Hij liet het water in de haven ‘bewegen’

Schilderkunst

Veertig jaar na zijn overlijden is er een boek in de maak over de schilder Marius de Jongere. Tijdens zijn hoogtijdagen in de jaren vijftig en zestig hingen zijn doeken bij havenbaronnen op kantoor.

Een havengezicht van Marius de Jongere, in bezit van Jan Rijsdijk. De dikke verflaag waarmee De Jongere water schilderde, is karakteristiek voor zijn schilderijen.

Voel maar, zegt Arthur Erfmann, terwijl hij het schilderij op tafel legt. „Als je met je vinger van boven naar beneden glijdt, dan voel je dat de verflaag waarmee de lucht is geschilderd heel dun is, en de laag van het water heel dik. Daaraan herken je een echte De Jongere.”

De Rotterdamse schilder Marius de Jongere (1912-1977) staat bekend om zijn havengezichten. Honderden doeken heeft hij gemaakt van schepen in de haven, vaak onder een dreigende lucht en op woelig water. De eerste decennia na de oorlog, in de tijd dat de stad werd opgebouwd na het bombardement en de haven uitgroeide tot de grootste ter wereld, was dat een geliefd thema. De Jongere had in zijn tijd enkele tientallen concurrenten. Maar hij behoorde tot de top, dankzij het water dat hij kon laten „bewegen”.

„Hij had daar een speciale techniek voor ontwikkeld, waarbij hij een dikke laag verf met een paletmesje bewerkte”, vult Maarten Drulman aan. „Omdat niemand wist hoe hij dat deed, was hij lastig te kopiëren, al is dat wel volop gedaan. Meestal haal ik die vervalsingen er zo uit.”

Maarten Drulman is de zoon van, want Marius de Jongere heette eigenlijk Marius Drulman. Alleen tijdens de Tweede Wereldoorlog signeerde hij zijn werk met zijn werkelijke naam, omdat de bezetter het gebruik van schuilnamen niet toestond.

De zoon werkt sinds kort aan een boek over zijn vader, samen met zijn zus. En met Arthur Erfmann, eigenaar van kunsthandel Colours op de Bergselaan en kenner van het werk van De Jongere. De kinderen van Drulman zijn de afgelopen jaren meerdere keren benaderd door mensen die een boek over de schilder wilden schrijven. Die pogingen strandden omdat het niet lukte tot overeenstemming te komen over het gebruik van de beeldrechten, die in handen zijn van de familie. Nu, veertig jaar na zijn overlijden, willen ze liefhebbers en verzamelaars een overzicht van zijn oeuvre bieden.

Krankzinnige verhalen

Ze nemen wel de tijd, want het boek komt pas in 2019 uit. Het drietal trekt twee jaar uit om feiten over het leven van De Jongere te verzamelen en werk op te sporen, dat tot buiten Nederland is verspreid. „Er doen veel krankzinnige verhalen de ronde, bijvoorbeeld over gewone vakanties die studiereizen zouden zijn geweest en over assistenten die hij in zijn atelier aan het werk zou zetten. Ik ken dat atelier, daar hadden anderen niet eens bij gekund”, zegt Drulman.

Dat atelier bevond zich bij de schilder thuis in Hillegersberg, op verschillende adressen. In het begin van zijn carrière werkte hij in de Van Slingelandtlaan, begin jaren vijftig verhuisde hij naar de Burgemeester De Villeneuvesingel. Van daar uit stapte hij op de fiets naar Rijnhaven, Maashaven en Waalhaven om er schetsen te maken, die hij thuis uitwerkte. Als kind in de jaren vijftig ging de zoon vaak met zijn vader mee. „Wij hadden een goede band.”

Het gezin kon er goed van leven. De Jongere schilderde taferelen die in menig directiekamer in de haven aan de wand kwamen te hangen. Havenbaronnen kochten de doeken om ze aan voorname klanten of pensionerend personeel cadeau te geven. Zijn hoogtijdagen beleefde hij in de jaren vijftig en zestig.

Honderden werken heeft De Jongere op zijn naam staan, met name olie op doek en aquarellen. „Reken je het lithografisch werk mee, dan zijn het er nog veel meer”, zegt Erfmann, die van een groot deel van die werken foto’s op zijn laptop heeft staan.

Maar er zijn dus ook talloze valse De Jongeres in omloop. Omdat zijn werk goed geld opbracht, werd hij veelvuldig gekopieerd, al tijdens zijn leven. Een van de boosdoeners bleek een lijstenmakerij te zijn. Die zette een paar kopiïsten aan het werk zodra er een doek van De Jongere binnenkwam, al konden ze de kwaliteit van het origineel hooguit benaderen. Ook hadden ze niet altijd door dat hij een merkteken in zijn signatuur had aangebracht: de letter N in zijn naam schreef hij kapitaal in plaats van onderkast.

Zijn schilderijen worden nog steeds verhandeld, zij het niet meer zo vaak. Een goede De Jongere kan rond de 3.500 euro opleveren, een enkel topstuk wellicht het dubbele, aldus Erfmann. In de topjaren was dat veel meer. „De handel in de Jongere is niet meer zo levendig als hij was, maar dat geldt voor de kunsthandel in het algemeen”, zegt Erfmann. „Zeker dit soort figuratieve schilderkunst sluit minder goed aan op de smaak van jongere generaties. Abstracte kunst en foto’s passen beter bij een moderne inrichting. Maar er zijn altijd nog fanatieke verzamelaars. Mensen die zestig De Jongeres in hun bezit hebben.”

Veelzijdigheid

Mogelijk dat het boek de belangstelling voor De Jongere weer aanwakkert. Op de nieuwe website mdejongere.nl en via het stadsarchief Rotterdam is een oproep geplaatst om bijzondere werken van de schilder aan te melden. Erfmann hoopt op een overzichtstentoonstelling in een Rotterdams museum.

Wat de zoon betreft zullen daar dan niet alleen havengezichten van zijn vader te zien zijn. Weliswaar is hij daar vermaard om, maar De Jongere deed veel meer. „Stadsgezichten, landschappen, portretten, zelfs wat abstract werk. In het boek willen we juist die veelzijdigheid tonen.”