Straks staat het hulpje zelf op het bordes

Politiek assistenten

Een verse lichting politiek assistenten is begonnen. Niemand kent ze, maar de functie is een ‘nieuwe route naar de macht’.

Foto Robin Utrecht/ANP Bewerking Studio NRC

Het was bloedheet, die zomerdag in het Amsterdamse Oosterpark. Onder grote belangstelling werd de afschaffing van de slavernij herdacht, precies 150 jaar geleden. Vicepremier Lodewijk Asscher zat vol in de zon en kreeg het steeds warmer. En toen kwam de verlossing – in de vorm van een tube zonnebrandcrème en een glaasje water.

Afzender: zijn politiek assistent, Julia Wouters.

De afgelopen weken zijn ze aan de slag gegaan, deze vrijdag heeft de ministerraad hen formeel benoemd: de nieuwe politiek assistenten. Buiten het Binnenhof kent niemand ze, maar in de politieke binnenwereld is de ‘PA’ een gevleugeld begrip. Ze zijn onmisbaar in het leven van een bewindspersoon: de ministers en staatssecretarissen van Rutte III hadden er allemaal binnen een paar dagen eentje benoemd.

Wat doet deze minst bekende diersoort van het Binnenhof? PA’s vervullen de rol van verbindingsofficier: met de partij en de Eerste en Tweede Kamer. Ze wijken zelden van de zijde van hun bewindspersoon. Ze zijn de politieke ‘ogen in de rug’ van een minister. De politiek assistent is formeel in dienst van het ministerie, maar hij is ‘van de partij’: vertrekt de minister, dan houdt ook de functie van politiek assistent op.

Dat kan zorgen voor spanningen, met de ambtelijke top en de afdeling voorlichting. Die vinden het hinderlijk, zo’n verspieder van de partij die hun beleidsplannen kan doorkruisen. Geheel onterecht is die argwaan niet. Een PA uit het vorige kabinet vertelt hoe hij voor zijn bewindspersoon een doorbraak forceerde op een dossier waarop het departement niet wilden bewegen: hij hielp een oppositiepartij een motie te schrijven, die werd aangenomen door de Tweede Kamer. Daarna kon de bewindspersoon tegen de ambtelijke top zeggen: we móeten de wil van het parlement uitvoeren.

Liaison

Je hebt verschillende typen PA’s. De één houdt zich uitsluitend bij zijn rol als liaison met de Tweede Kamer: de stemming peilen bij oppositie en coalitie voorafgaand aan een debat, de minister wijzen op gevoeligheden, de eigen fractie bijpraten. Ook functioneren ze als link tussen departement en parlement, want sinds de ‘oekaze van Kok’ (1998) mogen ambtenaren niet meer rechtstreeks praten met Kamerleden. Dit type PA spreekt zelden tot nooit met de pers: er zijn er die zelfs de benen nemen als ze een journalist zien.

Veel PA’s hebben een ruimere taakopvatting. Ze houden zich bezig met strategie en beeldvorming, geven feedback, schrijven toespraken en fungeren als spindoctor – ook al verbiedt hun functieomschrijving dat expliciet. Julia Wouters behoorde tot die laatste categorie. Ze zag het als haar belangrijkste taak om de PvdA-agenda van Asscher te bewaken. „Ik zei altijd tegen de ambtenaren: jullie zijn van het gelijk hebben, ik van het gelijk krijgen.”

Haar relatie met de ambtenaren was niet altijd even soepel. „Sommigen keken neer op mijn vak.” Het ministerie van Sociale Zaken, zegt Wouters, wordt „bevolkt door macro-economen”. „Dan loop je het gevaar dat alle menselijkheid uit de plannen verdwijnt. Het was mijn taak om dat te voorkomen.”

Er was nóg een bron van spanning: Asscher nam niet één, maar drie PA’s mee naar het ministerie. In de wandelgangen werd smalend gesproken over de ‘bontkraag’ van adviseurs die de vicepremier om zich heen had verzameld. Bij de start van dit nieuwe kabinet kwam er dan ook een verordening van premier Rutte: maximaal één PA per bewindspersoon.

