‘We weten nu wat we moeten doen, en we doen het’

Nordin Amrabat

Aanvaller Nordin Amrabat speelt sinds 2011 bij Marokko. Hij kan samen met broertje Sofyan naar het WK. „Een droom.”

Foto AFP/Issouf Sanogo

Marokkaans international Nordin Amrabat (30) zit zondagmiddag op zijn hotelkamer in Casablanca. Hij heeft 24 hectische uren achter de rug. 2-0 zege bij Ivoorkust zaterdagavond, plaatsing voor het WK, ’s avonds direct in het vliegtuig van Abidjan naar Rabat, waar ze ’s nachts tegen drie uur landden. Zondag reizen ze door naar Casablanca. Amrabat: „Het is gekkenhuis buiten.”

Je was elf toen het WK in 1998 plaatsvond en Marokko dramatisch werd uitgeschakeld voor de achtste finales. Wat herinner je je daarvan?

„Alle wedstrijden. Mijn vader heeft ze alle drie opgenomen op video, ik heb ze later bekeken. Iedereen verwachtte dat Brazilië van Noorwegen zou winnen, dan zou Marokko door gaan. Maar Noorwegen won, toen was het klaar. Ik weet nog dat iedereen heel erg teleurgesteld was.”

Hoe kan het dat het zo lang heeft geduurd voordat Marokko zich weer plaatste voor een WK?

„Het zat in de organisatie en professionaliteit. Ik kan mij herinneren dat spelers niet kwamen opdagen of zich geblesseerd afmeldden voor een trainingskamp, zodat ze langer op vakantie konden.”

Wat is de invloed van bondscoach Hervé Renard?

„Samen met de bondsvoorzitter heeft hij echt iets neergezet. Een stuk professionaliteit. De organisatie is nu op een heel hoog niveau, qua hotels, reizen, voeding. En de trainer heeft een goede, defensieve organisatie neergezet, waarin we hoog druk zetten. We zijn echt een team met jongens die voor elkaar strijden.”

Waren er hiervoor eilandjes in het team?

„Ik heb nu het gevoel dat iedereen alles geeft en ook het vuile werk voor elkaar opknapt. Het waren vroeger geen eilandjes, maar nu is er wel één doel. We weten wat we moeten doen, en we doen het. De trainer zit er kort op. En voor jou tien anderen, hè.”

Al op bezoek geweest bij de koning?

„Nee, dat wordt de volgende keer gepland, hij heeft nu een druk programma. Hij had wel gebeld, hij was heel blij.”

Je bent aanvaller maar speelde tegen Ivoorkust als linksback, linkshalf en linksbuiten.

„Ja, ik had de opdracht om [Serge] Aurier uit te schakelen, want die gaat er steeds overheen. Normaliter speel ik op rechts en Hakim [Ziyech] links, maar de trainer heeft het omgedraaid: Hakim een vrije rol op rechts en ik meer controlerend op links.”

In de laatste tien minuten speelde je voor het eerst samen met je broertje Sofyan, hoe was dat?

„Heel mooi. Toen hij erin kwam besefte ik het nog niet. Even later maakte hij een tackle, ging een keer diep en kreeg een vrije trap mee. Toen dacht ik: dat is mijn broertje. Ik zag hem al warmlopen. Bij een ingooi zei ik: doe een goede warming-up, want je gaat er zo inkomen.”

Nu samen met hem naar het WK?

„Dat zou prachtig zijn. Een droom.”