Recht & Onrecht

Puigdemont is testcase voor strafrecht samenwerking in EU

Mag Puigdemont op basis van het Europees Aanhoudingsbevel door België wel aan Spanje worden overgedragen? Dat roept bredere vragen op over de verhouding tussen soevereiniteit en verdere justitiële samenwerking, schrijft Michiel Luchtman in de Europacolumn.

Carles Puigdemont en voormalige leden van de Catalaanse regering Clara Ponsati en Meritxell Borras bij een persconferentie in Brussel REUTERS/Yves Herman

Door Michiel Luchtman

In het escalerende conflict tussen de Spaanse staat en de Catalaanse afscheidingsbeweging blijkt geen van beide partijen bereid of in staat de angel uit het conflict te halen. De Europese Unie houdt zich afzijdig. Telkens wanneer er vanuit het buitenland toch een reactie volgt, reageert Madrid als door een wesp gestoken.

Maar inmiddels is het conflict geen interne Spaanse aangelegenheid meer. Puigdemont reisde zonder veel problemen af naar Brussel. Als de Spaanse justitiële autoriteiten het vorige week uitgevaardigde Europees Aanhoudingsbevel (EAB) handhaven, zal de strijd worden voortgezet voor een Belgische rechtbank. Puigdemont stelt intussen hardop vragen bij de eerlijkheid van het proces dat hem in Spanje ten deel zal vallen en zal de Belgische rechters daarover om een beslissing vragen: mogen zij de overlevering weigeren vanwege een mogelijke schending van Puigdemonts rechten in een Spaans strafproces?

Enorme verbetering

Het EAB is het vlaggenschip van de Europese strafrechtelijke samenwerking. Het voorziet in een snel mechanisme voor overlevering van verdachten en veroordeelden binnen de Europese Unie. Het EAB is zeer effectief omdat de EU-lidstaten, net na de aanslagen in de VS in 2001, bereid bleken om in vergaande mate afstand te doen van hun soevereiniteit. Bij overlevering binnen de EU zijn alleen rechters en officieren van justitie betrokken (en niet de politiek). Dat levert een forse tijdwinst op, wat in de strijd tegen de grensoverschrijdende misdaad een enorme verbetering is.

De Europese afspraken voor overlevering zijn bovendien veel dwingender, zodat – vergeleken met de internationale uitlevering – een gezochte persoon veel minder vaak de strafrechtelijke dans zal ontspringen. Er zijn nog maar weinig mogelijkheden om overlevering te weigeren. De politieke aard van het delict kan daarvoor niet meer worden ingeroepen, anders dan onder de uitlevering. Die weigeringsgrond vond men niet meer passen in de Europese Unie. Naar verwachting zal de stelling van Puigdemont dat hem geen eerlijk proces wacht of dat hem zijn vrijheid van meningsuiting zal worden ontnomen evenmin tot weigering van overlevering leiden. Het EAB-systeem is namelijk gebaseerd op een hoge mate van vertrouwen in elkaars rechtssystemen. De overlevering zal vermoedelijk alleen nog kunnen worden geweigerd als de feiten waarvoor hij wordt vervolgd (rebellie, opruiing, misbruik van fondsen) ) in België geen strafbaar feit zouden opleveren. Maar zelfs dat mag de Belgische rechter, anders dan in het uitleveringsrecht, in deze zaak waarschijnlijk niet meer volledig toetsen.

Lange arm

Op deze wijze is het vlaggenschip van Europese strafrechtelijke samenwerking tot een instrument ter beslechting van een ‘interne’ soevereiniteitsstrijd geworden. In een klassieke, internationale uitleveringsprocedure zouden de Belgische autoriteiten in een zaak als deze allerlei mogelijkheden hebben gehad om een eigen afweging te maken. Die ruimte is er hier niet; het EAB en de automatismen waarop het is gestoeld zullen de Belgische autoriteiten en de Europese Unie dwingen op te treden als de lange arm van de Spaanse autoriteiten in een conflict, waarin Spanje geen externe bemoeienis duldt. Enige ironie ontbreekt hier niet.

De zaak rond Puigdemont is illustratief voor de problemen die nu spelen in het Europese overleveringsrecht; die problemen variëren van slechte detentieomstandigheden in meerdere lidstaten tot grote zorgen over de inperking van de media, de universitaire gemeenschap of de rechterlijke onafhankelijkheid in Polen en Hongarije. Kun je van rechters die overleveringszaken behandelen verlangen dat zij de ogen sluiten voor die problemen en toestaan dat gezochte personen aan een strafprocedure in deze lidstaten worden onderworpen?

Cynische uitkomsten

Het is tijd om te erkennen dat de automatismen waarop het EAB is gestoeld weliswaar een snelle overdracht mogelijk maken en de kans op straffeloosheid verkleinen, maar ook risico’s meebrengen. Het EAB is een stap vooruit, maar kan ook cynische uitkomsten opleveren. Dat laatste gebeurt wanneer deze automatismen meebrengen dat men op basis van EU-recht de ogen moet sluiten voor problemen in andere lidstaten. Die automatismen moeten gekoppeld zijn aan een hoog niveau van justitiële integratie, aan de bereidheid van lidstaten om elkaar te blijven aanspreken op interne problemen en aan het wederzijds bieden (en toelaten) van hulp bij het oplossen ervan. Daar kunnen echt nog wel stappen worden gezet. Maar uiteindelijk zijn daarmee de belangen van Europese burgers, alsmede die van de nationale politie- en justitiediensten meer gediend dan met het uitdiepen van de nationale slotgracht.

 

Michiel Luchtman is hoogleraar Transnationale rechtshandhaving en fundamentele rechten aan de Universiteit Utrecht. De Europacolumn verschijnt regelmatig.

 

 

Blogger

Folkert Jensma

Journalist en jurist Folkert Jensma (1957) werkt sinds 1985 voor NRC Handelsblad op de terreinen bestuur, justitie, politiek en Europa. Hij schreef als correspondent Brussel over de Europese eenwording door de verdragen van Schengen in 1985 en van Maastricht in 1992. Als hoofdredacteur, tot september 2006, was hij mee verantwoordelijk voor de introductie van nrc.next, de bijlage Opinie & Debat, het magazine M en de introductie van Europa- en Wetenschapspagina's in de dagkrant. Sindsdien schrijft hij als commentator recht en bestuur hoofdartikelen, jurisprudentie-rubrieken en columns voor NRC Media. Voor zijn columns ontving hij in 2013 de Jacques van Veen jubileumprijs en in 2014 de J.L. Heldringprijs.