De meeste PA’s zijn begin dertig en het is hun tweede of derde baan. Ze werkten eerder als ambtenaar of in het parlement. Vaak hebben ze ervaring in de lokale politiek. Ook de PA’s van Rutte III zijn in grote meerderheid gerekruteerd uit overheid of politiek: een fractievoorlichter, een public affairs-adviseur van de provincie Limburg, een ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

Toch is er een verschuiving aan de gang, zegt hoogleraar bestuurskunde Caspar van den Berg (Rijksuniversiteit Groningen). Hij heeft een database aangelegd van PA’s door de jaren heen. De politiek assistent, zegt Van den Berg, heeft een steeds stevigere professionele achtergrond.

Het PA-schap is volgens hem „een nieuwe route naar de macht” geworden. Politiek assistenten maken later zelf carrière als politicus – en dat zien ambtenaren. Hugo de Jonge (CDA), de nieuwe vicepremier en minister van Volksgezondheid, werkte van 2006 tot 2008 als PA van drie bewindslieden: Maria van der Hoeven, Marja van Bijsterveldt en Jan Peter Balkenende. Twee politiek assistenten uit Rutte II, Bente Becker van minister Henk Kamp en Sophie Hermans van de premier zelf, kregen een hoge plek op de VVD-kandidatenlijst. En oud-PA’s als Gerdi Verbeet (PvdA) en Jack de Vries (CDA) groeiden later uit tot bekende politici. Van den Berg: „Ambtenaren denken: voor hetzelfde geld is deze PA over tien jaar zelf een bewindspersoon.”

Ze doen hun werk het liefst in stilte, dan zijn ze effectiever. Als je PA’s vraagt naar hun macht, beginnen ze meteen te relativeren. Mijn invloed is beperkt, zeggen ze dan; ik heb een dienende functie. Als ik al gezag heb, is dat ‘geleend’ van de bewindspersoon.

Lullige klusjes opknappen

PA’s benadrukken dat je ook gewoon lullige klusjes moet opknappen, zoals een broodje halen of zorgen dat de minister op tijd vertrekt bij een bijeenkomst. „Even mijn leren jekkie aantrekken, noemde ik dat,” zegt Simone van Geest, die onder Rutte II werkte als politiek assistent van minister Lilianne Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking). „Dan zei ik gedecideerd: ‘Nu neem ik je mee’.”

Toch weet iedereen in Den Haag: de PA dóet ertoe. Omdat hij – of zij – overal bijzit, heeft hij een ongekende informatiepositie. De PA fungeert ook als poortwachter van de minister: welke informatie komt er op het bureau, welke personen krijgen wel of geen afspraak? Niet voor niets heeft de Permanente Scoutingscommissie van de VVD sinds 2010 een poule van potentiële PA’s, waaruit de afgelopen weken weer flink is geput.

Bovenaan de hiërarchie staan de PA’s van de premier en de vicepremiers. Zij sturen de andere PA’s aan. Ze zijn erbij als de premier en de drie vicepremiers op dinsdag samen een broodje eten op het Torentje. En vaak zijn ze ook secretaris van het bewindspersonenoverleg op donderdagavond, waar de ministerraad van de volgende dag wordt voorbereid.

De PA van premier Rutte heet Caroliene Hermans. Ze is de dochter van partijprominent Loek Hermans. Op Algemene Zaken volgde ze haar zus Sophie op, die naar de Tweede Kamer ging.

De vicepremiers hebben alledrie een voormalige spindoctor van de Tweede Kamerfractie aan hun zijde gekregen. Bart van den Brink (CDA), Roy Kramer (D66) en Jonathan van der Geer (ChistenUnie) zijn drie ervaren mannen die elkaar tijdens de ellenlange formatie goed hebben leren kennen en vertrouwd zijn met elk detail van het regeerakkoord.

Wat voor type PA zij gaan worden, laat zich makkelijk raden: véél meer dan een waterdrager tussen fractie en minister.