingen. Over de routes in het lage luchtruim en opening in april 2019 is geen discussie mogelijk.

„Maar we hebben wel de ruimte om een breder verhaal te brengen. Deze discussie gaat eigenlijk over het Nederlandse luchtvaartbeleid. We lopen met onze luchtruimindeling achter bij de rest van de wereld. Wat moeten we doen om weer up to date worden? We gaan het ook hebben over betere inspraak. Het overlegorgaan Alderstafel, waar op ondoorzichtige wijze besluiten worden genomen, werkt niet meer. Daar moet een nieuw instrument voor komen.”

Heeft u bepaalde rechten geëist voor de commissie?

„Zeker. We hebben bijvoorbeeld bedongen dat we inzage krijgen in alle 6.700 reacties op de internetconsultatie die afgelopen maand heeft plaatsgevonden. Veel reacties zullen niet voldoen aan de eisen van de consultatie, maar we willen ze wel zien. Ook hebben we volledige zeggenschap over het eindrapport. We hebben ook iets meer tijd dan aanvankelijk gepland, al blijft een week natuurlijk kort. Het wordt hard werken deze week.”

Een van de actiegroepen, LaagvliegroutesNEE uit Zuidoost-Friesland, zit niet in de commissie omdat ze het oneens zijn met de voorwaarden.

„Ik heb alle respect voor de Friezen. Zij accepteren de randvoorwaarden niet en dat kan ik me voorstellen. Maar na discussie binnen HoogOverijssel hebben we besloten dat we gebruik moeten maken van deze uitgestoken hand. Dit is een unieke kans om de discussie in Nederland te beïnvloeden.”

Wordt u op deze manier niet onschadelijk gemaakt als actiegroep?

„Het is misschien raar om te zeggen, maar we zijn met HoogOverijssel de fase van het actievoeren overstegen. Kijk naar de bijdrage van onze expert Leon Adegeest in de Tweede Kamer vorige week over de milieu-effectrapportage. Hij biedt betere informatie dan de overheid, erkennen Kamerleden. We zijn nu een volwaardige gesprekspartner, daar moeten we gebruik van maken.”