Met de gezinnen verdwijnt ook de leefbaarheid

Grote steden Jonge gezinnen verhuizen naar randgemeenten, omdat ze geen betaalbare huizen in de stad vinden. Wat zijn de gevolgen?

De RandstadRail rijdt langs de nieuwe buitenwijken tussen Rotterdam en Den Haag, waar veel gezinnen naartoe verhuizen. De lightrailverbinding „was ooit bedoeld voor 25.000 passagiers per dag, nu reizen er dagelijks 100.000 mensen mee”. Foto Lex van Lieshout/ANP

Een huis met een tuin. Rust en ruimte. Dat is het ideaal van veel jonge stellen die net hun eerste kind hebben gekregen. Hard nodig straks, voor als de kinderen beginnen te kruipen.

Zo gek was het dus niet dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag meldde dat steeds meer jonge gezinnen uit de vier grote steden – Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam – vertrekken. Maar sinds de economische crisis voorbij is, gaat het wel erg hard met de uittocht van deze jonge huishoudens. „Je ziet dat er een inhaalslag gaande is, het is een substantiële trend”, stelt Erik Pasveer, hoofd van de afdeling stedenbouw en planologie van de gemeente Den Haag. In Amsterdam vertrok volgens de cijfers van het CBS sinds 2012 vier op de tien gezinnen binnen vier jaar na de geboorte van hun eerste kind. Ook in Utrecht, Rotterdam en Den Haag lag dat percentage boven de 25 procent.

Dat jonge gezinnen vertrekken uit de stad is onderdeel van het normale leven. „Ze komen hier op jonge leeftijd, gaan studeren en werken, vinden een partner”, zegt Pasveer. „Als ze dan kinderen krijgen, zoekt een deel een gezinsvriendelijke woonomgeving buiten de stad.”

Maar veel gezinnen vertrekken ook gedwongen, zegt Zef Hemel, hoogleraar planologie aan de Universiteit van Amsterdam. „Er te wordt te weinig gebouwd en wat er gebouwd wordt zijn over het algemeen tweekamerwoningen. De veel te krappe bestaande voorraad is schreeuwend duur.” In de grote steden zijn gezinswoningen onbetaalbaar aan het worden door de overspannen woningmarkt. Huizen in Nederland kosten inmiddels gemiddeld 264.000 euro, een recordbedrag. Ook huurprijzen zijn de laatste jaren flink gestegen.

Uitbreiden binnen grenzen

De verklaring daarvoor is eenvoudig: de vraag naar huizen is groot, en er is weinig bouwgrond. Om toch woningen bij te kunnen bouwen, doen de gemeenten aan ‘inbreiding’, uitbreiding van het woningaanbod binnen de bestaande stadsgrenzen. Gevolg: meer mensen op een kleinere oppervlakte. Een eengezinswoning met tuin zit er dan ook bijna niet meer in, en dus wordt gezocht naar alternatieven.

„Er wonen wel gezinnen in appartementen, maar dat is niet altijd de wens”, zegt Berend Jan Brijder, senior adviseur wonen voor de gemeente Utrecht. „Sommigen wonen met veel mensen in een kleine woning.” Anderen kiezen ervoor om dan maar nét buiten de grenzen van de stad te gaan wonen.

Niet naar Emmen

Veel gezinnen gaan dan ook niet echt weg uit de grote steden. „Het is niet alsof ze naar Emmen gaan”, zegt planoloog Pasveer uit Den Haag. „Ze blijven onderdeel van het sociaal-economische systeem van de grote stad.” Massaal bevolken jonge gezinnen de randgemeenten. Zaanstad, Almere en Amstelveen rondom Amsterdam. De Bilt, Zeist en Bunnik vlak bij Utrecht. Barendrecht en Lansingerland in de buurt van Rotterdam. En Zoetermeer en Pijnacker nabij Den Haag.

Veel van de jonge gezinnen bestaan uit hoogopgeleide tweeverdieners die beiden werkzaam zijn in de nabijgelegen grote stad. Tegelijk is een groep van ‘polycentrische burgers’ aan het ontstaan: mensen die in de ene grote stad wonen, maar in de andere werken en weer ergens anders uitgaan. Al met al veroorzaken die reizende groepen een toename van de verkeersdrukte.

„Kijk naar de RandstadRail”, zegt Pasveer, doelend op de oude Hofplein-spoorlijn tussen Rotterdam en Den Haag, waar nu metrovoertuigen over rijden.. „Die was ooit bedoeld voor 25.000 passagiers per dag, nu reizen er dagelijks 100.000 mensen mee.” Volgens hem moeten we oppassen dat we straks niet „letterlijk en figuurlijk stilstaan rond de steden”, want ook de filedruk neemt zwaar toe. „Dat gaat een enorme impact op het milieu hebben”, zegt hoogleraar Hemel van de UvA. „Want het zorgt voor meer files en een verdere toename van de CO2-uitstoot”.

Leefbaarheid en imago

Los van de infrastructurele problemen heeft de uittocht van jonge gezinnen op termijn negatieve gevolgen voor de steden zelf, zeggen de deskundigen. De diversiteit dreigt uit de steden te verdwijnen, net als voorzieningen zoals scholen en sportclubs. Jonge gezinnen zijn „de graadmeter voor leefbaarheid in de stad”, zegt hoogleraar Hemel. Zij verwachten een leefomgeving die veilig en kindvriendelijk is, zegt hij. „Door hun aanwezigheid vergroent de stad, komen er minder auto’s, is er meer rust. De stad wordt er aangenamer door.”

De mate waarin een stad gezinsvriendelijk is, heeft ook invloed op het imago van een stad, zegt Matthieu Permentier, die voor de gemeente Rotterdam onderzoek doet naar de woningmarkt in de stad. Nadat in de jaren 60 en 70 gezinnen op grote schaal naar de buitenwijken waren vertrokken, kreeg de binnenstad het imago van een gevaarlijk oord, waar drugsgebruik en prostitutie welig tierden. Omdat gezinnen zich bovenmatig inzetten voor de leefbaarheid van de stad, zegt Permentier, kunnen zij een positieve weerslag hebben op het imago. „Als je kinderen hebt, wil je dat het in je buurt veilig en schoon is.”

De steden zoeken wel naar oplossingen, zegt Brijder uit Utrecht. Zijn stad bouwt nog altijd nieuwe wijken met eengezinswoningen. De enige oplossing voor het woningtekort blijft bijbouwen, zeggen de deskundigen. En nadenken over manieren om appartementen zonder tuin kindvriendelijker te maken. Zo worden auto’s geweerd uit straten waardoor kinderen daar kunnen spelen. Of bij een wooncomplex komt een speeltuintje op de binnenplaats, goed zichtbaar vanuit de flat. Maar volgens Brijder is het onvermijdelijk dat voor gezinnen met kinderen in de stad straks relatief minder plaats is. „Het blijft voorlopig het verdelen van de schaarste.”