Column

Politicus is geen toxicoloog

Tijd om een misverstand uit de weg te ruimen: toxicologie anno 2017 is een publieke zaak, geen wetenschappelijke. Je kunt dus zorgvuldig proefdierstudies ontwerpen en uitvoeren, met je laboratorium aan alle duizend richtlijnen van de EU voldoen, eindeloos turen door de microscoop naar weefsel van honderden muizen, ratten, geiten, cavia’s, kippen en honden die je belachelijke hoeveelheden van de stof hebt gevoerd, je kunt hun nageslacht wegen, hun poep analyseren. Als aan het einde van de rit jouw conclusies over de gevaren van een stof niet in overeenstemming zijn met de publieke opinie, dan worden ze alsnog verworpen.

Neem bijvoorbeeld glyfosaat, een onkruidverdelger, beter bekend als Roundup. Voor de wetenschappelijke adviescommissie van de Europese Commissie (EFSA) staat glyfosaat voor een stof met een structuurformule, fysische/chemische/technische eigenschappen, een analytische methode om het te detecteren, en een dik rapport met toxicologische studies waaruit conclusies te trekken vallen. Die conclusies: het is onwaarschijnlijk dat glyfosaat kankerverwekkende effecten heeft. Bij een dosis van 50 mg/kilo lichaamsgewicht worden geen afwijkingen geobserveerd, en met een veiligheidsfactor van 100, kom je uit op een veilige dosis van 0,5 mg/kilo lichaamsgewicht. Weet u nog toen er spoortjes glyfosaat in de Ben&Jerry’s zat? Een volwassene van 70 kilo mag 40.000 halveliter bakken van dat ijs eten, elke dag, zijn leven lang, en zit dan nog 100 keer onder de dosis waarbij geen afwijkingen in proefdieren werden geobserveerd. Om de dingen in perspectief te zetten.

Toch werd afgelopen week duidelijk dat er geen meerderheid was onder de EU-lidstaten voor vernieuwde toelating van het middel. Het Europarlement stemde eerder al voor een algeheel verbod van het middel in de EU om dat men de veiligheid wantrouwt. Zoals ik al zei: toxicologie is geen wetenschap meer maar politiek.

De grote vraag is: gaat de toelating van glyfosaat nog wel over toxicologie? Of gaat dit over de context? Bij het noemen van de bedrijfsnaam Monsanto, de belangrijkste verkoper van glyfosaat, verschijnt bij sommige Europese burgers het schuim al op de bek.

Want die context, daar zit de lelijkheid van glyfosaat. Monsanto’s hoofdkantoor staat in St. Louis, middenin het grootste Roundup-ready maisveld ter wereld met resistentie tegen glyfosaat zodat je onkruid kunt verdelgen terwijl het gewas nog in volle groei is. Die mais gaat ongeveer voor de helft richting het vee, en de andere helft eindigt in de vorm van ‘bio’-alcohol in de benzinetank. Middenin dat maisveld staan de medewerkers van Monsanto te roepen dat de opbrengst per hectare omhoog moet, omdat de wereld anders honger krijgt. Niet bepaald geloofwaardig.

Of neem Monsanto zelf? Ze zitten middenin een fusie met Bayer om een nog grotere agrochemische reus te worden. In mijn ogen is dat het belangrijkste aspect van glyfosaat dat beoordeeld werd in Brussel: de enorme belangen. De enorme bergen geld die ermee gemoeid zijn. De legers van lobbyisten die om de commissie heen drentelen. De uit het lood geslagen machtsverhoudingen tussen afnemer (de akkerbouwer) en de producent, de schaalvergroting, de teloorgang van de menselijke maat. Dat is hét recept voor wantrouwen. Vertrouwen wij de wetenschappelijke commissie? Vast. Maar zodra ze producten van een lobbykrachtige club als Monsanto moeten beoordelen, dan raakt dat vertrouwen plotseling het nulpunt.

Daarbij komt dat de EFSA-toxicologen soms hopeloos naïef lijken. Zo weigeren ze consequent mee te nemen in hun beoordeling of de studies onafhankelijk werden uitgevoerd of betaald werden door de industrie. Voor de EFSA zijn data gewoon data. En als de methodes kloppen, dan neem je de uitslag serieus. Dat is geen vertrouwenwekkende instelling.

Mijn vermoeden? Er is weinig mis met glyfosaat, het kan in sommige gevallen zelfs een buitengewoon nuttig middel zijn, en toch ruikt het buitengewoon onfris. Het past niet meer in ons streven naar een vorm van landbouw waarin we minder onkruid, insecten en schimmels verdelgen en meer aandacht hebben voor bodemleven en ecologie. Verder stinkt het naar macht en schaalvergroting. Dat zijn allemaal prima redenen om het gebruik van dit soort middelen aan banden te willen leggen. Monsanto heeft het er deels zelf naar gemaakt. Maar laat de toxicologie alsjeblieft over aan de wetenschappers. Dat is geen werk voor politici.

is microbioloog