Marokko, en niet Oranje, is nu het hoogst haalbare

Marokkaans-Nederlandse voetballers

Geboren in Nederland, maar spelen voor Marokko. Waarom kozen Ziyech (Ajax) en Amrabat (Feyenoord) niet voor Oranje?

Sofyan Amrabat in 2010/2011 bij Oranje onder 15 en in 2013 bij Marokko onder 17. Foto's KNVB/Getty

Bijna twintig jaar geleden deed Marokko voor het laatst mee aan een WK voetbal. Op de schoolpleintjes waar fanatiek voetbalplaatjes werden gespaard, waren zowel de Marokkaanse als Nederlandse spelers gewild, en voor beide landen werd even hard gejuicht. Er speelde voor Oranje nog geen enkele Marokkaanse Nederlander, maar het leek een kwestie van tijd voordat de eerste Marokkaanse Rijkaard, Seedorf of Kluivert zijn opwachting zou maken.

We zijn bijna twintig jaar verder en er is iets merkwaardigs aan de hand. De Marokkaanse Rijkaard, Seedorf en Kluivert spelen niet in een oranje shirt, maar in het rood-groen van Marokko. Waar twintig jaar geleden de Marokkaanse selectie bijna uitsluitend bestond uit spelers die daar geboren waren, worden de smaakmakers nu gehaald uit de Marokkaanse diaspora. En na de Franse Marokkanen zijn de Nederlanders met de meesten: Mbark Boussoufa (Amsterdam, 33), Karim El Ahmadi (Enschede, 32), Nordin Amrabat (Naarden, 30), Hakim Ziyech (Dronten, 24), Sofyan Amrabat (Blaricum, 21) en Mimoun Mahi (Den Haag, 23) zitten bij de selectie die zaterdag tegen Ivoorkust WK-deelname voor volgend jaar zeker kan stellen.

Dat zegt iets over de Marokkaanse voetbalbond, die de afgelopen jaren flink heeft geïnvesteerd in sportieve infrastructuur en betere scouting in West-Europa. Ook de slechte prestaties van Oranje kunnen een rol spelen. Maar het zegt ook iets over de derde generatie Marokkanen in Nederland. Wat drijft hen richting het land van hun ouders of voorouders?

De voetballers die voor het Marokkaanse elftal kiezen, zeggen hun hart te volgen. Tegen zulke persoonlijke en emotionele afwegingen valt weinig in te brengen. Of het Marokkaanse volkslied het hart daadwerkelijk sneller doet kloppen, is maar de vraag. Waarschijnlijk speelt er meer. Het verharde debat over de multiculturele samenleving, en Marokkaans-Nederlandse jongens in het bijzonder, zal ook zijn weerslag hebben op de sport. Met name op het voetbal, waar spelers met een Marokkaanse achtergrond goed vertegenwoordigd zijn.

Geproblematiseerd

Sportjournalist Sjoerd Mossou deed onlangs een poging om de keuze van Sofyan Amrabat en Hakim Ziyech voor Marokko in die context te duiden. In zijn column in AD wees hij op de maatschappelijke houding ten opzichte van Marokkanen in Nederland; een groep die in de beeldvorming steevast wordt geproblematiseerd. Volgens Mossou is het niet vreemd dat de Marokkaanse jongens het oranje shirt niet als het hoogst bereikbare zien.

Inderdaad: waarom zou je nog voor Oranje kiezen – waar je bij succes wordt bejubeld als Hollandse trots, maar bij slecht weer wordt geconfronteerd met de aloude vooroordelen over de Marokkaanse voetballer: de ongedisciplineerde individualist, het enfant terrible die het teamgevoel ondermijnt. En zelfs als aan de sportieve eisen voldaan wordt, steekt de bekrompen, kleinburgerlijke kritiek die zo kenmerkend is voor de afgelopen jaren alsnog de kop op: dat de Marokkaanse jongens het Wilhelmus niet uit volle borst zingen, dat zij hun eigen kliekje vormen en onderling een eigen taaltje bezigen. En het zijn vaak ook nog eens vrome jongens die zo nodig hun religieuze verplichtingen moeten naleven, zoals vasten tijdens de ramadan. Kortom: alleen maar gezeik met die jongens.

Goed, een profvoetballer is niet bepaald zielig: hij heeft geld en status. Het voetbalveld is bovendien een uitstekend podium om critici en Marokkanenhaters de mond te snoeren: wie weet verover je met je spel zelfs het hart van een verstokte PVV’er. Dus het zijn geslaagde Marokkaanse jongens die zich niets hoeven aan te trekken van wat over hun gemeenschap gezegd wordt – en anders hun duur verzekerde voeten kunnen laten spreken.

In Marokko worden ze óók afgerekend op prestaties, maar nooit vanwege hun Marokkaan-zijn.

Maar zo simpel is het niet. Marokkaans-Nederlandse voetballers praten met familie en vrienden, bezoeken regelmatig de moskee of de shishalounge en gaan het liefst op vakantie naar Marokko. Ze kunnen zich niet afsluiten voor het publieke debat. En juist ‘geslaagde’ Marokkanen kunnen zich aangesproken voelen door alle kritiek op hun culturele achtergrond. Het is blijkbaar nooit goed genoeg – ook wel de integratie-paradox genoemd. Zo bezien nemen ze zichzelf in bescherming door te kiezen voor Marokko: daar kunnen ze uiteraard óók afgerekend worden op hun sportieve prestaties, maar nooit vanwege hun Marokkaan-zijn. Johan Derksen haalde onlangs in Voetbal Inside uit naar de voetballers die voor Marokko kiezen. Volgens hem hebben die jongens de „morele plicht” om voor Nederland te kiezen en is de keuze voor Marokko „bijzonder incorrect” en een „minachting” van het land waar zij van „profiteren”. Dat is precies waar Marokkaanse Nederlanders klaar mee zijn: dat hun aanwezigheid in het land waar ze geboren zijn een gunst zou zijn van de ‘oorspronkelijke’ Nederlander. Die voorwaardelijke liefde drijft ze richting de open armen van de Marokkaanse voetbalbond.