Column

Bottenpolder

In de Bonnenpolder bij Hoek van Holland moet de grootste natuurbegraafplaats van Nederland komen, als onderdeel van een nog te ontwikkelen natuurgebied. De polder van 128 hectare – nu nog landbouwgebied – is opgekocht door Natuurmonumenten en Stichting Zuid-Hollands Landschap. Om het kostbare natuurplan haalbaar te maken is daar de club Natuurbegraven Nederland bijgehaald, want die brengt geld in het laatje.

Het lijkt wel simpel en goedkoop zo’n natuurgraf zonder steen, monument of onderhoud, maar niets is minder waar. Aan zo’n exclusieve laatste rustplaats is uiteraard ook een prijskaartje verbonden (drie- tot vierduizend euro), maar dan heb je ook het mooiste uitzicht en de beste plek.

Zodra het definitieve ontwerp klaar is, staat de Rotterdamse gemeenteraad voor een ingewikkeld besluit. Als de raad namelijk niet instemt met de natuurbegraafplaats (30 hectare van het totale gebied), kunnen ook de dure natuurplannen niet doorgaan. Dan bestaat de kans dat de polder – het laatste stukje groen in dit glastuinbouwgebied – alsnog wordt volgeplempt met windmolens, zonnepanelen of nog meer kassen.

Dus, dacht ik tot voor kort, niet mekkeren en laten we ons vooral verheugen op een nieuw, prachtig stukje natuur in onze stad. Veel Hoekenezen zijn het daar niet mee eens en spreken al van de „Bottenpolder”. Afgelopen week werd het zogenaamde voorkeursplan gepresenteerd door de beroemde landschapsarchitect Adriaan Geuze, maar de tegenstanders waren na afloop in grafstemming.

Ze vragen zich af hoe ze ooit onbezorgd van de natuur moeten gaan genieten in de wetenschap dat onder ieder stukje omgewoelde grond wel eens een vers lijk zou kunnen liggen. En wat als je loslopende hond z’n neus achterna gaat om vervolgens kwispelend terug te komen met een rottend onderbeen in zijn bek? Of dat je gezellig keuvelend tijdens een fietstochtje met je kind ineens in een rouwstoet terecht komt. Kortom, de tegenstanders beloven zich tot op het bot te gaan verzetten en hebben inmiddels ruim 2000 handtekeningen verzameld.

Voorstanders zijn er ook. Die verheugen zich juist op de doodse stilte, de natuur en „een plek voor bezinning”. Ook in de raad zijn de meningen verdeeld. Het CDA is alvast tegen en dat geldt ook voor de Partij voor de Dieren. Van die laatste verbaast me dat het meest. Alle natuur is goed voor de dieren, toch? Maar de partij maakt zich zorgen om de mogelijke vervuiling, want wat als uit al die dode lichamen met hun lekkende lichaamssappen resten van geneesmiddelen sijpelen en deze gifstoffen in het grondwater en dus in de natuur terechtkomen? Slecht voor mens, plant én dier, beweren ze. Op hun website voegen ze daar nog een argument aan toe: „Wilde dieren als vossen kunnen op zoek gaan naar stoffelijke resten. Niemand zit hier op te wachten” (zelfs de Partij voor de Dieren niet).

Hou op, ik ben al om, dan maar geen natuur. En begraven wil ik ook niet meer worden. Verbrand me maar en strooi m’n as uit over de Nieuwe Maas. Wel zo praktisch, mileuvriendelijk (?) en hygiënisch vooral.

(@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.