Column

Groen gras

De stad uit (5)

Veel Amsterdammers denken er stiekem weleens over na: de stad uit, weg van de drukte. Petra Possel (54) deed het. Na 30 jaar Amsterdam verhuisde ze naar een klein dorpje in Friesland. In NRC brengt ze regelmatig verslag uit.

Toen ik in de stad woonde, was groen natuur. Gras was groen, dus gras was natuur. Gras was het Vondelpark waarin je ging barbecuen. Na de barbecue was het gras bruin. Gras was ook de plek waar honden poepten. Rothonden, rotbaasjes vooral. Mijn natuurbeleving reikte niet verder dan de stadsgrenzen. Een tijdje onderhield ik een volkstuin of eigenlijk: ik zat voornamelijk in een tuinstoel in de volkstuin te lezen. Een tijdje had ik een moestuin of eigenlijk: er stond een licht verwaarloosde moestuinbak van één bij één meter op mijn terras.

Nu ik in Friesland woon, is gras complex. Onder het gras schuilt een wereld die ik nog niet kende. Een wereld van weidegrond die is verworden tot groene doodsakker. Bloemen, kruiden, vogeleieren en zelfs kuikens worden kapot gemaaid, het grasland is een mijnenveld. Laatst hoorde dat in mijn kleine lieve dorpje aan het IJsselmeer Hoekse en Kabeljauwse twisten plaatsvinden. Want de boeren maaien graag vroeg, maar de niet uitgebroede eieren van weidevogels gaan kapot. De romantiek van een keuterboertje dat lekker rommelt op zijn erf is net zo vals als die van een goedlachse hoer op de Wallen die er wel pap van lust.

In de vroege ochtend liep ik van mijn dorp naar het buurdorp, een wandeling van een half uur. Het pad tussen het grasland is geasfalteerd na inspanningen van Dorpsbelang. Zo fietst de schooljeugd veilig naar het buurdorp nu de beide scholen in mijn dorp wegens gebrek aan kinderen moesten sluiten. Neuk dan eens wat meer, zou Jan Wolkers uitschreeuwen, maak kinderen! Maar Wolkers is hier al een tijdje niet meer gesignaleerd en bij de meeste mensen hier rammelt er van alles, behalve de eierstokken.

En terwijl ik liep te mijmeren over de leegloop op het platteland en het volstromen van de stad, passeerde ik een weiland met rondom één strook kort gras. Een boer die moest maaien had slechts één strook gemaaid, zodat de vogels en hun kuikens de tijd kregen om naar een veiliger plek te migreren. Een kuiken- of vluchtstrook noemen de mensen van de vogelbescherming dit.

Dacht ik.

Een dag later hielp een bioloog uit mijn dorp me uit de droom. Deze boer had wat stalvoer nodig voor zijn koeien, niks vogelbescherming.

Ik moet nog veel leren van de natuur.