Recensie

Trump de trol redt deze encyclopedie van fabeldieren

Floortje Zwigtman schreef vlotte lemma’s, maar uitputtend genoeg om het een ‘encyclopedie’ te noemen is Fabeldieren niet. Illustrator Ludwig Volbeda maakt veel goed.

Een betere illustrator voor een non-fictieboek over fabeldieren dan het jonge, nu al veelgeprezen talent Ludwig Volbeda is nauwelijks denkbaar. Zijn fijnzinnige, detaillistische manier van werken, delicate lijnvoering en warme kleurgebruik blijken uitermate geschikt voor het verbeelden van de kleine honderd mythologische wezens. Die verzamelde Floortje Zwigtman (1974) voor Fabeldieren en beschreef ze. De illustraties geven dit royaal bemeten boek met indrukwekkende drakenkop en goudkleurige titel op de cover de uitstraling van een klassiek bestiarium.

Ultieme encyclopedie

Dat rechtvaardigt echter niet om het op de cover te typeren als ‘de ultieme encyclopedie van alle fabeldieren’. Daarvoor is het boek gewoonweg onvoldoende uitputtend en eenduidig in opbouw, met hoofdstukken en lemma’s die qua lengte en inhoud nogal variëren. Waarom niet standaard in ieder hoofdstuk een sprookje ter illustratie opgenomen? De verhalen die Zwigtman vertelt, zoals ‘Waarom God niet meer op aarde woont’ (Mozambique) over hoe de mens de aarde vernietigt, of ‘Het haasje van de maan’ (Sri Lanka), verwant aan ons ‘mannetje van de maan’, verlevendigen en verhelderen de lemma’s, zo blijkt.

Daarnaast is onduidelijk waarop Zwigtman haar fabeldierkeuze baseerde. Dat de ‘trolkat’ uit de Noordse mythologie voorrang kreeg boven Jörmungandr de oerslang, lijkt op willekeur. En het is gissen waarom de mythische reuzenvogel Roc uit de Sprookjes van 1001 nacht niet bij ‘fabeldieren van de lucht’ staat.

Cocktailprikker

De titel dekt de lading ook niet helemaal. Naast fabelwezens als de griffioen, feniks en weerwolf passeren allerlei andere wonderlijke fantasieschepsels de revue, effectief gerangschikt naar hun geografische en culturele herkomst. Zo ontmoet je de Russische domovoi (beschermgeest van het huis), de Marokkaanse verleidster van het water Aisha Qandisha, en de Ootkwatah, zeven indianenkinderen uit Noord-Amerika die naar de sterrenhemel zijn gedanst.

Ondanks bovengenoemde tekortkomingen kom je heel wat te weten over de herkomst en karakteristieken van al die wonderwezens. Daarbij helpt het dat Zwigtman een onderhoudend verteller is en aangenaam lichte toon hanteert. Over de eenhoorn schrijft ze bijvoorbeeld: ‘hij was zó sterk en woest dat hij een olifant aan zijn hoorn kon rijgen als een augurk aan een cocktailprikker.’ En in het drakenhoofdstuk vermeldt ze een eerste hulp bij draken (EHBD), voor het geval dat.

Trump de trol

Humor is ook Volbeda niet vreemd. Wie goed kijkt ziet Donald Trump tussen de trollenhoofden, vlak bij het tekstkadertje over ‘trollengebrul’. Maar het zijn niet dit soort grapjes waaraan dit lees-, kijk- en bladerboek zijn kracht ontleent: dat zijn ontegenzeggelijk de indrukwekkende illustraties van Volbeda. Het is onmogelijk er eentje als allermooiste te bestempelen. Maar de Australische roodbruine regenboogslang komt als ‘moeder van alle leven’ in de buurt. Bovendien bevestigt dit oer-fabeldier fraai het aan Mary Hoffman ontleende motto voorin het boek: ‘Mythology isn’t bad science; it is something quite different. Through these ancient stories we learn something about the human mind, and with it something about ourselves.’