Recensie

Wolfgang Mattheuer schildert zich naar de zon

Tentoonstelling

In de DDR zag de Stasi hem als staatsvijand. Zelf zei Wolfgang Mattheur dat hij geen kritiek op de DDR had, wel op de mensheid.

Wolfgang Mattheuer, Een vreemd voorval, 1984-91

Museum De Fundatie in Zwolle brengt het eerste retrospectief buiten Duitsland van Wolfgang Mattheuer (1927-2004). Het is geen tentoonstelling om in wandelpas doorheen te gaan. Ruim tachtig schilderijen hangen er, verspreid over twee verdiepingen, en bijna allemaal houden ze je een tijdje staande. Mattheuer was schilder en (incidenteel) beeldhouwer in Oost-Duitsland; het grootste deel van zijn werkzame leven was dat de Deutsche Demokratische Republik. Hij was lid van de communistische partij, maar werd door de Stasi op den duur toch als staatsvijand aangemerkt. In zijn kunst hield hij zich verre van het Socialistisch Realisme dat in het Oostblok gangbaar was.

Naast landschappen, stillevens en (zelf)portretten maakte Mattheuer vooral veel verhalende schilderijen, die noch naar de inhoud, noch naar de vorm realistisch zijn. Raadselachtige, vaak wat melancholieke fantasieën zijn het, dromen in verf, geschilderd in een stijl die getuigt van vertrouwdheid met klassiek-modernen als Beckmann, Léger, Vallotton en Marquet. Ze zijn soms op bijbelse of mythologische verhalen geënt, maar duidelijk gesitueerd in de tweede helft van de twintigste eeuw. Het blijft gissen naar wat ze precies te betekenen hebben. Wanneer ze als verholen kritiek op het DDR-regime werden uitgelegd, antwoordde Mattheuer zelf dat ze eerder een kritiek op de mensheid in het groot waren – en dat bleef hij volhouden na de val van de Muur.

Wolfgang Mattheuer, De buurman, die wil vliegen, 1984
Wolfgang Mattheuer, De buurman, die wil vliegen, 1984

Icarus

Terwijl de voorstellingen blijven openstaan voor interpretatie, is er ook altijd nog de schilderkunstige kant van de zaak. Die is helder als een onbewolkte winterdag. Het lijkt Mattheuer altijd om het licht te gaan. Een vroeg stilleven voor een raam heeft niet voor niets de titel Zonneraam: het is echt een studie van het verschil tussen het licht buiten en binnen, van hoe dat licht vanuit de tuin door gordijnen, langs sponningen, in een glas en op een muur schijnt. In de latere, minder naturalistische figuurstukken is het het consequente licht dat onbestaanbare situaties tot een acceptabel geheel smeedt.

Opvallend vaak zette Mattheuer de zon pontificaal in beeld. Zacht en bleek boven een winterlandschap. Een lichte kern met een goeddeels gele cirkel eromheen, waar een bontgekleurde strandbal mee probeert te concurreren in De blauwe zomeravond (1985). Een verzengende witte vuurbal achter zijn zoontje dat als indiaan verkleed is. Eén keer is de zon zelfs zwart met een donkerrode gloed in het midden.

Wolfgang Mattheuer, De gele zomeravond, 1982
Wolfgang Mattheuer, De gele zomeravond, 1982

Aan politieke duidingen van zijn werk wilde Mattheuer zich niet branden, maar intussen probeerde hij als schilder dus bij de zon te komen. In het echt moet je daar niet te lang naar kijken, laat staan dat je ernaartoe kunt, en zelfs in de literatuur gaat het mis: de Icarus-mythe was voor Mattheuer aanleiding voor veel schilderijen. Zo wordt in Een vreemd voorval (1984-1991) een neergestorte Icarus aangegaapt door een touringcar vol ramptoeristen. Daar heb je die kritiek op de mensheid in het groot.

Maar in de kunst kan alles. In de kunst kun je vliegen. Kijk maar naar de vele landschappen in vogelvluchtperspectief die Mattheuer maakte. In zijn werk kwam hij van de grond. Los van het menselijk falen en los van het cynisme daarover. Los van het land ten oosten van IJzeren Gordijn.