Vier alternatieven voor plekken waar je even niet naar toe kan

Soms is een bepaald reisdoel even geen goed idee. Ivo Weyel oppert alternatieve bestemmingen.

Het eiland Riau.

1. Madrid in plaats van Barcelona

Niet alleen banken verlieten Barcelona massaal, ook toeristen zegden en masse af. Misschien een geluk bij een ongeluk, want de stad had al tijden de buik vol van de overdosis vakantiegangers. Er hingen overal aanplakbiljetten waarop staat dat ze moeten wegwezen. Zelfs het designmuseum weet zich geen raad meer. In de hal prijkt de slogan What am I doing here?, met daarnaast What is everything doing here?, dus veel vertrouwen in hun eigen spullen hadden ze ook al niet. Ga naar Madrid. Vond ik toch altijd al een betere optie: Madrid is mooier, het heeft betere musea (iedereen moet één keer in zijn leven Las Meninas van Velásquez hebben gezien in het Prado), ze eten er zelfs op een decenter uur (half tien is best oké tegenover half elf in Barcelona) en je voelt je er tenminste welkom als toerist want de mensen zijn een stuk relaxter.

2. De Gouden Rots in plaats van Ayers Rock

Het gaat slecht met de rotsen. Ayers Rock (Uluru) midden in Australië houdt per 1 januari 2019 op een toeristische trekpleister te zijn. De Aboriginals beschouwen het als een religieuze plek en ergerden zich al decennia aan de toeristen die hem beklommen. Dat wordt verboden.

Ook de beroemdste trekpleister van Malta, de Azure Window rotspartij, is niet meer, want die stortte eerder dit jaar na een storm ineens in zee. Blijft over de Gouden Rots bij Kyaikto in Myanmar. Dit enorme, op een 1.100 meter hoge berg balancerende rotsblok is compleet belegd met bladgoud als eerbetoon aan Boeddha; de rots blijft namelijk door slechts één klemzittende haar van hem op z’n miraculeuze plaats hangen.

Ayers Rock in Australië.

3. Onrust in Kenia, dus naar Gambia

Gedoe in Kenia in verband met de verkiezingen. Studentenopstand, betogingen, onrust. Even daar dus maar niet heen, ook al is het een van de populairste landen voor een safari of een zonvakantie. Op naar Gambia aan de westkust, waar het rustig is geworden nadat de dictator onder dwang is opgestapt (hij dreigde in 2008 alle homoseksuelen te onthoofden en probeerde bij zijn vertrek zijn Rolls Royce-verzameling het land uit te smokkelen.) Het is voor zonzoekers prima om in onze winter heen te gaan, compleet afhankelijk van het toerisme en bloedarm. Zoek dus een hotel dat wordt gerund door de plaatselijke bevolking, zodat de inwoners er zelf aan kunnen verdienen, en geen ketenhotel.

4. Bali is te vol, dus naar Riau

Het gaat iets beter met de vulkaan Mount Agung op Bali. Hij schudt nog maar enkele honderden keren per dag in plaats van 1.000 keer, vorige maand, en je mag hem nu een kilometer of wat dichter naderen (7,5 kilometer in plaats van 12,5). Toch rest de vraag wanneer hij uitbarst. Daarbij raakt Bali te vol met toeristen. Dus op naar Riau, de Indonesische eilandengroep tussen Maleisië en Borneo, bestaande uit zo’n 3.200 eilanden, groot en klein, nog onbespoten en bevolkt door vriendelijke vissers en boeren (mensen zijn eigenlijk altijd vriendelijk als ze nog niet met het fenomeen toerist in aanraking zijn gekomen; daarna gaat het pas mis).

Het is er ongekend mooi en op veel plekken toerismevrij, al gaat dat veranderen, want men is hard bezig resorts te bouwen. Niet te lang wachten dus. Gelukkig is de natuur beschermd, dus volgebouwd zal het niet worden.

Correctie (13-11-2017): In een eerdere versie van dit artikel stond dat de Mount Agung op Bali 400 keer per dag schudt, dat moet enkele honderden keren zijn.