Commissie wees Wolkersbiografie eerst af

Wolkersbiografie

De eerste versie van de biografie over Jan Wolkers waar auteur Onno Blom op promoveerde, werd in het voorjaar nog afgekeurd.

De eerste versie van de veelbesproken biografie over Jan Wolkers Het litteken van de dood waarop Onno Blom vorige maand promoveerde, is afgewezen als proefschrift. De promotiecommissie die dit voorjaar het manuscript beoordeelde waaraan toen al tien jaar was gewerkt, vond unaniem dat „het proefschrift zoals dat ingeleverd was niet voldeed aan de wetenschappelijke normen voor een proefschrift”. Ook een voorstel van de promotor tot aanpassing werd door de toenmalige commissie verworpen.

Decaan Mark Rutgers van de Leidse faculteit der geesteswetenschappen besloot daarop de promotiecommissie te ontbinden. Het ontbinden van een promotiecommissie is ongebruikelijk. Een promotie vindt plaats na goedkeuring van een proefschrift door twee promotoren, waarna een commissie van (deels externe) vakgenoten het beoordeelt.

Vier maanden later oordeelde een tweede, op één lid na anders samengestelde promotiecommissie het manuscript wel promotiewaardig. Het was toen met een kwart ingekort tot ruim duizend pagina’s. Ook was het eerste hoofdstuk met daarin de wetenschappelijke verantwoording uitgebreid.

Aan het voornaamste bezwaar van de eerste promotiecommissie was echter niet tegemoetgekomen: de biografie vertelt het levensverhaal van Wolkers, maar analyseert hem niet als exponent van zijn tijd. De leden van de eerste commissie kunnen hun bezwaren niet toelichten, laten ze desgevraagd weten. Ze zijn volgens het promotiereglement gebonden aan geheimhouding. Wel verwijzen ze naar de toetsingseisen van het promotiereglement: „De criteria zijn duidelijk omschreven.”

De eerste commissie wilde „een heel ander soort proefschrift”, zeggen Onno Blom en zijn promotor Willem Otterspeer. Zij voelden daar niet voor, zeggen ze. Blom: „Ik wilde geen boek schrijven waarin Wolkers als een sjabloon van een generatie of groep werd beschreven. Ik wilde hem nabij brengen, in klare taal, hem van binnenuit beschrijven, niet van buitenaf.”

Otterspeer, historicus van huis uit, had zelf de leden van de eerste, vijfkoppige promotiecommissie voorgedragen bij de decaan, zoals gebruikelijk. Hij was, zegt hij, „stomverbaasd” over de afwijzing. Otterspeer droeg in augustus ook de leden van de tweede promotiecommissie voor. Hij legde meer de nadruk op historisch letterkundigen, met ervaring als biograaf.

Omdat het ontbinden van een commissie niet in het reglement staat, is het aan de decaan om daartoe te besluiten. Nadat een lid van de eerste promotiecommissie zich had gemeld uit verbazing dat de promotie toch doorging, nam de decaan contact met de rector op. Rutgers: „Toen die klacht kwam dacht ik: oh, heb ik wellicht iets fout gedaan?” De rector stelde vast dat er procedureel juist was gehandeld.

Het aangepaste manuscript was gereed op 7 augustus, vijf maanden na het oordeel van de eerste commissie. Twee dagen later werd de tweede promotiecommissie ingesteld, die zoals gebruikelijk zes weken de tijd kreeg voor de beoordeling. Blom kon mede daardoor, zoals oorspronkelijk gepland, promoveren op de tiende sterfdag van Wolkers. Gewoonlijk zitten er wegens de volle agenda drie of vier maanden tussen het positieve oordeel van de promotiecommissie en het moment van promoveren.

Dubbelinterview promotor en decaan pagina 30