Column

Met zedendelicten kan strafrecht maar weinig

Dreigt er nu een heksenjacht, vroeg Joyce Roodnat zich onlangs op de opiniepagina af, in de kwestie seksueel misbruik v/m. Nee, vervolgde ze, „dat voorkomt de rechtsstaat, ook al stelt die een slachtoffer van seksueel machtsmisbruik meestal in het nadeel.” Dat is dus een compliment en een verwijt ineen. Schiet ‘de rechtsstaat’ inderdaad stelselmatig tekort bij seksueel misbruik? En verklaart dat wellicht het gemak waarmee nu verdachten publiekelijk worden beschuldigd? Als de aangiftedrempel minder hoog was en de rechtsgang efficiënter, zouden er dan ook meer slachtoffers voor de rechter kiezen in plaats van voor #MeToo op sociale media? En wat krijg je dan?

Het antwoord is: niet veel. Wat al wordt weerspiegeld in de geringe bereidheid om er überhaupt aangifte van te doen. Volgens een recent onderzoek, overigens van vóór de #MeToo golf, gaat gemiddeld maar 16 procent van de slachtoffers naar de politie. En er zijn aanwijzingen dat dit percentage daalt. Seksueel misbruik komt echter wel heel veel voor. Onderzoek in Nederland laat zien dat 21 procent van de mannen en 56 procent van de vrouwen tussen 15 en 70 jaar tenminste één vorm ervan ooit meemaakte. Daarbij gaat het verhoudingsgewijs vaker dan bij andere misdrijven om daders die men kent. Tegelijk is het feit dát men de dader veelal kent en bevreesd is voor diens reactie ook een reden om niet naar de politie te stappen. Schaamte, gebrek aan bewijs en gebrek aan vertrouwen weegt men af tegen de wens om de dader te straffen. Aangifte tegen een intieme partner na misbruik is het minst waarschijnlijk, evenals na eigen gebruik van alcohol of drugs. Seksueel misbruik door onbekende daders, gevolgd door letsel, of bedreiging met wapens wordt het snelst aan de politie gerapporteerd.

Wie na een voorgesprek met de zedenpolitie toch besluit om aangifte te doen, moet vervolgens een lange adem hebben. Tussen de aangifte en de eerste zitting is een tijdsverloop van twee jaar gebruikelijk. Dat betekent dat de hele procesgang, met alle beroepsmogelijkheden, makkelijk vier jaar of meer kan duren.

Wie dus nu aangifte doet, ziet ‘zijn’ dader op z’n best pas in 2021 in de cel. Als het zover komt, tenminste. Van de 1505 aangiften wegens verkrachting in 2016 wist de politie er volgens het CBS 300 op te helderen. Er werden in dat jaar 125 nieuwe zaken aangebracht bij de rechter, die in totaal in dat jaar in 90 zaken tot een veroordeling met straf kwam. Het OM kreeg in 2016 van de politie 530 zaken voorgelegd waarvan er 310 meteen opzij werden gelegd, meestal wegens bewijsproblemen. In vijf zaken werd met oplegging van voorwaarden aan de verdachte van vervolging afgezien. Celstraffen zijn verder relatief zeldzaam. Onder de in totaal 190 sancties die de rechter in 2016 oplegde, zaten 70 celstraffen, waarvan de helft onvoorwaardelijk, 35 dus. Bij verkrachting hanteert de rechter als uitgangspunt voor de straftoemeting twee jaar cel, waarbij factoren als frequentie, duur, leeftijd, afhankelijkheidsrelatie, aantal daders, geweld, bedreiging etc, de straf nog kunnen verhogen of verlagen.

Recent is het hoofdstuk ‘misdrijven tegen de zeden’ uit het Wetboek van Strafrecht wetenschappelijk doorgelicht, met als conclusie dat het nodig moet worden herzien. Vage normstellingen, complexe regelingen en een onduidelijke samenhang, was het bezwaar. Vooral de regeling van seksuele delicten tegen jeugdigen kreeg veel kritiek. „Het materieelrechtelijke verschil tussen delicten met een zeer hoog strafmaximum en delicten met een laag strafmaximum is in veel gevallen niet meer te ontwaren”. Dat leidt tot sterk uiteenlopende vonnissen. „Het is voor officieren van justitie, advocaten, rechters en politici steeds lastiger de zedenwetgeving te beoordelen”. Een juridisch wankel bouwwerkje dus, met een tombola als resultaat. In de praktijk zijn zedendelicten berucht om hun risico op valse aangiften – sex als wapen, na teleurstelling, uit wraak of om jezelf uit je eigen penarie te helpen. Als er dus ergens bescheiden verwachtingen van de rechtsstaat gepast zijn, dan bij zedendelicten. Dan is kiezen voor een #hashtag in plaats van aangifte zo gek nog niet.

De auteur is juridisch commentator. Facebook: nrcrecht