Recensie

Assassin’s Creed Origins: een museum vermomd als actiespel

Waan je in het oude Egypte in het nieuwste deel van de Assassin’s Creed-reeks.

De piramides van Gizeh, de bibliotheek van Alexandrië en de verdwenen stad Memphis. Het zijn een paar voorbeelden van de historische plaatsen die je bezoekt in Assassin’s Creed: Origins.

Assassin’s Creed bestaat inmiddels tien jaar. Elk deel speelt zich af in een historisch tijdperk. De games zijn als een museum, vermomd als een spectaculair actiespel: je rent, klimt en moordt in het Damascus van 1190, het Rome van 1500, het Parijs van 1789 of het Londen van 1868. Mensen als Leonardo da Vinci, Napoleon en Karl Marx kruisen je pad. De rode draad tussen de games is een eeuwenoude strijd tussen Assassijnen en Tempeliers: de Assassijnen strijden voor vrijheid, de Tempeliers willen orde.

Het nieuwe deel Origins speelt zich af in het Egypte van 50 jaar voor Christus. Je speelt Bayek, één van de laatste van de medjay (een soort elitetroepen in het oude Egypte). Na de moord op je zoon zweer je op wraak en raak je betrokken in een groter complot vol intriges.

Perfect decor

De afgelopen jaren zat Assassin’s Creed een beetje in het slop. Het laatste deel Syndicate (2015) werd ongeveer 5,3 miljoen keer verkocht. Ter vergelijking: het best verkochte deel, Assassin’s Creed III (2012), ging volgens cijfers van VGChartz ruim 12 miljoen keer over de toonbank.

De trailer van Assassin’s Creed Origins.

Maker Ubisoft trok twee jaar uit voor het maken van het vervolg. Dat is te merken: in veel opzichten voelt Origins fris en nieuw. Het vechten is dynamischer. Vijanden vallen je tegelijk aan, waardoor je constant in beweging moet blijven. De vijanden zijn ook sterker, maar jammer genoeg net zo dom en slechtziend als in vorige delen. Als je vanuit de woestijn op je dromedaris naar een vijandelijk fort hobbelt zien de wachters je pas als je vlak voor de poort staat.

De game geeft je meer vrijheid. Naast je grote wraakqueeste zijn er tal van kleinere taakjes die je op je kan nemen in de grote, open wereld: vermoord een corrupte belastingambtenaar, red een kind of help een priester in nood.

Het vechten in Origins is veel dynamischer.
Beelden Ubisoft

Maar het sterkste aan de Origins is de setting. Het oude Egypte is een perfect decor voor een avonturengame. Het is heerlijk struinen door Alexandrië, met alle Griekse standbeelden en faraobeelden. Bovendien is de game historisch behoorlijk accuraat. Op verzoek van NRC keek egyptoloog Huub Pragt mee met de game. Zijn oordeel: „Soms is iets spannender gemaakt, zoals het interieur van de piramides. Maar je kan zien dat er historici aan hebben meegewerkt. De putten die je in tempels ziet zijn nilometers. Daarmee werd het belastingtarief bepaald. Het is een van de vele mooie details in de game.”

De laatste decennia voor Christus waren een spannende tijd in Egypte. Cleopatra kwam met hulp van Romeinse generaals aan de macht. Als Bayek raak je ook betrokken bij deze intriges, waardoor je wat historische kennis opdoet.

Caesar (rechts) en Cleopatra in Assassin’s Creed Origins. Beeld Ubisoft

Grafisch is de game vooral qua omgeving indrukwekkend. De animaties van de personages laten soms te wensen over, maar wie maalt daar om als je op je dromedaris door de woestijn trekt terwijl de zon achter de piramides daalt?