Cultuur

Interview

Interview

Foto Merlin Daleman

Mestfraude in Noord-Brabant en Limburg maakt omwonenden ziek

De ophoping van enorme hoeveelheden mest in Brabant en Limburg bezorgt omwonenden longklachten. Huisartsen die ervoor waarschuwen, hebben het niet gemakkelijk, vertelt een van hen.

De mestfraude in Oost-Brabant en Noord-Limburg, die aan het licht kwam door onderzoek van NRC gaat over miljarden kilo’s mest. Over kippenmest, varkensmest, koeienmest. Er wordt 16,5 miljard kilo mest per jaar geproduceerd in de regio.

De misstand gaat niet alleen om geld, ook niet alleen om de bodem die verzuurt. Er worden ook mensen ziek van. De ammoniakdampen uit de mest vormen kleine stofdeeltjes in de lucht. Samen met het fijne stof dat wegwaait uit de stallen, veroorzaakt het allerlei longklachten. In het Brabantse en Limburgse gebied vol vee hoesten mensen meer, ze hebben meer longontstekingen en minder sterke longen dan mensen elders. Die conclusie trokken onderzoekers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu afgelopen zomer, toen ze het lijvige tweedelige onderzoek Veehouderij en gezondheid omwonenden afrondden.

De Brabantse huisarts Jan Hoevenaars uit Elsendorp, een dorp midden in de Peel, was een van de eersten die herkenden dat de Nederlandse veehouderij ziektes veroorzaakt.

Epidemiologen gebruikten zijn gegevens voor studies. Uiteindelijk kwamen ze in het grote RIVM-rapport terecht. 38 jaar hield hij praktijk tussen de veeboeren. „Stallen met varkens, dicht op elkaar. Stallen met kippen, stallen met koeien, en in onze gemeente ook nog heel veel nertsen”, vat Hoevenaars samen. Sinds zes jaar is hij met pensioen, maar hij is nog altijd bijna dagelijks met het onderwerp bezig.

Boeren, transporteurs, mestverwerkers en handelaars in Brabant en Limburg frauderen op grote schaal met mest. NRC bracht de omvang van de fraude in kaart. Lees daarover: Het Mestcomplot

Wat zag u bij uw patiënten?

„Ik zag veel meer mensen die hoestten of luchtweg-infecties hadden, en dat kon ik niet verklaren. En patiënten die een longaandoening hebben, voelden zich in mijn praktijk zieker dan elders in Nederland. In 2000 ben ik met registreren begonnen, toen zag ik de verschillen.”

„ In Duitsland was al eerder onderzoek gedaan. Daaruit bleek al dat mensen die daar werken in de intensieve veehouderij, en omwonenden, een verminderde longfunctie hebben. Ik ben met mijn gegevens naar de GGD gegaan. Uiteindelijk konden we het verband leggen.”

Waardoor ontstaan de longproblemen?

„Door fijn stof en ammoniak in de lucht, uit de veehouderij. Er is hier in 2008 een ‘geurbelevingsonderzoek’ gedaan. Heel veel mensen ervoeren overlast. Van mestlucht, vieze lucht. Boeren en lokale bestuurders zeiden dat dat niets met de longklachten te maken had, dat het ‘allemaal beleving’ was. Maar die vieze lucht die je ruikt, schaadt ook je longen. Het mestprobleem is gigantisch hier. Door de mest staan er geen paardebloemen in de wei en zijn geen molshopen.”

Hoe reageerde het dorp op de gezondheidsrisico’s?

„Tegenwoordig is het rustig, er wordt niet veel over gepraat. De huisartsen van nu willen zich er niet te veel mee bemoeien, want het wordt je niet in dank afgenomen. Je schept een kloof tussen boeren en burgers. Je bent… aangeschoten wild, al is dat misschien wat sterk uitgedrukt. Maar je krijgt een heleboel over je heen. Dat ervaar ik nog steeds.”

Jan Hoevenaars staat niet te trappelen om erover te vertellen. „Een auto die flink bekrast wordt. Bedreigende telefoontjes over mijn kinderen en kleinkinderen.” Vorig jaar werd Hoevenaars ook geïntimideerd door een CDA-raadslid, tijdens een informatie-avond in het gemeentehuis van Bergeijk. Brabantse media berichtten erover. „Hij heeft zijn excuses aangeboden, zand erover. Ik ben het nooit uit de weg gegaan. Voor mij staat de gezondheid van de mens voorop - en van de dieren.”

„Het zijn niet alleen longproblemen. Tien jaar geleden werd bekend dat hier veel MRSA voorkomt, een antibiotica-resistente bacterie. En een collega van mij, die in een dorp vlakbij de Belgische grens werkt, maakt zich zorgen over een toename van de leverziekte hepatitis E (die kan veroorzaakt worden door een varkensvirus, red.). Maar huisartsen vinden het moeilijk om zich uit te spreken. Sommigen zien hun patiënten weglopen.”

Hebben vooral omwonenden meer kans op ziekte?

„Nee. Dat merkten we door de Q-koorts, in 2007. Er werden mensen ziek van die bacterie, terwijl ze bij wijze van spreken nooit een geit hadden gezien. Toen groeide het besef dat ook mensen verderop ziek konden worden: de bacterie verspreidt zich via fijn stof in de lucht.

„Inmiddels weten we dat er twee oorzaken zijn van longziekten : ‘primair fijn stof’ dat direct uit de stallen komt. En ‘secundair fijn stof’. Dat ontstaat uit ammoniak, door chemische reacties in de lucht. Dat secundaire fijnstof verspreidt zich over een veel groter gebied. Uiteindelijk zal ook de rest van Nederland problemen krijgen door de intensieve veehouderij in het zuidoosten van Brabant.”

Wat adviseerde u uw patiënten?

„Je kunt niets adviseren. Het zijn enorme stallen, en ook mensen die verderop wonen hebben er last van. En mensen gaan hierom niet verhuizen, het is geaccepteerd. Je zet de ramen niet meer open. En de was hangt binnen te drogen.”