Column

Hard schaatsen is al snel ‘verdacht’

Ach, doping is zo makkelijk op te sporen in de schaatswereld. Je hoort een hapering in het interview met de Russische coach, je ziet een verdacht pukkeltje in het gezicht van een van zijn schaatsers en je trekt meteen conclusies.

Ach, doping is zo makkelijk op te sporen in de schaatswereld. Je hoort een hapering in het interview met de Russische coach, je ziet een verdacht pukkeltje in het gezicht van een van zijn schaatsers en je trekt meteen conclusies. Leugenaars, bedriegers, slikkers.

Na de onvoorstelbaar snelle tijd van Pavel Koelizjnikov op de 1.000 meter, zoemde het rond in het o zo brave Thialf: die betrapte Rus had nooit meer mogen schaatsen. Iedereen is tegenwoordig zijn eigen journalist, columnist en fotograaf; een kleine moeite om ook de functie van dopingvorser een schaatsweekendje op je te nemen, toch?

Het is de fans niet kwalijk te nemen. Als het Wereldantidopingagentschap (WADA) de regels niet waterdicht maakt en zo sloom en halfslachtig reageert op het gebruik van meldonium, gaat het schaatsvolk vanzelf morren.

Koelizjnikov had een schorsing gekregen vanwege vermeend gebruik van het middel, dat sinds 1 januari 2016 op de dopinglijst staat. Na een paar maanden werd de schorsing opgeheven. Sindsdien is Koelizjnikov – in zijn juniorjaren al betrapt op dopinggebruik - aangeschoten wild. Zijn coach Kosta Poltavets mocht voor de camera uitleggen hoe zijn pupil die wereldtijd had kunnen rijden.

Vriendelijke ogen in een uitgebeend gezicht keken in de camera. Poltavets vluchtte ooit uit Oekraïne en werd coach van Nederlandse schaatsers. Hij was hier zeer geliefd. Nu hij de Russen begeleidt, wordt hij met argwaan bekeken.

Vanaf de bank dacht ik na over zijn antwoorden.

Poltavets: „Eerst was ik boos, nu ben ik immuun.”

Zag ik toch enig ongemak op zijn gezicht staan? Begrijpelijk, de druk is groot: Rusland is als sportland terecht in de hoek gezet, na alle dopingperikelen. En een coach die werkt en leeft met topsporters weet altijd meer dan hij wil vertellen.

Poltavets: „Ik ben voor eerlijke sport.”

Eerlijke sport is een nobel streven. Maar in topsport wordt veel ongelijkheid gecreëerd, al was het maar door de vaak uiteenlopende budgetten.

Poltavets: „Schaatsen is een andere sport dan bijvoorbeeld wielrennen.”

Zeker, het verschil tussen een wiel en een schaats is groot. Maar de sporten zijn ook met elkaar verweven. Van oudsher zitten schaatsers tijdens hun training uren op het zadel. De coach wil toch niet beweren dat doping in de schaatssport niet zou werken?

Ik ben het eens met de Nederlandse schaatser Kai Verbij, hij werd tweede achter Koelizjnikov: „Zolang hij niet geschorst is, is hij in mijn ogen clean.”

Schaatsen is allang geen onschuldige Hollandse sport van koek-en-zopie meer. De sport is mondiaal, de commerciële belangen zijn groot, de medische en technische begeleiding is intens en ja, de ‘pillenpot’ is óók voor iedere schaatser binnen handbereik.

Het is zoals Sven Kramer zei, toen de meldoniumschorsing van Koelizjnikov in april 2016 werd opgeheven: „Ik zou voor niemand mijn hand in het vuur steken, alleen voor mezelf.”

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.