Bedrijven in Noord-Brabant en Limburg diep in de mestfraude

Onderzoek

Bijna tweederde van de transporteurs en verwerkers van dierlijke mest is eerder verdacht, beboet of veroordeeld wegens fraude.

De Peel, november 2017 Foto Merlin Daleman

In Oost-Brabant en Noord-Limburg spannen veehouders, mestbedrijven en hun adviseurs samen bij de fraude met dierlijke mest. Van de belangrijkste mesttransporteurs en -verwerkers in dit gebied is bijna tweederde (64 procent) veroordeeld, beboet of verdacht door toezichthouder NVWA of OM. Dit blijkt uit onderzoek van NRC naar de aard en omvang van mestfraude in dit gebied.

Het advieskantoor dat de mestboekhouding voor veel van deze bedrijven bijhoudt, blijkt eveneens veroordeeld wegens mestfraude. Dat geldt ook voor het laboratorium dat namens de overheid veel mestmonsters controleert. Drie bestuursleden van Cumela, de branchevereniging voor mesttransporteurs, zijn eveneens betrokken bij fraude. Een van hen is, na een inval van de politie vorige maand in Stevensbeek, door Cumela op non-actief gesteld.

In Oost-Brabant en Noord-Limburg wordt de meeste mest geproduceerd en zijn de samenhangende milieuproblemen het grootst. Veel mest wordt illegaal uitgereden op weiden en akkers, waardoor het grond- en oppervlaktewater vervuild raakt. Boeren werken samen met transporteurs en verwerkers om te dóen alsof ze de mest afvoeren. Op papier maken ze de mestboekhouding daarna kloppend.

NRC sprak met tientallen betrokkenen, van wie een deel zelf deelneemt aan de mestfraude. NRC reed mee met een chauffeur die tijdens een aantal ritten liet zien hoe eenvoudig het is te frauderen en hoe hij samenwerkt met andere bedrijven.

Lees ook: NRC bracht de omvang van de mestfraude in kaart.

De mestbedrijven – vaak familie-ondernemingen – worden in de fraude bijgestaan door administratie- en boekhoudkantoren, laboratoria en garagebedrijven. Zo blijken lege vrachtwagens heen en weer te rijden terwijl ze op papier tonnen mest vervoeren. De monsters die van elke vracht wettelijk ter controle naar het laboratorium gaan, worden gemanipuleerd, onder meer met vloeibare fosfaat en stikstof. De digitale volgsystemen die toezichthouder de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) hanteert, worden op tal van manieren misleid.

Afwijkende mestboekhouding

In een hoorzitting over mestfraude voor de Tweede Kamer deze zomer zei het hoofd van de divisie inspectie van de NVWA dat de omvang van mestfraude „niet bekend” is. Wat hij niet vertelde, is dat de NVWA in 2015 onderzoek deed naar de mate waarin mesttransporteurs en -handelaren zich aan de wet houden. De uitkomst van deze - nooit door de NVWA gepubliceerde - rapportage is dat 39 procent de regels overtreedt.

Een al opgestart, vergelijkbaar ‘nalevingsonderzoek’ onder veehouders blijkt in 2016 plots afgebroken. De NVWA zegt „prioriteit [te hebben] gegeven aan andere inspecties”. De NVWA weigerde een interview.

In een reactie noemt secretaris Hans Verkerk van branchevereniging Cumela de bevindingen van NRC „behoorlijk schokkend”. Cumela gaat een ‘bureau voor gedragsverandering’ inhuren. Verkerk bevestigt dat de mestboekhouding afwijkt van de praktijk. „Als ik bijvoorbeeld de exportcijfers van de varkensmest richting België analyseer, houd ik er rekening mee dat met de helft van die meststroom is geknoeid.”

Van de omvang van de fraude hangt veel af. Nederlandse boeren mogen van de Europese Commissie al meer mest uitrijden dan boeren in andere Europese landen, mits ze zich aan de milieu-afspraken houden. Deze uitzonderingspositie scheelt de sector jaarlijks bijna 200 miljoen euro. Binnenkort wordt besloten of Nederland deze uitzonderingspositie behoudt.

Correctie (14 november 2017): In de oorspronkelijke tekst van dit bericht stond dat de uitkomst van een nalevingrapportage van de NVWA onder intermediairs in 2015 was: “dat 61 procent de regels overtreedt”. Dat is gewijzigd in: “dat 39 procent de regels overtreedt.”